in het kader van hun echtscheiding (in 1996) spreken man en vrouw af dat de pensioenrechten van de man zullen worden verevend, mits dit binnen twee jaar na de scheiding wordt gemeld aan de pensioenuitvoerder. deze tijdige melding blijft achterwege. de vrouw vordert in 2020 alsnog uitbetaling van haar deel van de pensioenrechten. de
rechter gaat hierin mee. daarbij wordt de volgende motivatie aangevoerd: wat partijen met elkaar overeengekomen zijn, is nagenoeg gelijk aan de wettelijke bepaling. de bepaling houdt in deze situatie in dat als de pensioenuitvoerder niet tijdig is geïnformeerd, de man verplicht is tot uitbetaling.