een man en een vrouw zijn van elkaar gescheiden in 1994. hun huwelijk was gesloten op huwelijkse voorwaarden, inhoudende een gemeenschap van vruchten en inkomsten. omdat de scheiding gerealiseerd was vóór 1 mei 1995, is het arrest boon/van loon van toepassing op de verdeling van de pensioenrechten. deze rechten waren destijds niet verdeeld, maar de vrouw eiste in 2019 alsnog haar deel op. ondanks het feit dat het huwelijk van de man en de vrouw niet in algehele gemeenschap was gesloten, wijst het hof de vordering van de vrouw toch toe. de pensioenpremies waren ten laste gekomen van de gemeenschap van vruchten en inkomsten. dat was voor het hof voldoende.
commentaar
dit is geen oordeel naar de letter van het arrest van de hoge raad uit 1981, maar wel een oordeel in de geest daarvan. kortom, boon/van loon blijft nog wel een tijdje van invloed in de praktijk van verdeling van pensioenrechten bij scheiding.