inspecteur niet gehouden ander fiod-dossier in procedure in te brengen
Gepubliceerd op: 29 november 2022
in deze zaak zijn in oktober en november 2013 in totaal dertien zendingen accijnsgoederen uitgeslagen uit de accijnsgoederenplaats (agp) van belanghebbende, een besloten vennootschap (hierna: de vennootschap). blijkens de opgemaakte e-ad’s waren deze goederen bestemd om onder schorsing van accijns te worden overgebracht naar een belastingentrepot in de zin van artikel 1a, lid 1, onderdeel d, wet accijns, in italië. de inspecteur heeft de vennootschap op verzoek kopieën van stukken doen toekomen, afkomstig uit het dossier van de fiod. de vennootschap voerde voor het hof aan dat de fiod twee dossiers heeft opgemaakt en het onderzoek kunstmatig in tweeën heeft geknipt.
de vennootschap stelt in cassatie onder meer dat de inspecteur het andere fiod-dossier van een strafzaak ook als gedingstuk had moeten overleggen. de hoge raad oordeelde onder andere dat het hof terecht heeft beslist dat de inspecteur niet was gehouden om stukken uit een fiod-dossier in deze procedure – als op de zaak betrekking hebbende stukken in de zin van artikel 8:42 awb – in het geding te brengen.