een stichting die zich bezighoudt met ‘… de kunstzinnige vorming van kinderen in de leeftijd van 2 tot 8 jaar…’ wordt door het pensioenfonds zorg en welzijn (pfzw) met terugwerkende kracht aangesloten. het pfzw vindt namelijk dat de activiteiten van de stichting onder ‘beeldende vorming’ vallen. in het verplichtstellingsbesluit wordt dit begrip niet uitgewerkt. de
rechter is van oordeel dat de tekst van een verplichtstellingsbesluit zodanig moet zijn dat het voor een ‘gemiddelde werkgever’ duidelijk moet zijn of zijn activiteiten wel of niet onder de werkingssfeer van het pensioenfonds vallen. het begrip ‘beeldende vorming’ in het verplichtstellingsbesluit van pfzw voldeed hier niet aan.