verzuimboete terecht opgelegd aan fiscale eenheid btw
Gepubliceerd op: 23 april 2021
drie bv’s vormen samen een fiscale eenheid (fe) voor de btw. de fe heeft voor het eerste kwartaal van 2018 een btw-aangifte ingediend, maar de verschuldigde btw niet op tijd betaald. de inspecteur legt de fe daarom een naheffingsaanslag op en een verzuimboete. de fe stelt dat aan haar geen boete kan worden opgelegd. zij zou niet kwalificeren als ‘overtreder’ in de zin van artikel 5:1, lid 3 awb. die stelling is onjuist, oordeelt de hoge raad. de fe is de btw verschuldigd en daarmee is zij ‘de belastingplichtige’ die artikel 67c awr aanwijst als degene die voor beboeting in aanmerking komt. de belastingdienst heeft de verzuimboete terecht aan haar opgelegd.
het geschilpunt ontstaat in deze zaak door de interpretatie die er kan worden gegeven aan de definities van ‘overtreder’ en ‘overtreding’ in artikel 5:1, lid 3 awb. kan een fe op grond van deze bepaling als ‘overtreder’ worden aangemerkt? naar de letter van deze bepaling zouden dit alleen natuurlijke personen, rechtspersonen en daarmee gelijk te stellen entiteiten kunnen zijn. de fe zou hieraan niet voldoen en daarom niet als ‘overtreder’ kunnen worden aangemerkt.
de hoge raad beoordeelt dit anders. met de invoering van artikel 5:1, lid 3 awb in 2009 heeft de wetgever niet de bestaande kring van overtreders – waaronder de fe – willen inperken.