Nieuws - Loonheffing Vanaf 2022 slechts verplichte arbovoorzieningen gericht vrijgesteld

Tijdens de afgelopen Intermediairdagen heeft de Belastingdienst al een tipje van de sluier opgelicht; de gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen zou vanaf 2022 alleen van toepassing zijn op verplichte arbovoorzieningen. De beperking is inmiddels geformaliseerd in de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011. De vraag is of de nieuwe regeling het beoogde effect heeft, of dat er toch nog mogelijkheden zijn om bepaalde arbovoorzieningen onbelast te laten?

Tot 2022 zijn arbovoorzieningen door een gerichte vrijstelling onbelast als de voorzieningen voortvloeien uit het door een werkgever gevoerde arbeidsomstandighedenbeleid (arbobeleidsplan), op grond van de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet). Zo kunnen bijvoorbeeld een geneeskundig of arbeidsgezondheidskundig onderzoek, een second opinion of een griepprik in het kader van preventie- en verzuimbeleid onbelast worden vergoed of verstrekt. Ook een door de werkgever geïnitieerd preventie- en gezondheidsprogramma valt onder deze vrijstelling. Net als zogenoemde werkgerelateerde fitness, die bedoeld is om voldoende fit te blijven voor het uitoefenen van de werkzaamheden.

Vanaf 2022 alleen verplichte arbovoorzieningen gericht vrijgesteld

Met ingang van 2022 gaan deze vliegers in een aantal gevallen niet meer op. In een wijziging van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 wordt de gerichte vrijstelling nader toegelicht en beperkt tot alleen nog verplichte arbovoorzieningen. Een arbobeleidsplan kan namelijk ook niet-verplichte arbovoorzieningen bevatten. Verplichte arbovoorzieningen zijn voorzieningen die direct samenhangen met de verplichtingen van de werkgever én verbonden zijn met de verrichte arbeid door de werknemer. Als voorbeelden worden genoemd: een ergonomisch verantwoorde bureaustoel, een voetenbankje voor beeldschermwerk, een beeldschermbril, laboratoriumjassen en veiligheidsschoenen.

Niet-verplichte arbovoorzieningen

Voorzieningen die niet direct samenhangen met de verplichtingen van de werkgever om met de arbeid verbonden veiligheids- of gezondheidsrisico’s te voorkomen, vallen niet meer onder de gerichte vrijstelling. Hierbij wordt als voorbeeld een algemene gezondheidscheck genoemd. Maar er kan ook worden gedacht aan het vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen van gezonde maaltijden, een fiets, sportieve activiteiten en dergelijke. De al langer bekende cursus ‘stoppen met roken’ en een stoelmassage vallen in beginsel niet meer onder de gerichte vrijstelling. De cursus ‘stoppen met roken’ maakt overigens onderdeel uit van het basispakket van de zorgverzekering (zonder eigen bijdrage).

Coronazelftest

De Belastingdienst heeft tijdens de Intermediairdagen geantwoord dat de gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen ook in 2022 van toepassing is op corona(zelf)testen. Het moet dan gaan om testen die de werknemer gebruikt ter voorkoming of beperking van de kans op besmetting van collega’s en derden met corona op arbeidsplaatsen van de werkgever. Afgezien van het feit dat een test zelf de besmetting niet kan voorkomen, is dit opmerkelijk. Een coronatest is namelijk geen verplichting van de werkgever op grond van de Arbowet. De vraag is dan: wat is het verschil met bijvoorbeeld een algemene gezondheidscheck of een cursus ‘stoppen met roken’? De Belastingdienst antwoordt hierop dat de coronatest voor de veiligheid van de werknemer op de werkvloer zorgt. Het lijkt erop dat de Belastingdienst hiermee al de beperking oprekt, die de wetgever aanlegt voor verplichte arbovoorzieningen.

Sportschoolabonnement vrijgesteld?

De gerichte vrijstelling geldt dus niet meer voor voorzieningen ter bevordering van de algemene gezondheid van de werknemer. Niet-werkgerelateerde fitness of een niet-werkgericht sportschoolabonnement vallen niet onder de gerichte vrijstelling. Wat kan dan nog wel?

Op grond van de Arbowet zorgt de werkgever voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers inzake alle met de arbeid verbonden aspecten en voert daartoe een beleid dat is gericht op zo goed mogelijke arbeidsomstandigheden. Onderdeel van dit arbeidsomstandighedenbeleid is een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). Als uit deze RI&E volgt dat de werknemer risico loopt op bepaalde gezondheidsklachten, is de werkgever verplicht actie te ondernemen, om deze risico’s te verminderen of weg te nemen. Dit kan bedrijfsfitness of een sportschoolabonnement zijn, dat gericht is op voorkoming van deze risico’s en klachten. Daarmee is er een verband tussen de gezondheid van de werknemers en hun werkzaamheden. In de Tweede Kamer is over bedrijfsfitness het volgende gezegd:

‘Fitness buiten de werkplek is inderdaad belast voor zover het betreft niet werk gerelateerde fitness. In dit geval kan gebruik worden gemaakt van de vrije ruimte. Fitness die wel werk gerelateerd is, bijvoorbeeld voor het onderhouden van fitheid die vereist is voor de uitoefening van werkzaamheden zelf, is gericht vrijgesteld, ongeacht of deze op de werkplek zelf plaatsvindt of elders. Meer algemeen, als de werkgever risico’s ziet voor de gezondheid van zijn werknemers die hij met een gericht fitnessprogramma in zijn Arbobeleidsplan wil wegnemen, dan is dat ook vrijgesteld.’

Stoelmassage

Als uit de RI&E volgt dat er een risico bestaat op rugklachten, dan zou ook een stoelmassage nog onder de vrijstelling moeten kunnen vallen. Immers, ook dan is er een verband met de werkzaamheden en dient de werkgever voor de gezondheid van zijn werknemers te zorgen.

Conclusie

Ook in 2022 is het naar onze mening nog steeds mogelijk om voorzieningen, zoals fitness of een sportschoolabonnement, onbelast te vergoeden als dit is bedoeld is om gezondheidsklachten te voorkomen, die zich kunnen voordoen tijdens het verrichten van de werkzaamheden. Het is wel maatwerk.

Auteur:

Hans Tabak

Hans Tabak
juridisch adviseur loonheffingen en internationaal | trainer

0575 - 43 35 55
h.tabak@fiscount.nl
Remko Hesse

mr. Remko Hesse
juridisch adviseur loonheffingen | trainer

038 - 456 19 00
r.hesse@fiscount.nl