Nieuws - Fiscaal Hoge Raad biedt rechtsherstel voor box 3

De Hoge Raad heeft op 6 juni jl. uitspraak gedaan in 5 zaken rond box 3. Het betrof drie inhoudelijke casussen waarbij de heffing in box 3 werd aangevochten. De Hoge Raad heeft meer gedaan dan het puur doen van uitspraken op deze casussen; er zijn ook heldere rechtsregels geschetst rond de bepaling van het werkelijke rendement.
De hoofdregel blijft van kracht. In beginsel gebruik je het forfaitaire systeem uit de wet. Alleen wanneer het werkelijke rendement op je hele box-3-vermogen lager is dan het forfait, volgt rechtsherstel. Het werkelijke rendement moet je als volgt berekenen. Het gaat om het nominale rendement per jaar, dus zonder rekening te houden met inflatie. Er wordt dus geen rekening gehouden met rendementen uit andere jaren. Naast de directe voordelen die uit vermogensbestanddelen worden getrokken, zoals dividend, huur en rente, vallen ook vermogensmutaties onder het werkelijke rendement. Dit kunnen positieve en negatieve waardemutaties zijn. Met kosten wordt geen rekening gehouden, maar wel met rente van schulden in box 3.

Keuze maken

Je kunt kiezen voor het voor jou meest gunstige systeem. Deze uitspraak geeft de volgende opties voor belastingplichtigen in box 3:

Periode 2017 – 2022
1. Wettelijk systeem van vermogensmix en forfaits
2. Herstelwet (forfaits op basis van 3 vermogenscategorieën)
3. Werkelijk rendement volgens definitie HR

Periode 2023 – tot nieuw systeem
1. Overbruggingswet (forfaits op basis van 3 vermogenscategorieën)
2. Werkelijk rendement volgens definitie HR

Deze keuze kan per belastingplichtige worden gemaakt, indien de jaren nog open staan. Is de bezwaartermijn van de definitieve aanslag verlopen? Dan zul je de massaalbezwaarplus-procedure moeten afwachten. Belangrijk is bij nieuwe definitieve aanslagen met box 3 (pro forma) bezwaar te maken, om je rechten te behouden.

Rentevergoeding afgewezen

Wordt de aanslag verminderd op basis van de wet rechtsherstel, de overbruggingswet of op basis van het werkelijk rendement, dan wordt op grond van de Nederlandse fiscale wetgeving geen rente vergoed. Deze regel is volgens de Hoge Raad niet in strijd met het EVRM, tenzij de wettelijke rente hoger is dan het bedrag van de belastingvermindering in box 3. Gegeven de hoogte van de wettelijke rente de afgelopen jaren en de tijdsperiode van het herstel (maximaal terug tot 2017), kan dat in de praktijk niet voorkomen.

Wat weten we nog niet?

Een aantal vragen staat nog open. Hopelijk krijgen we daar van de Hoge Raad in de toekomst nog antwoord op:

  • Hoe moet je inkomen toerekenen aan een periode? Dien je het kasstelsel of het matchingsbeginsel te hanteren?
  • Moeten we ook een werkelijk rendement toerekenen aan eigen gebruik?
  • Moeten we bij beleggingsvastgoed de waardemutaties corrigeren voor zelf aangebrachte verbeteringen?

Dit is zeer in het kort de uitkomst van de vijf rechtszaken over de rechtmatigheid van de box-3-heffing en het geboden herstel.

Tip: webinar

Meer ins en outs van deze Hoge Raad-uitspraken en de gevolgen ervan voor de praktijk behandelen we tijdens het webinar ‘Box 3 – Special, de uitspraak van De Hoge Raad’, dat we aanstaande woensdag van 12:00 uur tot 13:00 uur organiseren.

Wil je hieraan deelnemen? Meld je dan hier aan. De replay van het webinar is na 12 juni nog 7 dagen beschikbaar.

Martijn Paping portret

Martijn Paping MSc
fiscalist • trainer

038 303 4102
m.paping@fiscount.nl

Martijn Paping MSc RB is als fiscalist en trainer verbonden aan Fiscount.