Verplichte e-facturering leveranciers aan de rijksoverheid

De rijksoverheid wil haar toeleveranciers stimuleren om over te gaan op e-factureren. Alle leveranciers aan de rijksoverheid moeten daarom vanaf 1 januari 2017 facturen van nieuwe inkoopovereenkomsten elektronisch indienen. Dit heeft de regering afgesproken met SRA, VNO-NCW, MKB-Nederland, Bouwend Nederland, Nederland ICT, TLN, ZZP Nederland en ABU/SETU. Ook lagere overheden (gemeenten, provincies, waterschappen en zelfstandige bestuursorganen) kunnen binnenkort e-facturen ontvangen. E-facturering leidt tot minder regeldruk en beperkt de administratieve lasten.
19-12-2016


Uitbestede diensten voor zorgboerderij btw-vrijgesteld

Een maatschap verricht activiteiten in de dagbesteding, arbeidstraining en dagopvang voor een zorgboerderij. De zorgboerderij sluit voor deze activiteiten overeenkomsten met een zorgkantoor en/of haar cliënten. De maatschap ontvangt van de zorgboerderij een vergoeding, waarop zij terecht de btw-vrijstelling toepast voor diensten van zorgboeren, aldus Hof Arnhem-Leeuwarden. De Btw-richtlijn stelt geen voorwaarden aan de hoedanigheid van de ondernemer die de prestaties verricht. Er hoeft geen rekening te worden gehouden met de voorwaarden die Nederland daar wel aan stelt, omdat die niet nader zijn gemotiveerd. De ongelijke behandeling van gelijkwaardige diensten is in strijd met het neutraliteitsbeginsel.
19-12-2016


Een vof handelt in onroerende zaken en meldt zich aan als btw-ondernemer. In 2001 verkoopt zij een bouwterrein aan twee verschillende btw-ondernemers. De koopsom en de verschuldigde btw worden vastgelegd in een notariële akte. In 2006 legt de inspecteur naheffingsaanslagen op aan de vof, omdat zij geen btw heeft betaald over de verkopen. De vof stelt dat zij ten tijde van de levering in het buitenland was gevestigd. De btw had daarom verlegd moeten worden naar de kopers en was ten onrechte vermeld in de akte. De vof kan de btw niet verschuldigd zijn alleen op grond van de vermelding van het btw-bedrag in de notariële akte, aldus de Hoge Raad. Die vermelding maakt de akte namelijk nog geen factuur.
19-12-2016


Het arrest van de Hoge Raad over het 6%-tarief voor zonnebrandoliën met UV-A -en/of UV-B-filter en fluorhoudende tandpasta’s heeft geen terugwerkende kracht. Dat meldt de Belastingdienst. Ook vindt de Belastingdienst dat alle tandpasta’s zonder fluoride en zonnebrandoliën zonder UV-A -en/of UW-B-filter niet automatisch onder het 6%-tarief vallen. Per product moet worden beoordeeld of het een geneesmiddel is in de zin van de Geneesmiddelenwet. Dit geldt ook voor alle andere min of meer vergelijkbare producten. Wie wil weten of een bepaald product onder het verlaagd tarief valt, moet contact opnemen met de inspecteur.
19-12-2016


Voortaan alleen digitaal btw-aangifte corrigeren

De Belastingdienst onderzoekt momenteel of zij ondernemers en adviseurs kan verplichten om btw-aangiften uitsluitend digitaal te corrigeren. De papieren suppletieaangifte levert te veel administratieve lasten op. Op de website van de Belastingdienst worden ondernemers en adviseurs dan ook opgeroepen om digitaal te corrigeren via het beveiligde gedeelte van de site of via de eigen aangiftesoftware. Een suppletieaangifte moet worden ingediend, zodra duidelijk wordt dat er te veel of te weinig btw is betaald. Overigens mogen kleine bedragen tot € 1.000 worden verwerkt in de eerstvolgende btw-aangifte.
05-12-2016


