de podotherapeutenmaatschap geeft consulten, voert onderzoek uit en stelt behandelplannen op. daarnaast levert zij podotherapeutische zolen en andere hulpmiddelen. de maatschap brengt in de tijdvakken 2012 tot en met 2016 btw in rekening over de volledige vergoeding voor de levering van de zolen. vanaf 1 juni 2017 splitst zij de vergoeding in een btw-vrijgesteld deel dat ziet op de therapie en een btw-belast deel dat ziet op de productie en de levering van de zolen. zij vraagt een deel van de afgedragen btw terug over de periode 2012-2016, omdat de prestaties in die periode ook zien op vrijgestelde handelingen. de inspecteur wijst het verzoek terecht af, oordeelt hof arnhem-leeuwarden.
het hof vindt dat de strikte splitsing die de maatschap aanbrengt tussen materiaal (belast) en therapie (vrijgesteld) niet klopt. handelingen die geen betrekking hebben op het materiaal, zijn namelijk niet automatisch therapeutisch. denk bijvoorbeeld aan allerlei servicegerichte handelingen. die werkzaamheden hebben betrekking op de zolen en slechts indirect op de patiënt.
het hof stelt bovendien vast dat de berekening van de splitsing is gebaseerd op de levering van één type zolen, terwijl de maatschap verschillende typen zolen levert tegen verschillende prijzen en kortingen. de maatschap onderbouwt daarmee onvoldoende de gekozen toedeling van de vergoeding in een belast deel en een vrijgesteld deel.