een bv sluit een overeenkomst met een bedrijf in telecommunicatiemiddelen om diensten af te nemen. in 2014 legt het bedrijf een claim neer bij de bv van € 8,5 miljoen, omdat de bv te weinig diensten zou hebben afgenomen. de bv weigert te betalen. in 2015 wordt een compromis gesloten. als de bv tussen 1 juli 2014 en 31 december 2017 in totaal voor € 4 miljoen (excl. btw) diensten afneemt, dan ziet het bedrijf af van de claim. de bv verricht met deze afnameplicht een eenmalige dienst, oordeelt rechtbank gelderland. de bv is de btw over deze dienst pas verschuldigd wanneer zij de afnameplicht heeft voltooid. dat is het geval op 31 december 2017.
de inspecteur neemt het standpunt in dat er sprake is van een doorlopende dienst. hij had daarom al een btw-naheffingsaanslag opgelegd over het eerste kwartaal van 2017. de rechtbank oordeelt dat daarvan geen sprake is. er is sprake van een eenmalige dienst. de rechtbank acht daarvoor doorslaggevend dat het tot 31 december 2017 onzeker is of de bv de afnameplicht zou nakomen – en dus ook of de claim van het bedrijf zou vervallen. eind 2017 is pas duidelijk dat de claim verviel. op dat moment is de eenmalige dienst voltooid en wordt de bv de btw verschuldigd.