land- en tuinbouw
Gepubliceerd op: 17 juni 2020
in de delen 8 en 11 van deze fiscourant special, berichtten we over de speciale tegemoetkomingen voor de sierteelt, specifieke onderdelen van de voedingstuinbouw en voor de fritesaardappeltelers. deze steunmaatregel is op 10 juni jl. goedgekeurd door de europese commissie, maar inmiddels op onderdelen gewijzigd en verduidelijkt. hierna behandelen we de gewijzigde onderdelen die zijn vastgelegd in de ‘regeling tegemoetkoming land- en tuinbouwondernemers covid-19’.
minimum afzetdrempel aan horeca verlaagd
bepaalde ondernemingen in de voedingstuinbouw komen in aanmerking voor de tegemoetkoming. dit zijn ondernemingen die gespecialiseerd zijn in directe of indirecte leveringen aan de horeca en die door de coronamaatregelen gesloten zijn. om te zorgen dat alle beoogde bedrijven in de voedingstuinbouw hulp krijgen, is de afzetdrempel aan de horeca verlaagd van minimaal 75% naar 60% van de omzet/brutowinst. de tegemoetkoming heeft uitsluitend betrekking op de omzet- of brutowinstderving behaald met de horeca-afzet van de onderneming. er wordt dus geen tegemoetkoming verstrekt aan andere, gerealiseerde omzet- of brutowinstderving, bijvoorbeeld aan retail. in de gewijzigde regeling is in een bijlage een lijst gevoegd waarop de kwalificerende horeca-activiteiten zijn vermeld met sbi-code. de tegemoetkoming geldt ook voor gederfde horeca-afzet aan buitenlandse horecabedrijven in landen binnen de eer die als zodanig daar geregistreerd zijn.
uitbreiding teeltoppervlak in referentieperiode
de schade van telers wordt bepaald door de gemiddelde omzet in de referentieperiode
12 maart tot en met 11 juni over de jaren 2017, 2018 en 2019 af te zetten tegen de omzet in dezelfde periode in 2020. sommige telers hebben echter de afgelopen jaren extra geïnvesteerd in teeltoppervlak, waardoor de omzet in de referentieperiode niet vergelijkbaar is met de omzet in diezelfde periode in 2020. de tegemoetkoming wordt voor deze groep gebaseerd op de omzetderving per vierkante meter, mits:
- de teler aantoont dat het toegevoegde teeltoppervlak tot productie heeft geleid; en
- tot gederfde omzet door de coronamaatregelen; en
- de uitbreiding van het teeltoppervlak minimaal 10% bedraagt.