een werkgever zag beren op de weg toen er een vriendschap ontstond tussen zijn werknemer en de partner van de vroegere oprichter/aandeelhouder. de werkgever vreesde een schending van het geheimhoudingsbeding en vermoedde dat er concurrerende activiteiten werden ontplooid. de werkgever handelde daar vervolgens ook naar. de
rechter zag echter op zijn beurt onvoldoende concrete aanwijzingen voor negatieve effecten van de vriendschap. de werkgever had de functie van de werknemer daarom niet eenzijdig mogen wijzigen, om zo het risico te verkleinen. het niet langer doorbetaalde loon moet de werkgever daarom alsnog met terugwerkende kracht uitkeren.