Nieuws - Sociale Zekerheid Wijzigingen premies Whk en Aof 2022: gevolgen en actiepunten voor werkgevers

De kortingen op de premies Aof voor de jaren 2022 en 2023 pakken financieel voordelig uit voor werkgevers, die volgens de nieuwe premieloongrens ‘kleine werkgevers’ zijn. De nieuwe premieloongrenzen en premiepercentages in de Whk voor 2022 tasten de verdeling publiek/privaat verzekerde werkgevers voor de gedifferentieerde premie Whk 2022 vrijwel niet aan. Wél moet tijdig worden gecontroleerd of ZW- en WGA- uitkeringen vanaf 2022 terecht worden doorbelast aan werkgevers.

Allereerst aandacht voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof), waar werkgevers een basispremie voor betalen. In 2021 is deze premie 7,03%. Vanaf het premiejaar 2022 wordt de premie Aof gedifferentieerd in grote en kleine werkgevers en in een hoge en een lage premie. De lage premie is verschuldigd door kleine werkgevers met een premieloon in 2020 t/m € 882.500. Grote werkgevers betalen de hoge premie, waarbij het verschil tussen de hoge en lage premie niet meer mag bedragen dan 2%. De grens van het premieloon Aof tussen kleine en grote werkgevers is gelijk aan de grens van het premieloon tussen kleine en middelgrote werkgevers bij de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk), die op 1 september 2021 bekend is geworden.

Premiekortingen 2022 en 2023

Werkgeversbetalingen van uitkeringen vallen onder de hoge premie en er zijn aparte bepalingen om het loon vast te stellen bij een overgang van onderneming. De eerste premiekorting bedraagt € 450 miljoen en komt naar verwachting uit op een structurele korting van 1%. De tweede korting is niet structureel, bedraagt voor 2022 € 300 miljoen en voor 2023 € 150 miljoen. Dit komt neer op een korting van ongeveer 0,67% in 2022 en 0,33% in 2023. Wat kan de kleine werkgever concreet in 2022 en 2023 besparen?

Voorbeeld premiejaar 2022
Percentage korting      Premiekorting bij € 346.000 premieloon      Premiekorting bij € 882.500 premieloon

1%                              € 3.460,00                                                      €   8.825,00
0,67%                         € 2.318,20                                                      €   5.912,75
1,67%                         € 5.778,20                                                      € 14.737,75

Voorbeeld premiejaar 2023
Percentage korting      Premiekorting bij € 346.000 premieloon      Premiekorting bij € 882.500 premieloon
1%                              € 3.460,00                                                      €   8.825,00
0,33%                         € 1.141,80                                                      €   2.912,25
1,33%                         € 4.601,80                                                      € 11.737,25

De Wet van 3 februari 2021, Staatsblad 340, zal per 1 januari 2022 in werking treden. De definitieve premiepercentages en percentages van kortingen zullen eind 2021 worden gepubliceerd.

Gedifferentieerde premie Whk 2022 – actiepunten werkgever

Publiek verzekerde werkgevers voor de premie Whk 2022 zijn uitgesplitst in drie groepen werkgevers:

  1. kleine werkgevers met een premieloon in 2020 t/m € 882.500. Deze werkgevers betalen een vaste sectorpremie, onafhankelijk van de instroom van ZW- en WGA-uitkeringen in het individuele bedrijf;
  2. middelgrote werkgevers met een premieloon in 2020 van € 882.501 t/m € 3.530.000. De instroom van ZW- en WGA-uitkeringen werkt deels sectoraal, deels individueel in de premie Whk door; en
  3. grote werkgevers met een premieloon in 2020 vanaf € 3.530.001. De instroom van ZW- en WGA-uitkeringen in het individuele bedrijf werkt volledig in de premie Whk door.

Gevolgen voor middelgrote werkgevers
De grens van het premieloon tussen kleine en middelgrote werkgevers bedroeg voor het premiejaar 2021 een premieloon in 2019 t/m € 346.000. Dit is 10x het gemiddelde premieloon per werknemer en wordt voor het premiejaar 2022 verhoogd naar een premieloon in 2020 t/m € 882.500, wat staat voor 25x het gemiddelde premieloon per werknemer. Wat zijn hiervan de gevolgen voor de nieuwe groep kleine werkgevers met een premieloon in 2020 € 346.001 t/m € 882.500, die voor het premiejaar 2021 als ‘middelgroot’ werden aangemerkt? De nieuwe groep kleine werkgevers gaat vanaf het premiejaar 2022 een vaste sectorpremie betalen. Dit betekent concreet dat deze groep werkgevers zonder uitkeringsrisico’s wellicht een hogere – en werkgevers met een of meer uitkeringsrisico’s een lagere – premie Whk 2022 gaan betalen. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft gesteld dat het om een verschil van tienden van procenten zal gaan. Gelet op de stijgende premies van private verzekeringen Eigen Risico dragen, is het van belang dat deze groep werkgevers zonder toerekenbare uitkeringsrisico’s – als zij eigenrisicodrager voor de WGA willen worden – vooraf de vaste sectorpremie met de premie voor een private premie 2022 vergelijkt.

De instroom van ZW- of WGA-uitkeringen voor (ex-)werknemers werkt vanaf 1 januari 20202 niet langer door in de vaste sectorpremie, die vanaf het premiejaar 2022 geldt voor het individuele bedrijf van deze nieuwe groep kleine werkgevers. Het heeft voor deze werkgevers geen zin om bezwaar te maken tegen uitkeringsbeslissingen van het UWV en/of beschikkingen gedifferentieerde premie Whk 2022 van de Belastingdienst. Dat bespaart onnodige inspanningen en kosten voor rechtsbijstand.

