een vader houdt met zijn drie kinderen de aandelen in een holding-bv. deze bv houdt alle aandelen in een werk-bv, die een benzinestation verhuurt dat vroeger in eigen beheer werd geëxploiteerd. de vader overlijdt in 2011. zijn aandelen in de holding-bv gaan krachtens testament over op de kinderen. eén kind claimt toepassing van de bor in zijn aangifte erfbelasting, omdat die ook geldt bij voortgezet ondernemerschap. de inspecteur heeft dit terecht geweigerd, oordeelt
hof arnhem-leeuwarden. er moet sprake zijn van een materiële onderneming. bij voortgezet ondernemerschap is echter sprake van een subjectieve onderneming - niet van een objectieve onderneming.