Nieuws - Fiscaal Ken de fiscale uitdagingen rond fosfaatrechten

Melkveehouders hebben sinds 2018 te maken met fosfaatrechten, die bepalen hoeveel fosfaat hun bedrijf mag uitstoten. Deze fosfaatrechten zijn dus relatief nieuw in de fiscaliteit en zorgen voor meerdere uitdagingen. Onder andere ten aanzien van afschrijving op fosfaatrechten, de verkoop en het verleasen ervan. Maar ook: hoe ga je hiermee om bij staking van de onderneming?

Eén fosfaatrecht geeft het recht om één kilogram fosfaat te produceren. Produceert een melkveehouderij meer fosfaat, dan kan een boete worden opgelegd. De op 1 januari 2018 toegekende fosfaatrechten waren gebaseerd op de door de actieve agrariër gehouden stuks melkvee op 2 juli 2015. Ook een agrariër die daarna is gestopt met het houden van melkvee kan dus fosfaatrechten op de balans hebben staan. Ter indicatie: de prijs van een kilo fosfaatrecht ligt ten tijde van het schrijven van dit artikel rond de € 149. De hoeveelheid kilo fosfaat per koe is afhankelijk van de melkproductie en of je het jongvee meetelt, maar komt snel uit op 40 kg per koe – een flinke investering dus. Verschillende fiscale aspecten met bijbehorende valkuilen komen hier achtereenvolgens aan bod: afschrijven op fosfaatrechten, de verkoop en het verleasen ervan en last but not least: fosfaatrechten in relatie tot staking van de onderneming.

Afschrijven op fosfaatrechten

Fosfaatrechten behoren tot het verplichte ondernemingsvermogen, aangezien ze – net als het vroegere melkquotum – alleen aan actieve agrarische ondernemers worden toegekend. (Zie m.b.t. het melkquotum: HR, 18 februari 1998.) Indien de fosfaatrechten een bedrijfsmiddel vormen, kan er in beginsel op worden afgeschreven. Om te bepalen of er daadwerkelijk kan worden afgeschreven op fosfaatrechten, moet eerst worden beoordeeld of er iets voor opgeofferd is. Voor de op 1 januari 2018 toegekende fosfaatrechten is niets opgeofferd en ze komen daarom op de balans voor nihil. Daarentegen komen nieuw aangekochte fosfaatrechten voor de aanschafwaarde op de balans. De verwachte einddatum van dit stelsel is 31 december 2027, waardoor gekochte fosfaatrechten lineair afgeschreven kunnen worden over de resterende looptijd. Let op: artikel 3.30 lid 2 wet IB 2001 blijft onverkort van toepassing, dus er kan maximaal 20% worden afgeschreven. Bij aankopen vanaf 1 januari 2023 zal men tegen dit 20%-maximum aan lopen.

Verkoop fosfaatrechten

Fosfaatrechten worden gezien als een zelfstandig bedrijfsmiddel. Bij verkoop zal de winst dus belast zijn, wanneer de verkoopprijs hoger is dan de boekwaarde. Bij een vervreemding van een deel van de fosfaatrechten moet een evenredig deel van de boekwaarde worden toegerekend aan de verkochte fosfaatrechten. Het LIFO-stelsel is uitdrukkelijk niet toegestaan. Let op: elke vervreemding moet worden gemeld bij de RVO en in vrijwel alle gevallen wordt 20% van de fosfaatrechten afgeroomd. Er bestaan uitzonderingen, bijvoorbeeld voor een overdracht in de familiesfeer. Bij de verkoop van fosfaatrechten kan een HIR worden gevormd, waardoor belastingheffing over de boekwinst worden uitgesteld. Uiteraard moet er wel een herinvesteringsvoornemen zijn. Er kan alleen worden afgeboekt op bedrijfsmiddelen met een afschrijvingstermijn van minder dan 10 jaar. Kwalificeren de fosfaatrechten niet als bedrijfsmiddel, maar als voorraad – omdat ze niet worden aangehouden voor gebruik in het eigen bedrijf? Dan zal er uiteraard geen HIR kunnen worden gevormd bij de verkoop.