Een NV heeft managementcontracten gesloten met drie vennootschappen die in vastgoed beleggen. De investeerders in deze fondsen zijn institutionele beleggers. De werkzaamheden die de NV verricht zijn het voeren van bestuur, het (administratief) beheer van de fondsen, het aantrekken van nieuwe investeerders, de aan- en verkoop van vastgoed en de exploitatie ervan. Kwalificeert de NV als gemeenschappelijk beleggingsfonds? In dat geval vallen de beheeractiviteiten onder de btw-vrijstelling. Hiervoor kwalificeren de NV en haar vennootschappen als zij onder bijzonder overheidstoezicht staan, oordeelt de Hoge Raad. Verwijzingshof Arnhem-Leeuwarden moet dit gaan uitzoeken.
05-12-2016


Een fiscale eenheid van BV’s huurt enkele business seats voor haar (potentiële) relaties, een van haar DGA’s en voor zijn broer. Laatstgenoemde is ook werkzaam bij een van de BV’s van de fiscale eenheid. De fiscale eenheid trekt alle btw op de huurkosten af. De inspecteur corrigeert de btw-aftrek, omdat hierop het BUA van toepassing is. Dat is terecht voor zover de directeuren de business seats gebruiken door de directeuren, oordeelt Hof Den Bosch. Het gebruik van de seats door zakenrelaties valt niet onder het BUA. De inspecteur bewijst namelijk niet dat - als de btw in rekening zou zijn gebracht aan deze relaties - die btw niet of hoofdzakelijk niet voor aftrek in aanmerking zou komen.
05-12-2016


Verlaagd tarief voor diensten Sinterklaas

Een optreden als Sinterklaas voor particulieren of bedrijven is belast met 6% btw, evenals andere uitvoeringen van acteurs voor publiek. Ook als een toegangsprijs wordt gevraagd voor een optreden als Sinterklaas, is daarop het 6%-tarief van toepassing. Dit zijn optredens waar kinderen vaak ook een klein cadeautje en strooigoed krijgen. Hierbij geldt als voorwaarde dat de waarde van het cadeautje en strooigoed relatief gering moet zijn ten opzichte van de hoogte van de toegangsprijs. Ook voor optredens en acteerprestaties van de Kerstman gelden voorwaarden. Dit staat in een bericht van de Belastingdienst.
05-12-2016


Een BV exploiteert een horecagelegenheid. Zij schenkt alcoholische dranken bij lunches en diners. De BV beschouwt dit als één restaurantdienst die belast is tegen het 6%-tarief. Zij voert daarbij aan dat het verstrekken van voedingsmiddelen (6%) voorop staat en dat het verstrekken van drank (21%) daarin opgaat. Toch moet de BV verschillende btw-tarieven hanteren, oordeelt Rechtbank Zeeland-West-Brabant. De Nederlandse regelgeving is in overeenstemming met de Btw-richtlijn. Die staat toe dat voor één restaurantdienst twee verschillende tarieven worden gehanteerd en dat de levering van alcoholische drank in het kader van die dienst mag worden uitgesloten van het 6%-tarief.
21-11-2016


Orthopedische voorzieningen aan confectieschoenen laag belast

De oplevering van bepaalde roerende zaken door degene die de roerende zaak vervaardigt, is belast tegen 6% btw (post b.16 tabel I). Aan dit criterium voldoet orthopedisch schoeisel dat op individuele basis of in serie is gemaakt, maar alleen is te dragen na aanpassing op de individuele zieke voet. In de zaak van een schoenmaker is het de vraag of de confectieschoen die hij op medisch voorschrift geschikt maakt voor mensen met orthopedische aandoeningen ook aan dit criterium voldoet. Ja, antwoordt de Hoge Raad. De aanpassingen zijn zo ingrijpend, dat er in feite sprake is van (de oplevering van) een nieuw vervaardigde schoen.
21-11-2016


