goedkeuringen en voorwaarden bij aangekondigde fiscale coronamaatregelen
Gepubliceerd op: 14 mei 2020
eind april werden zes nieuwe fiscale coronamaatregelen aangekondigd (zie fiscourant special deel 9). op 8 mei jl. is het besluit gepubliceerd waarin uitvoering wordt gegeven aan deze maatregelen via concrete goedkeuringen en voorwaarden. de maatregelen zijn tijdelijk en worden daarom weer ingetrokken, zodra dit mogelijk is. hierna hebben we de goedkeuringen opgenomen voor zover deze aanvullende informatie bevatten van de eind april aangekondigde maatregelen.
urencriterium
ib-ondernemers worden in de periode 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020 geacht ten minste 24 uren per week aan hun onderneming te hebben besteed.
seizoensafhankelijke branches
ondernemers die seizoengebonden werkzaamheden verrichten en die normaliter in de periode van 1 maart tot en met 31 mei een piek hebben in het aantal uren dat zij besteden aan de onderneming, worden geacht een gelijk aantal uren te hebben besteed in dezelfde periode in 2020 als het aantal uren dat is besteed in de periode van 1 maart 2019 tot en met 31 mei 2019. de ondernemer kan in dat geval met behulp van de administratie van vorig jaar bepalen hoeveel uren hij/zij aan de onderneming heeft besteed in de periode van 1 maart 2019 tot en met 31 mei 2019.
startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid
de versoepeling van het urencriterium voor de zelfstandigenaftrek geldt ook voor het verlaagde urencriterium (800 uren per kalenderjaar) van de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid. ondernemers worden in dit geval geacht in de periode 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020 ten minste 16 uren per week aan hun onderneming te hebben besteed.
de goedkeuring voor seizoensafhankelijke ondernemers geldt ook voor de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid.
voorwaarden fiscale coronareserve
de bv mag het geschatte verlies over 2020 dit jaar al als fiscale coronareserve verrekenen met de winst van 2019. de volgende voorwaarden zijn verbonden aan het vormen van een fiscale coronareserve:
- er is sprake van een verwacht ‘corona gerelateerd verlies’ in het boekjaar 2020;
- het verwachte ‘corona gerelateerde verlies’ kan niet groter zijn dan het totale verlies dat de bv verwacht over het boekjaar 2020. er kan dus geen coronareserve worden gevormd als de inschatting is dat over het boekjaar 2020 een positieve belastbare winst wordt genoten. de belastingplichtige maakt zelf een zo goed mogelijke inschatting van de verwachte omvang van het ‘corona gerelateerde verlies’;
- de dotatie aan de coronareserve in het boekjaar 2019 bedraagt maximaal de winst over het boekjaar 2019 die zou gelden zonder de vorming van deze reserve;
- de reserve wordt uiterlijk in het boekjaar 2020 volledig in de winst opgenomen. bij het opnemen van de fiscale coronareserve in de winst moeten dezelfde bepalingen van toepassing zijn bij het bepalen van de winst als bij de vorming van deze reserve in het daaraan voorafgaande boekjaar;
- de dotatie aan de coronareserve wordt in de vpb-aangifte 2019 opgenomen in de rubriek ‘overige fiscale reserves’. de vrijval in het boekjaar 2020 wordt als onttrekking in deze rubriek opgenomen in de vpb-aangifte 2020.
- de rekening-courantschuld of het dividend neemt niet toe als gevolg van het lagere gebruikelijk loon;
- als de ab-werknemer feitelijk meer loon heeft genoten dan volgt uit bovenstaande berekeningen, geldt dat hogere loon. een eventuele uitkering op grond van de tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (tozo) vormt geen genoten loon uit de dienstbetrekking en heeft daarom geen gevolgen voor het gebruikelijk loon;
- deze goedkeuring geldt niet voor zover de omzet in het jaar 2019 of 2020 beïnvloed is door andere bijzondere oorzaken, zoals oprichting, staking, fusie, splitsing en bijzondere resultaten.
- de belastingplichtige heeft tussen 12 maart en 30 juni 2020 bij zijn geldverstrekker gemeld dat hij/zij (dreigende) betalingsproblemen heeft door de uitbraak van het coronavirus;
- de belastingplichtige en de geldverstrekker zijn als gevolg hiervan een betaalpauze overeengekomen, die uiterlijk op 1 juli 2020 ingaat en die schriftelijk door de geldverstrekker wordt bevestigd; en
- deze betaalpauze heeft een looptijd van maximaal zes maanden.
- de belastingplichtige heeft door de uitbraak van het coronavirus een terugval in arbeidsinkomen uit tegenwoordige arbeid (winst uit onderneming, loon of row), van ten minste 20% over een periode van drie aaneengesloten kalendermaanden of verwacht deze redelijkerwijs te hebben, waarbij:
- de periode van drie aaneengesloten kalendermaanden moet aanvangen in het tijdvak vanaf 1 maart 2020 tot en met 1 juli 2020;
- om te bepalen of sprake is van een terugval van ten minste 20% het arbeidsinkomen uit de periode onder 1 wordt vergeleken met:
- de belastingplichtige moet aannemelijk kunnen maken dat hij/zij aan alle voorwaarden voldoet, waarbij voor de voorgaande voorwaarde geldt dat de belastingplichtige de terugval aannemelijk moet kunnen maken op basis van een reële schatting of al beschikbare gegevens.
- er moet sprake zijn van een beschikkingshandeling van de geldverstrekker, waaruit blijkt dat de verschuldigde rente vaststaat en dit bedrag rentedragend schuldig wordt gebleven;
- er moet rente in rekening worden gebracht;
- er moet reële zekerheid bestaan dat de verschuldigde rente feitelijk wordt betaald.