Nieuws WKR | Waar luncht u liever: in de bedrijfskantine of in een lunchroom?

Voor maaltijden in een bedrijfskantine geldt voor de loonheffingen een normbedrag van € 3,35 (2019). De werkgever kan dat bedrag belasten bij de werknemer of als eindheffingsloon ten laste van zijn vrije ruimte brengen. Maar wat nu als de werkelijke waarde van de maaltijd lager is dan het normbedrag. Een hoe bepaal je de waarde van een maaltijd in de bedrijfskantine? De Belastingdienst vindt dat de lunch in een kantine vergeleken kan worden met een lunch in een lunchroom. Wat vindt de rechter?

Wat was de situatie?

Werknemers kunnen in de bedrijfskantine van een accountants- en belastingadvieskantoor voor de lunch brood, beleg, melk en boter, maar ook soep, belegde broodjes, tosti’s en verse fruitsalade kopen. Deze producten worden klaargezet of bereid door de ‘interne dienst’. De rechtbank ziet in de verzorging van de lunch in de bedrijfskantine en de daarbij verleende service een voordeel, dat wordt genoten uit de dienstbetrekking. Het normbedrag voor een maaltijd op de werkplek is niet van toepassing als de waarde in het economisch verkeer (wev) van deze maaltijd lager is, aldus Rechtbank Noord-Nederland.

 

Hierna ga ik in op de belangrijke overwegingen van de rechtbank voor de praktijk.

Is er sprake van loon?

Volgens de werkgever was er geen sprake van een voordeel, omdat de werknemers net zoveel voor hun lunch betalen als in de supermarkt. Volgens de rechtbank genieten de werknemers van een service van de werkgever: er wordt een gevarieerde lunch aangeboden op de werkplek, die deels bestaat uit bereidingen in plaats van losse componenten. Ook werd er bestek ter beschikking gesteld en werd de afwas gedaan. De stelling van de Belastingdienst dat de vergelijking moet worden gemaakt met een lunch in een lunchroom of restaurant gaat niet op. Lunchen in een bedrijfskantine is nu eenmaal niet hetzelfde als lunchen in een lunchroom of restaurant.

Is er sprake van de verstrekking van maaltijden?

De rechtbank oordeelt dat de werkgever maaltijden verstrekt, omdat hij meer doet dan alleen het aanbieden van de losse lunchcomponenten (zie de vorige alinea). Het kunnen gebruiken van de lunch in de bedrijfskantine omvat – naast de verkochte producten – nog meer elementen die als loon in natura worden gezien. De werkgever verleent ook een dienst, omdat de werknemer zonder rompslomp een gevarieerde maaltijd kan gebruiken.

Worden maaltijden gewaardeerd op de wev of op de factuurwaarde?

De werkgever wil voor de waardering van de maaltijden uitgaan van de facturen van de groothandel en de supermarkt waar zij haar inkopen doet. De Belastingdienst wil voor de waarde in het economisch verkeer uitgaan van twee boterhammen met een gebakken ei en een glas melk in een lunchroom of restaurant. Wie heeft hier het gelijk aan zijn kant?

Volgens de rechtbank ontbreekt een factuurwaarde, omdat onderdelen van het totaalpakket, zoals de kosten van de interne dienst, niet door een derde in rekening worden gebracht.

 

De rechtbank rekent dus de bereiding van de maaltijden, het bestek en de afwas in dit geval tot de wev, maar de Belastingdienst wilde ook nog de indirecte kosten (gebouw, personeel, bereiding) tot de wev rekenen. Hierbij wordt naar mijn mening over het hoofd gezien dat een voorziening op de werkplek, waarvan het niet gebruikelijk is om deze elders te gebruiken, op nihil moet worden gewaardeerd. Hierbij is door de wetgever bijvoorbeeld gedacht aan ‘het genot van de inrichting van de werkplek in brede zin, waaronder het gebruik van de werkplek zelf’. Dit om te voorkomen dat ook het toiletbezoek op de werkplek als belast voordeel voor de werknemer werd gezien.

In mijn optiek valt ook het inrichten en schoonmaken van de werkplek door de interne dienst onder een voorziening op de werkplek. De kosten van het bereiden van een maaltijd of die van het gebouw vallen evengoed onder de voorzieningen op de werkplek en niet onder de wev van de maaltijd.

Moet er worden uitgegaan van het normbedrag?

In de Wet LB staat dat nadere regels worden gesteld, waardoor de waarde van loon in natura op een lager bedrag kan worden gesteld dan de wev of de factuurwaarde. Dat is onder andere gebeurd voor maaltijden op de werkplek, waarbij de waarde wordt gesteld op € 3,35 (2019). De rechtbank gaat hier zeer uitgebreid op in, maar concludeert uiteindelijk dat de waarde van een maaltijd alleen nog op een lager bedrag dan de wev kan worden gesteld. En dus niet op een hoger bedrag.

Wat is dan de te belasten waarde van de maaltijden?

Volgens de rechtbank geldt het normbedrag alléén als de wev hoger is dan het normbedrag van € 3,35 (2019). Maar niet alle aan de werknemers in rekening gebrachte bedragen zijn per se gelijk aan de wev. De wev is immers gelijk aan de prijs die een onafhankelijke derde (bijvoorbeeld een cateraar) in rekening zou brengen voor het totaalpakket, inclusief alle servicecomponenten. De werkgever heeft echter onweersproken gesteld dat aan haar werknemers niet alleen de inkoopkosten van de losse componenten en ingrediënten in rekening zijn gebracht, maar ook een opslag om te komen tot de eigen bijdrage van de werknemers.

De bewijslast dat de waarde hoger moet zijn, ligt bij de Belastingdienst. Die heeft in wezen niets anders ingebracht dan een verwijzing naar de lunch in een horecagelegenheid, zoals een lunchroom of restaurant. Die vergelijking gaat echter niet op. De opmerking van de Belastingdienst over de indirecte kosten (gebouw, personeel, bereiding) is niet gekwantificeerd.

Kortom, het normbedrag voor maaltijden is niet van toepassing, omdat de wev lager is. Hier komt dan nog de eigen bijdrage van de werknemer op in mindering, zodat er per saldo geen loonvoordeel te belasten is.

Tip

Koopt een werkgever slechts de ingrediënten in en bereiden de werknemers de lunch zelf? Dan kan er op basis van deze uitspraak voor de waardering van de lunch worden uitgegaan van de inkoopkosten van de losse componenten en ingrediënten.

 

De gevolgen van deze uitspraak komen ook aan bod in de cursus Maak optimaal gebruik van de werkkostenregeling

Auteur:

Hans Tabak

Hans Tabak
adviseur loonheffingen | internationaal | trainer

0575 - 43 35 55
h.tabak@fiscount.nl