een bv heeft een vordering van € 3,9 miljoen op haar dga. in 2014 waardeert zij die vordering ten laste van haar winst af tot nihil. de inspecteur weigert de afwaardering, omdat de inkomens- en vermogenspositie van de dga voldoende opties bieden om tot aflossing van de vordering over te gaan. de afwaardering is terecht geweigerd, oordeelt
rechtbank den haag. de vermogenspositie en winstreserves van de bv (€ 5,1 miljoen) bieden voldoende mogelijkheden om dividenduitkeringen te doen aan de dga, waarmee hij de vordering kan terugbetalen. dat het hof in 2011 heeft geoordeeld dat de dga geen draagkracht had om alimentatie te betalen, doet daar niet aan af.