een bv houdt zich bezig met de verhuur van opslagruimte. zij koopt de aandelen van een concurrerende bv met 23 vestigingen, die ook opslagruimtes aan klanten verhuurt en daarnaast allerlei aanvullende diensten levert. de inspecteur stelt dat de concurrerende bv een onroerendezaaklichaam (ozl) is en legt een naheffingsaanslag ovb op. het hof vernietigde deze aanslag omdat de aandelen in de concurrerende bv geen fictieve onroerende zaak zijn. de verhuur van onroerende zaken van deze bv is namelijk ondergeschikt aan de diensten die zij levert aan haar klanten. volgens de
hoge raad tellen de onroerende zaken dan inderdaad niet mee bij de toets of de bv een ozl is. maar het hof moet dan wel motiveren waarom daarvan in dit geval sprake is. de hoge raad verwijst de zaak daarom naar een ander hof.