de werknemer van een transportbedrijf is bereid om zijn werkgever in crisistijd te helpen. nadat de verre ritten wegvallen, stemt de werknemer in met een lagere functie. later komt de werknemer erachter dat hij hiermee niet langer aanspraak kan maken op een persoonlijke toeslag, die hij eerder nog wel ontving. de werknemer start daarom een procedure. het
hof oordeelt dat de werknemer niet heeft ingestemd met een verlaging van het salaris, maar met een aanpassing van de functie. het hof meent dat de werknemer hiermee niet ook zijn cao-toeslag heeft prijsgegeven, temeer omdat hij jarenlang niet wist waarvan hij exact afstand had gedaan.