uitzendregeling vervalt door tijdelijk teruggekeerde dochter
Gepubliceerd op: 29 oktober 2020
een uitwonende studerende dochter trekt in 2014 tijdelijk in de woning van haar ouders die in het buitenland verblijven. zij is in afwachting van een stage in suriname. de vader merkt de woning in zijn ib-aangifte aan als eigen woning. de inspecteur meent dat de woning geen eigen woning meer kan zijn door het tijdelijke verblijf van de dochter. volgens hem wordt de woning tijdelijk ter beschikking gesteld aan een ‘derde’. de dochter kan namelijk als uitwonende studente niet tevens tot het huishouden van haar ouders behoren. het hof is daar volgens de hoge raad terecht in meegegaan en geeft hiermee geen onjuiste rechtsopvatting van het begrip ‘derden’.
de hoge raad geeft ook aan dat het niet relevant is dat de dochter in 2014 geen eigen inkomsten had en evenmin dat de dochter vaak bij haar vader en/of moeder verbleef. de inspecteur heeft de woning terecht toegerekend aan box 3.