Verleasen fosfaatrechten

Wat veel voorkomt, is het verleasen van fosfaatrechten. Er zijn twee soorten leasecontracten: operationele lease en financial lease. Bij operationele lease blijft de economische eigendom bij de lessor (verhuurder) en komen de leasebetalingen bij de lessee (huurder) ten laste van de winst. Een financial lease lijkt daarentegen meer op huurkoop. De economische eigendom gaat naar de lessee (huurder) en die zal ook over de fosfaatrechten afschrijven. Bij een financial lease zal de lessor (verhuurder) dus ook moeten afrekenen over de boekwinst. Vandaar dat deze vorm van lease amper voorkomt bij fosfaatrechten. In de agrarische sector gaat het meestal om kortlopende leasecontracten, vanwege een tijdelijk overschot van rechten op basis van een operationele lease. Dit kan een mooie manier zijn om tijdelijk overtollige fosfaatrechten te gelde te maken, of om een tekort aan het einde van het jaar snel makkelijk aan te vullen. Let op: ook bij verleasen zal in de meeste gevallen 20% afroming plaatsvinden. Maar omdat je eigenaar blijft van de rechten, ben je die 20% niet kwijt.

Voorbeeld
Je verleaset 200 fosfaatrechten. De lessee (huurder) krijgt 160 fosfaatrechten. Dat geef je aan als ‘te benutten door de verwerver’. Zelf houd je echter de 40 fosfaatrechten, die je kunt gebruiken binnen je eigen melkveebedrijf. De 160 fosfaatrechten worden weer teruggeleased. Indien heen- en teruglease in hetzelfde kalenderjaar plaatsvinden (vaak bij een eenjarige lease), hoeft er niet dubbel te worden afgeroomd. Dus aan het eind van de leaseperiode heb je gewoon weer 200 fosfaatrechten.

Let op: beide partijen moeten dus beide contracten (heenlease en teruglease) tijdig tekenen en ook tijdig melden bij de RVO!

Staking onderneming

Enkele aspecten moeten goed in kaart worden gebracht rond een (toekomstige) staking van de agrarische onderneming. Zo zal er beoordeeld moeten worden wanneer er gestaakt wordt – en wanneer dus de stakingswinst rond de fosfaatrechten genomen moet worden. Twee voorbeelden ter verduidelijking.

Voorbeeld 1
In 2021 wordt het melkvee van een agrarische onderneming verkocht in verband met de deelname aan de nieuwe ronde van de stoppersregeling. De fosfaatrechten worden verkocht en geleverd aan de koper in 2022. In 2022 wordt het bedrijf verder uitgefaseerd en wordt de liquidatie voltooid. Er is dan sprake van een langlopende liquidatie, waarbij de stakingswinst van de fosfaatrechten uiterlijk in 2022 moet worden genomen.

Voorbeeld 2
In 2021 wordt het gehele melkveebedrijf verkocht inclusief de referentieaantallen. De fosfaatrechten worden door de RVO aan de koper in 2022 toegekend. Er is dan geen langlopende liquidatie, waardoor de stakingswinst van de fosfaatrechten uiterlijk in 2021 moet worden genomen.

Daarnaast moet er ook goed worden gelet op eventuele niet verrekende zelfstandigenaftrek. Deze kan alleen worden verrekend in een jaar waarin ook wordt voldaan aan het urencriterium. Bij een staking aan het begin van het jaar zal dat niet het geval zijn en vervalt de niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek. Het kan bij niet verrekende zelfstandigenaftrek zeer lonen om de fosfaatrechten op tijd te verkopen, zodat de niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek in mindering komt op de verkoopwinst.

Actieve planning en begeleiding

Fosfaatrechten vereisen een actieve planning en begeleiding door de fiscalist of accountant. Let goed op bij het verkopen, dan wel kort (ver)leasen van fosfaatrechten. Bij een staking zal er ook scherp gekeken moeten worden naar het stakingsmoment. Een klein foutje in de planning kan namelijk zeer kostbare gevolgen hebben voor de agrariër.

Auteur:

Martijn Paping fiscaal

drs. Martijn Paping
fiscalist | trainer

06 - 385 49 616
m.paping@fiscount.nl