de maten van een maatschap beleggen in onroerende zaken. zij richten in juni 2016 een commanditaire vennootschap op, waarvan een bv de beherend vennoot is. de maten brengen hun aandelen in de onroerende zaken in de cv in. de panden zijn in oktober 2016 bij notariële akte overgegaan naar de bv. deze overgang is een juridische levering, die is belast met overdrachtsbelasting (ovb), oordeelt rechtbank zeeland-west-brabant. dat in de notariële akte staat dat de bv handelt voor rekening en risico van de cv, is niet doorslaggevend. de stelling dat sinds de wetswijziging in 1995 alleen een economische verkrijging belast is voor de ovb, is ook onjuist.
de maten hadden voor deze constructie gekozen om te voorkomen dat er bij toekomstige toe- of uittredingen een levering van een evenredig deel van de onroerende zaken vereist zou zijn. dat was in de maatschapsvorm immers het geval. dat de bv slechts rechtshandelingen kan verrichten met toestemming van de overige vennoten, heeft alleen betekenis voor de onderlinge verhoudingen. dit is niet relevant voor de uitleg van het begrip verkrijging voor de overdrachtsbelasting.