De vrijstelling voor watersportorganisaties is alleen van toepassing op de terbeschikkingstelling van een lig- en bergplaats als het vaartuig op basis van objectieve kenmerken geschikt en noodzakelijk is voor sportbeoefening. Het daadwerkelijk gebruik van het vaartuig is daarvoor niet relevant. Daarom is volgens staatssecretaris Wiebes een roeiboot of skiff wel geschikt voor de vrijstelling, maar een boot voor sportvissen niet. Een roeiboot is namelijk geschikt en noodzakelijk om de roeisport te kunnen beoefenen. Een boot is echter niet noodzakelijk voor sportvissen, omdat vissen ook kan plaatsvinden vanaf de walkant, het strand, een vlot of een steiger.
21-11-2016


Een handelaar past het 6% btw-tarief toe op onder meer zonnebrandoliën en fluorhoudende tandpasta’s. Hij meent dat deze producten kunnen worden aangemerkt als geneesmiddelen door hun aandieningswijze. Terecht, oordeelt de Hoge Raad in tegenstelling tot rechtbank en hof. Het aandieningscriterium moet ruim worden uitgelegd. Hieraan wordt voldaan als op het product expliciet wordt aangegeven dat het een therapeutische of profylactische werking heeft. De consument zal deze vermeldingen zo interpreteren dat deze middelen bescherming bieden en verbranding (zonnebrandolie) en gaatjes (tandpasta) voorkomen. Zonnebrandoliën en tandpasta’s zijn daarom geneesmiddelen.
21-11-2016


Uitbreiding onderwijsvrijstelling samenwerkende onderwijsinstellingen

Onderwijsinstellingen die in samenwerking onderwijs aanbieden en eventueel bijbehorende ondersteunende diensten verrichten, kunnen de onderwijsvrijstelling toepassen op al deze werkzaamheden. Voorwaarde daarbij is dat de werkzaamheden kwalificeren als één ondeelbare vrijgestelde onderwijsprestatie. Dit geldt ook als de samenwerkende onderwijsinstellingen presteren aan een samenwerkingsvorm die voor de btw als zelfstandig wordt aangemerkt. De onderwijsondersteunende diensten gaan op in de btw-vrijgestelde onderwijsprestatie, voor zover deze diensten nodig en gebruikelijk zijn voor het onderwijs dat in samenwerking wordt aangeboden.
07-11-2016


Een Duits district koopt goederen die voor 2,65% worden gebruikt voor belaste prestaties. Het district meent in zoverre btw-aftrek te kunnen claimen. De Duitse belastingdienst staat echter in het geheel geen aftrek toe, omdat het belast gebruik minder bedraagt dan 10%. Dat is niet terecht, oordeelt het EU-Hof van Justitie. Dit staat de Zesde Btw-richtlijn niet toe. Een btw-ondernemer mag in beginsel de btw aftrekken voor zover hij een goed of dienst voor belaste prestaties gebruikt. Er is geen regeling toegestaan die de aftrek geheel weigert bij minder dan 10% belast gebruik.
07-11-2016


EU-lidstaten mogen de btw-aftrek niet weigeren alleen omdat een factuur niet aan de factuurvereisten voldoet. Een btw-ondernemer moet de gelegenheid krijgen om aanvullende informatie te verstrekken. Als de belastingdienst daardoor alsnog over alle benodigde informatie beschikt om na te gaan of is voldaan aan de materiële vereisten voor uitoefening van het aftrekrecht, moet de btw-aftrek worden toegestaan. Dit is de uitkomst van een Portugese en een Duitse zaak bij het EU-Hof van Justitie. In beide zaken vertonen de facturen gebreken, maar wordt de btw-aftrek alsnog verkregen door aanvullende informatie te verstrekken.
07-11-2016


