een dga verkoopt eind 2005 alle aandelen van zijn holding-bv aan zijn zoon voor € 1.250.000. begin maart 2014 komen zij overeen de overdrachtsprijs te verlagen naar € 1 miljoen. de dga trekt het verschil af als negatief ab-voordeel. de inspecteur heeft de aftrek terecht geweigerd, oordeelt
hof arnhem-leeuwarden. de verklaringen over het feit dat er tussen de dga en zijn zoon onenigheid was ontstaan over de overdrachtsprijs, maken niet aannemelijk dat de dga en de zoon in 2005 hebben gedwaald. bovendien heeft de dga bij het ontstaan van de onenigheid geen waardeberekening van de aandelen gemaakt. een derde zou dat wel hebben gedaan.