een echtpaar staat volgens de basis registratie personen van 14 januari tot 8 december 2014 ingeschreven op het adres van een recreatiewoning, maar emigreert in de loop van 2014 naar nieuw-zeeland. de recreatiewoning wordt in 2015 te koop gezet, maar pas in april 2019 verkocht. in de aangifte ib 2015 claimt het echtpaar renteaftrek over de hypotheeklening. zij stellen dat hun voormalige hoofdverblijf bestemd is voor de verkoop en leeg staat. de inspecteur weigert de geclaimde aftrek, omdat de moeder van een van de echtgenoten gedurende enkele dagen per week in de recreatiewoning woont.
hof den bosch stelt de inspecteur in het gelijk. van kraakwacht was geen sprake.