een man betaalt in 2013 de schulden van zijn vrouw terug aan de bank. zij is de leningen aangegaan in 2008, 2009 en 2010 voor haar in 2006 gestarte kinderkledingwinkel. de man heeft de leenovereenkomsten medeondertekend. in 2013 gaat de vrouw failliet en is de kledingwinkel beëindigd. de man waardeert de vorderingen op zijn vrouw af en geeft deze aan als negatief row in zijn ib-aangiften over 2012 en 2013. de inspecteur heeft het negatieve row terecht geweigerd, oordeelt
hof den bosch. de man heeft namelijk een onzakelijk debiteurenrisico gelopen. de kledingwinkel van de vrouw leed al sinds 2009 verliezen.