Aanscherping overgangsrecht bij nieuwe teruggaafregeling oninbare vorderingen

Het overgangsrecht bij de nieuwe teruggaafregeling voor oninbare vorderingen wordt aangescherpt. Dit overgangsrecht geldt voor bestaande vorderingen, waarvoor op grond van de huidige btw-regels nog geen recht op teruggaaf bestaat wegens oninbaarheid. Voor deze vorderingen begint op 1 januari 2017 de 1-jaarstermijn te lopen. Dit geldt ook voor nog niet betaalde crediteuren. Onder de huidige wetgeving is de al geclaimde btw bij niet-betaling na 2 jaar weer verschuldigd. Vanwege de wijziging van de 2-jaarstermijn naar de 1-jaarstermijn voor niet betaalde crediteuren, worden echter de posten die al opeisbaar waren in 2015 en op 1 januari 2017 nog niet zijn betaald, geacht al op 1 januari 2016 opeisbaar te zijn geworden. Hiermee wordt een btw-lek voorkomen.
07-11-2016


Sociale-culturele vrijstelling voor koepelorganisatie artsen

Een koepelorganisatie voor artsen en studenten geneeskunde verricht opleidings- en registratiediensten. Haar statutaire doelstelling is de geneeskunst te bevorderen in de ruimste zin, in het belang van de volksgezondheid. De organisatie verzoekt om toepassing van de sociaal-culturele vrijstelling. De inspecteur wijst dit verzoek af, omdat de organisatie niet voldoet aan de voorwaarden. De organisatie mag de vrijstelling toepassen, aldus Rechtbank Gelderland. De inspecteur legt het begrip ‘sociale zekerheid’ namelijk te beperkt uit. Volgens de rechtbank hangen kwaliteitsbewaking en opleiding van artsen nauw samen met de sociale zekerheid en zijn zij daarvoor onontbeerlijk.
24-10-2016


Sinds 1 september 2016 (het nieuwe schooljaar) is het Hoger Onderwijs voor Ouderen (HOVO) belast met btw. De Belastingdienst heeft aan HOVO-instellingen kenbaar gemaakt dat individuele cursussen wel kunnen voldoen aan de btw-vrijstelling voor onderwijs. Bij twijfel kan dit met de inspecteur worden afgestemd. Voorheen konden de HOVO-instellingen de btw-vrijstelling benutten op grond van een goedkeuring voor Volksuniversiteiten, maar die is ingetrokken. Universiteiten en hogescholen bieden HOVO-cursussen aan voor mensen van 50 jaar of ouder. Het aanbod betreft cursussen op het gebied van onder andere kunst, filosofie, (cultuur)geschiedenis, exacte vakken en psychologie.
24-10-2016


Toch geen 6%-tarief voor parkeren bij natuurpark

Een stichting exploiteert een natuurpark en een museum. Bezoekers kunnen bij de verschillende ingangen hun auto parkeren tegen betaling van € 2. De stichting past daarop het 6%-tarief toe, omdat het parkeren een bijkomstige dienst is bij het toegang verlenen tot het park. Dat is onjuist, oordeelt Hof Arnhem-Leeuwarden. Het bieden van gelegenheid tot parkeren is in financieel, economisch en organisatorisch perspectief een zelfstandige prestatie. De bezoeker kan kiezen uit verschillende vervoersmiddelen waarmee hij naar het park komt. Kiest hij voor vervoer per auto, dan moet hij die ergens kunnen parkeren. De stichting voorziet in die behoefte.
24-10-2016


Algemeen btw-tarief voor alcoholische dranken bij lunches en diners

Een exploitant van een horecagelegenheid schenkt alcoholische dranken bij lunches en diners. Hij beschouwt dit als één restaurantdienst die belast is tegen het 6%-tarief. Hij voert aan dat het in toenemende mate ondoenlijk is om de omzet voor de btw te splitsen in de levering van alcoholische drank (21%) en de levering van spijzen (6%). Toch moet de exploitant verschillende btw-tarieven hanteren, oordeelt Rechtbank Gelderland. De Nederlandse regelgeving is in overeenstemming met de Btw-richtlijn. Die staat toe dat voor één restaurantdienst twee verschillende tarieven worden gehanteerd en dat de levering van alcoholische drank in het kader van die dienst mag worden uitgesloten van het 6%-tarief.
24-10-2016


