verkoopwinst paard geen row voor voormalig springruiter
Gepubliceerd op: 4 augustus 2022
een voormalige springruiter koopt voor zijn dochter twee pony’s. de dochter traint de pony’s bij een vereniging en zij doet mee met wedstrijden. in 2007 worden de pony’s vervangen door een paard, dat is gekocht voor € 12.500. de dochter stopt in 2009 met haar studie en start een onderneming op het gebied van het begeleiden, stallen en trainen van paarden. in 2013 wordt zij geselecteerd voor de nationale ploeg. vanaf 2011 worden er oplopende bedragen geboden voor het paard. uiteindelijk wordt het paard – na een blessure – in 2014 verkocht voor € 1,3 miljoen. hof arnhem-leeuwarden oordeelt dat de inspecteur de verkoopwinst ten onrechte belast als row.
volgens het hof is het verkoopvoordeel niet aan te merken als row, omdat:
niet is gebleken dat de voormalig springruiter handelt in paarden;
de inspecteur niet aannemelijk maakt dat het paard is aangeschaft met het oog op latere verkoop tegen een hogere prijs;
het paard is aangeschaft met het oog op de hobby van de dochter, die het paard ook in dat kader heeft getraind;
de inspecteur niet aannemelijk maakt dat de hoge verkoopwinst redelijkerwijs voorzienbaar was.