twee mensen zijn getrouwd in gemeenschap van goederen. de vrouw kreeg van haar ouders lang geleden een schenking, waarop de uitsluitingsclausule was geplaatst. dat geld wordt er in een paar jaar doorheen gedraaid, waarna een echtscheiding volgt. er is dan nog wel wat overwaarde in de woning – toevallig evenveel als het bedrag van de schenking. de vrouw eist deze gehele overwaarde op als geclausuleerd vermogen. de ex-man verweert zich met de stelling dat de schenking is verteerd en dat de overwaarde daar los van staat. beiden volharden in hun standpunt. wie krijgt hier gelijk?
hoe raar het ook lijkt, de vrouw zal hier in het gelijk worden gesteld. dat is althans de uitkomst van een recent arrest van de hoge raad. deze redeneert dat de vrouw een vergoedingsvordering heeft gekregen, die niet afneemt door het daarna opsouperen. het is in deze casus aan de man om aan te tonen dat met de schenking privé-uitgaven van de vrouw zijn voldaan. of dat anderszins was afgesproken dat het een en ander niet zou worden naverrekend. tijdens het vta, dat vandaag weer van start gaat, zullen wij deze kwestie uitgebreid behandelen. daarbij zal worden besproken óf en hoe de man in deze casus enigszins kan worden beschermd.