Werkgevers- en werknemersorganisaties waarbij zowel vrijgestelde als belaste leden samenwerken, kunnen nog steeds gebruikmaken van de btw-vrijstelling voor samenwerkingsverbanden voor hun diensten - en de daarmee samenhangende leveringen - aan vrijgestelde leden. De goedkeuring die dit mogelijk maakt, blijft echter – in tegenstelling tot eerdere berichten - nog van kracht tot 1 januari 2017. In het besluit BLKB2015/1360M van 22 juli 2016 is per abuis vermeld dat de intrekking per 1 juli 2016 was ingegaan.
10-10-2016


Een BV exploiteert speelautomaten. Zij brengt daarvoor sinds 1 juli 2008 29% kansspelbelasting in rekening. Daarvan doet zij wel aangifte, maar zij draagt de verschuldigde belasting niet af. De BV heeft te kampen met omzetdaling en wijdt dit aan de invoering van de kansspelbelasting. Zij meent dat deze belasting leidt tot een individuele en buitensporige last. Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden is daarvan geen sprake. Uit berekeningen van de BV blijkt dat zij feitelijk schadeloosgesteld wenst te worden voor de belastingverhoging sinds 1 juli 2008. De wetgever heeft deze verhoging echter gewild en voorzien voor de gehele branche.
10-10-2016


Vrijgestelde verhuur opslagruimte belemmert btw-aftrek

Een BV verhuurt opslagruimten in containers die zijn ondergebracht in twee panden. Daarnaast zorgt zij voor de bewaking en stelt zij transportmiddelen ter beschikking. De BV brengt over de huurvergoeding btw in rekening aan ondernemers en trekt voorbelasting af. Ten onrechte, oordeelt Hof Den Bosch. Er is sprake van vrijgestelde verhuur van onroerende zaken. Hoewel opslag het doel van de huurovereenkomst is, voorziet de BV hierin door een overeenkomst aan te bieden voor het exclusieve gebruik van een afzonderlijke, afgebakende ruimte. De aanvullende faciliteiten zijn niet meer dan bijkomende diensten.
10-10-2016


De landbouwregeling in de btw wordt mogelijk afgeschaft per 1 januari 2018. Uit het interdepartementaal Beleidsonderzoek Agro-, visserij en voedselketens blijkt namelijk dat deze regeling in geringe mate bijdraagt aan de beleidsdoelen voor concurrerende, duurzame en veilige agro-, visserij- en voedselketens. Dit beleidsvoornemen staat in de Miljoenennota 2017 bij de begroting van het ministerie van Economische Zaken. Het is (nog) niet duidelijk wanneer een concreet wetsvoorstel zal worden ingediend. Als de maatregel daadwerkelijk wordt ingevoerd, worden alle ondernemers in de agrarische sector btw-plichtig.
10-10-2016


Reminder tijdig terugvragen buitenlandse btw

Is uw cliënt btw-ondernemer en hebben ondernemers in een andere EU-lidstaat aan hem/haar in 2015 buitenlandse btw in rekening gebracht? Die btw kunt u, of uw cliënt, terugvragen via de Belastingdienst. Hiervoor moet worden ingelogd op een speciale website. Zodra het teruggaafverzoek is ingediend, stuurt de Belastingdienst dit verzoek binnen 15 dagen door naar de belastingdienst van het EU-land waar de btw wordt teruggevraagd. Duurt dit langer, dan maakt uw cliënt mogelijk aanspraak op coulancerente. De teruggaafverzoeken moeten uiterlijk op 30 september 2016 worden ingediend. Uitstel is niet mogelijk.
26-09-2016


Prinsjesdag: wijziging btw-vrijstelling voor watersportorganisaties

Twee Nederlandse btw-vrijstellingen voor de verhuur van ligplaatsen en bergplaatsen door niet-winstbeogende watersportorganisaties zijn in strijd met de Europese btw-regels. Om die reden worden deze vrijstellingen per 1 januari 2017 aangepast. Zo geldt de vrijstelling ook voor deze sportorganisaties als zij voor hun dienstverlening (ook) gebruikmaken van werknemers. De vrijstelling wordt echter beperkt tot de verhuur van ligplaatsen en bergplaatsen voor vaartuigen die worden gebruikt voor sportactiviteiten.
26-09-2016


