een bv kocht in 2002 een perceel grond met een oude fabriek. zij wil de fabriek helemaal laten slopen en op de grond een appartementencomplex en twaalf eengezinswoningen bouwen. in 2016 is de oude fabriek bijna helemaal gesloopt. in de grond zijn enkele funderingspalen en een grote muur blijven staan. de bouw van de eengezinswoningen is niet doorgegaan. daarom verkoopt de bv de (onbebouwde) grond met de muur en de funderingspalen. de koper heeft overdrachtsbelasting betaald. aan de bv wordt een naheffingsaanslag btw opgelegd, omdat zij een bouwterrein zou hebben geleverd. ten onrechte, oordeelt rechtbank den haag.
volgens de rechtbank is de muur op de grond naar aard en omvang niet verwaarloosbaar, waardoor de muur niet ondergeschikt is aan de onbebouwde grond. op het moment van de levering is er daarom geen sprake van onbebouwde grond. daardoor is er dus geen levering van een bouwterrein, maar van bebouwde grond die is vrijgesteld van btw. de btw-naheffingsaanslag en de boetebeschikking worden vernietigd.