Pensioen

Is nieuw pensioenstelsel qua koopkracht nou een verbetering of niet?

gepubliceerd op: 02 juni 2026

Een van de beloftes van het nieuwe pensioenstelsel was dat pensioenen de ontwikkeling van de prijzen kunnen bijhouden. In het oude stelsel en het daarbij geldende Financieel Toetsingskader (FTK) is dat een pijnpunt gebleken. Dat manifesteerde zich na de financiële crisis van 2008, gevolgd door aanzienlijke daling van de marktrente waartegen de pensioenverplichtingen moeten worden gewaardeerd. Door deze cocktail waren indexeringen niet of nauwelijks mogelijk zonder de toekomstige verplichtingen aan alle deelnemers binnen een pensioenfonds in gevaar te brengen.

Het antwoord op de vraag over de koopkrachtverbetering is dit: de Wtp maakt het tot op heden mogelijk om hogere pensioenen uit te keren dan de pensioenen onder het oude FTK van vóór het invaren. Dat is ook de conclusie van DNB: je hebt nu meer kans op een koopkrachtig pensioen. Welke factoren spelen hierbij een rol?

  1. Een belangrijke factor is dat er buffers kunnen worden vrijgespeeld, die voorheen nodig waren om de (vermeende) uitkeringsgaranties af te dekken.
  2. De pensioenfondsen hadden op het invaarmoment vaak een dekkingsgraad van ongeveer 120%, wat hen in staat stelt om waar nodig deelgroepen tegemoet te komen die bij de toedelingsregels van het collectieve pensioenvermogen wat achterbleven bij de rest.
  3. Pensioenfondsen hebben ook nieuwe middelen gekregen. Hierdoor is herverdeling en het uitsmeren van rendementen mogelijk, naast de inzet van een solidariteits- of risicodelingsreserve. Dat laatste is een collectief element in de flexibele premieregeling.
  4. Er wordt gewerkt met een redelijk veilig beschermingsrendement.

Kortom, er zijn dus wel wat knoppen om aan te draaien om schommelingen in pensioenuitkeringen te kunnen opvangen.

 

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.