btw-terugvragen bij oninbare vorderingen in coronatijd
Gepubliceerd op: 27 maart 2020
jouw cliënt kan de afgedragen btw terugvragen in de reguliere btw-aangifte van het tijdvak waarin het teruggaafrecht is ontstaan. het recht op teruggaaf ontstaat, in het tijdvak waarin definitief vaststaat dat de afnemer niet meer zal betalen, maar uiterlijk 12 maanden nadat de vordering opeisbaar is geworden. door de huidige coronacrisis zal vaak al binnen de wettelijke termijn van 12 maanden duidelijk zijn dat bepaalde afnemers niet meer zullen en kunnen betalen – bijvoorbeeld bij een faillissement. je cliënt kan en moet de afgedragen btw dan nu al terugvorderen. de btw mag niet worden teruggevorderd in een later tijdvak dan dat waarin het teruggaafrecht ontstond.
tip
je cliënt kampt nu mogelijk met grote liquiditeitsproblemen. het kan dan zinvol zijn om na te gaan of de btw op oninbare vorderingen nu al kan worden teruggevraagd bij de belastingdienst.
let op
stel dat de afnemer na de teruggaaf van de btw op de oninbaar geachte vorderingen alsnog (een deel van) de factuur betaalt. wat betekent dit dan voor je cliënt? je cliënt wordt de btw over het alsnog betaalde bedrag dan weer verschuldigd. je cliënt geeft die btw dan aan bij vraag 1a of 1b van de btw-aangifte over dat tijdvak en draagt deze af.