een bv exploiteert een amusementshal met behendigheids- en kermisautomaten. zij heft geen entreegeld, maar brengt wel 21% btw in rekening op de verkochte speelmunten en speelkaarten. de bv meent echter dat het 9%-tarief op haar prestaties van toepassing is, omdat zij te vergelijken is met een kermis, of omdat er sprake is van toegang verlenen tot een permanent voor vermaak en dagrecreatie ingerichte voorziening.
hof den haag oordeelt echter dat het 9%-tarief niet van toepassing is, omdat de bv geen entreegeld heft. er is dan geen sprake van toegang verlenen tot. ook de vergelijking met een kermis gaat niet op vanwege het verschil in de aard van de attracties en het permanente karakter van de amusementshal.