een bv organiseert jaarlijks een meerdaags festival. bezoekers kunnen een dagkaart kopen of een ticket voor het hele festivalweekend. daarnaast kunnen parkeerkaarten worden gekocht voor het parkeren op een daarvoor tijdelijk ingericht terrein. ongeveer tweederde van de bezoekers komt met de auto naar het festival. hof amsterdam oordeelt dat de parkeerdienst een zelfstandige dienst is, waarop het algemene tarief van toepassing is. het hof baseert zijn oordeel op de uitspraak van de hoge raad van 7 mei 2021. daaruit volgt dat de parkeerdienst moet worden beoordeeld vanuit de modale bezoeker en niet vanuit het perspectief van de bv.
de parkeerdienst is niet van belang voor eenderde van de bezoekers die met pendelbussen komen. de parkeerdienst is wel van belang voor tweederde van de bezoekers die met de auto komen. het parkeren van de auto houdt daarom alleen verband met de manier waarop bezoekers het festival bereiken en staat los van het verblijf op het festival zelf. de parkeerdienst heeft voor de modale bezoeker een afzonderlijk belang ten opzichte van het festival.
let op
voor de bezoekers die verblijven op het kampeerterrein van het festival, valt de parkeerdienst wel onder het verlaagde tarief.