een vrouw erft de aandelen in drie vastgoedbedrijven met een vastgoedportefeuille van circa 300 objecten met 800 verhuurbare eenheden. de bedrijven houden zich bezig met ontwikkelings- en verhuuractiviteiten. de vrouw claimt toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling (bor). ten onrechte, oordeelt hof amsterdam. de ontwikkelings- en verhuuractiviteiten zijn niet zo nauw met elkaar verweven dat het gehele vermogen kwalificeert als ondernemingsvermogen. de bor is daarom wel van toepassing op de ontwikkelingsactiviteiten, maar niet op de verhuuractiviteiten.
de vrouw moet aannemelijk maken dat de verhuuractiviteiten meer omvatten dan normaal vermogensbeheer. de grote omvang van de portefeuille is daarvoor niet voldoende. de werkzaamheden van de vrouw betreffen slechts het kunnen verhuren van het vastgoed. ook is het behaalde verhuurrendement niet hoger dan bij normaal vermogensbeheer. kortom, zij voldoet niet aan de eisen van arbeid-plus en rendement-plus.