een man koopt in 2009 twee woningen, die hij vanaf 6 juli 2015 laat slopen. hij sluit op 4 december 2015 een aanneemovereenkomst voor bodemsanering en nieuwbouw aan een van de woningen. de start van deze werkzaamheden is gepland op 11 januari 2016. de man besluit echter om de bouwwerkzaamheden uit te stellen, omdat vracht- en bouwverkeer niet mogelijk blijken te zijn vanwege een instabiele kade. in het voorjaar van 2017 staakt hij de werkzaamheden, waarna hij de woning in aanbouw vervolgens verkoopt op 4 december 2019. in geschil is of deze woning voor de jaren 2013 tot en met 6 juli 2015 kwalificeert als woning in aanbouw.
de inspecteur meent dat in de periode 2013 tot en met 5 juli 2015 geen sprake is van een woning in aanbouw. hij corrigeert daarom de hypotheekrenteaftrek in de jaren 2013, 2014 en 2015. rechtbank den haag oordeelt dat dit terecht is. in het besluit van 26 november 2014, is goedgekeurd dat er sprake kan zijn van een woning in aanbouw als er voldoende stappen zijn gezet op grond waarvan naar redelijke verwachting kan worden aangenomen dat de bouwkundige werkzaamheden binnen afzienbare tijd gaan beginnen. de man maakt niet aannemelijk dat hier in de periode 2013 tot en met 5 juli 2015 sprake van is.