Gevolgen voor nieuwe kleine werkgevers
De vergelijking van de publieke vaste sectorpremie met de premie voor private verzekeringen is ook van belang voor nieuwe kleine werkgevers, die in 2021 eigenrisicodragers voor de WGA zijn en overwegen om in 2022 terug te keren naar het publiek bestel. Als deze eigenrisicodragers terugkeren naar het publieke bestel, dan geldt de gewijzigde grens klein-middelgroot van het premieloon ook voor het jaar waarin de werkgever naar het publieke bestel is teruggekeerd. Vanaf 2020 betaalde ZW- en WGA-uitkeringen worden niet toegerekend aan de werkgever.

Terugvordering voorschotten op WIA-uitkeringen

Vanaf 1 januari 2020 zullen ten onrechte – of tot een te hoog bedrag – betaalde voorschotten op WIA-uitkeringen niet van burgers worden teruggevorderd, indien er geen andere uitkeringen zijn waarmee die bedragen kunnen worden verrekend. Dit heeft de minister van SZW besloten op 30 augustus 2021 naar aanleiding van werkachterstanden bij het UWV. Bedragen die al zijn terugbetaald, worden gerestitueerd. Deze betaalde voorschotten op WIA-uitkeringen, die niet worden teruggevorderd, zullen niet aan werkgevers worden doorbelast. Publiek verzekerde werkgevers kunnen bij de beschikkingen gedifferentieerde premie Werkhervattingskas 2022 van de Belastingdienst in november of december 2021 controleren of deze voorschotten niet via hun premie in rekening zijn gebracht. Eigenrisicodragers WGA kunnen dat controleren bij ontvangst van uitkeringsbeslissingen van het UWV.

Gevolgen aanvragen ZW-uitkeringen krachtens no-riskpolis

Op 27 augustus 2021 is bij de Tweede Kamer het wetsvoorstel ‘Verzamelwet SZW 2022’ (Kamerstukken 35 897) ingediend, met onder meer gevolgen voor aanvragen om ZW-uitkeringen krachtens de no-riskpolis. Een uitkering krachtens de no-risk polis ZW aan arbeidsgehandicapte werknemers is bedoeld om werkgevers te compenseren voor loon bij ziekte, als zij arbeidsgehandicapte werknemers in dienst nemen of houden. Die ZW-uitkeringen kunnen met een maximale terugwerkende kracht van 1 jaar worden aangevraagd. Dat blijft zo.

In de rechtspraak is bepaald dat ZW-uitkeringen no-risk polis en aansluitende WGA-uitkeringen niet aan de premie Whk en aan eigenrisicodragers WGA mogen worden toegerekend, indien een (ex-)werknemer onder de werking van de no-riskpolis viel. Daarbij is het niet van belang of de ZW-uitkering no-riskpolis tijdig was aangevraagd of tot uitbetaling was gekomen. Dit had tot gevolg dat (middel)grote werkgevers voor ‘oude’ gevallen, waarvoor geen uitkering no-riskpolis ZW kon worden betaald, fictieve aanvragen bij het UWV gingen indienen. Dit met de intentie om vast te laten stellen of die (ex-)werknemer onder de werking van de no-riskpolis ZW viel. Het enige doel daarvan was om die uitkeringen uit te zonderen van toerekening aan werkgevers en dat is volgens de minister van SZW ongewenst. Vanaf 1 januari 2022 kunnen alleen nog uitkeringen no-riskpolis ZW (en aansluitende WGA-uitkeringen) buiten beschouwing blijven, indien deze uitkeringen daadwerkelijk zijn toegekend.

Overgangsrecht
Door overgangsrecht hebben werkgevers nog tot 1 januari 2022 de tijd om in oude gevallen een fictieve aanvraag bij het UWV in te dienen, om te laten vaststellen of deze (ex-)werknemers onder de werking van de no-riskpolis vallen. Als een werkgever in die gevallen niet tijdig actie onderneemt, zullen WGA-uitkeringen, in aansluiting op een no-risk ZW-situatie, nog gedurende maximaal 10 jaren voor rekening van de (middel)grote werkgever komen.

Totaalbeeld voor (nieuwe) kleine werkgevers

De kortingen op de premies Aof voor de jaren 2022 en 2023 leveren een financieel voordeel op voor werkgevers die volgens de nieuwe premieloongrens als ‘kleine werkgevers’ worden aangemerkt. Ik verwacht dat kleine werkgevers hun bestaande verzuimverzekeringen zullen handhaven, de premievoordelen gaan incasseren en deze niet gaan uitgeven aan duurdere verzuimverzekeringen.

De nieuwe premieloongrenzen en premiepercentages in de Whk voor 2022 geven geen aanleiding voor grote verschuivingen in de verdeling van publiek en privaat verzekerde werkgevers voor de gedifferentieerde premie Whk 2022. Wel is er aanleiding om tijdig actie te ondernemen bij de controle of ZW- en WGA- uitkeringen vanaf 2022 al dan niet terecht aan werkgevers worden doorbelast. Als bij individuele werkgevers behoefte bestaat aan advies of rechtsbijstand, dan is het altijd raadzaam om vooraf een onafhankelijke deskundige te raadplegen.

Auteur:

Ron van Baarlen

Ron van Baarlen
adviseur sociale zekerheid | trainer

0181 - 45 34 83
r.baarlen@fiscount.nl