ook ofgr bij verhouding 98%-2% – participaties zijn geen box-3-vermogen
Gepubliceerd op: 30 april 2020
een vrouw houdt met haar man 98% van de participaties in een fonds. hun meerderjarige dochter houdt de overige 2%. de vrouw vindt dat het fonds moet worden aangemerkt als open fonds voor gemene rekening (ofgr). de inspecteur wijst dit af vanwege de te scheve verhouding in de participaties. bij een verhouding 90%-10% wil hij wel akkoord gaan. rechtbank gelderland oordeelt dat de wet geen concrete invulling geeft aan het begrip ‘gemene rekening’. uit de wetsgeschiedenis blijkt wel dat er sprake moet zijn van ten minste twee participanten. daaraan wordt voldaan, dus is ook bij een verhouding 98%-2% sprake van een ofgr.
de verhouding 90%-10% waarmee de inspecteur wel bereid is akkoord te gaan, komt niet zomaar uit de lucht vallen. die verhouding ontleent de inspecteur aan de collectiviteitseis van de vrijgestelde beleggingsinstelling (vbi). de rechtbank oordeelt echter dat de inspecteur niet aannemelijk maakt dat een binnen de familiekring opgericht fonds per definitie een beleggingsinstelling is. het fonds kwalificeert als ofgr en is dus belastingplichtig voor de vpb. de participaties vormen daardoor geen box-3-vermogen.