Een kavel grond is op grond van Europese btw-regels eerder een bouwterrein dan op grond van de Nederlandse btw-regels. Als een perceel grond een bouwterrein is, dan is de levering van rechtswege belast met btw en is er geen overdrachtsbelasting (OVB) verschuldigd. Vanaf 1 januari 2017 worden de Nederlandse btw-regels aangepast aan de Europese btw-regels. In de nieuwe wetgeving is er al sprake van een bouwterrein wanneer ‘onbebouwde grond die kennelijk is bestemd om te worden bebouwd met een of meer gebouwen’ wordt geleverd. Daarnaast wordt onder voorwaarden het toepassingsbereik van de samenloopvrijstelling met terugwerkende kracht tot 17 december 2015 verruimd.
26-09-2016


Vanaf 1 januari 2017 hoeft geen apart verzoek meer te worden gedaan voor de teruggaaf van btw op oninbare vorderingen. Voorgesteld wordt dat de afgedragen btw die 1 jaar na de opeisbaarheid niet is betaald door de afnemer, in mindering mag worden gebracht in de reguliere btw-aangifte. De afnemer moet de afgetrokken – maar niet betaalde – btw na een jaar corrigeren. Krijgt uw cliënt de vordering na een jaar toch betaald, dan wordt hij/zij de btw weer verschuldigd. Voor bestaande vorderingen begint op 1 januari 2017 de 1-jaarstermijn te lopen. Wat nu als de vordering is overgedragen aan een andere ondernemer?
26-09-2016


Geen naheffing ondanks betaling met foutief betalingskenmerk

Een onderneemster betaalt verschuldigde btw (€ 22), maar zij vermeldt een foutief betalingskenmerk. De Belastingdienst stort het bedrag direct terug, omdat niet traceerbaar is waarop de betaling betrekking heeft. Er volgt een naheffingsaanslag, verhoogd met € 50 boete. Volgens Rechtbank Gelderland heeft geen betaling plaatsgevonden in de zin van artikel 6:114, lid 1 BW. De Belastingdienst kan op grond van dit artikel de girale betaling weigeren als het juiste kenmerk ontbreekt. De Belastingdienst heeft dit echter niet aangevoerd. De btw is bovendien maar een klein bedrag en de terugstorting vond plaats buiten de wil van de onderneemster. Daarom krijgt zij toch gelijk.
12-09-2016


De levering van protheses voor dieren is belast met 21%. Onder een prothese wordt een kunstmatige vervanging verstaan van een lichaamsdeel, een orgaan of een deel daarvan. Protheses voor mensen zijn echter belast met 6% btw. Dit bericht staat op de website van de Belastingdienst. Verder meldt de Belastingdienst dat onbewerkt hennepstro en hennepstrooisel worden aangemerkt als stro. De levering ervan is daarom ook belast met 6% btw. Het hennepstrooisel moet wel primair gebruikt worden als bodembedekker in ligboxenstallen of in andere dierenverblijven.
12-09-2016


De btw-behandeling van vouchers wijzigt uiterlijk per 1 januari 2019. De Europese Raad heeft een daartoe strekkende richtlijn aangenomen, die de btw-afhandeling van vouchers binnen de EU harmoniseert. De nieuwe richtlijn moet dubbele heffing, geen heffing of andere ongewenste gevolgen voorkomen van de huidige - per lidstaat verschillende - btw-afhandeling van vouchers. Er zijn drie soorten vouchers: single purpose vouchers (spv; voor een enkel doel), multi purpose vouchers (mpv; voor meerdere doelen) en kortingsvouchers. De nieuwe richtlijn raakt vooral de mpv’s. Deze vouchers zijn niet belast bij aankoop, maar pas zodra de klant de voucher inwisselt.
12-09-2016


Belastingdienst sluit akkoord over btw-vrijstelling met psychologen

De Belastingdienst en het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP) hebben een landelijk akkoord bereikt over de toepassing van de btw-vrijstelling. NIP-leden met een universitair diploma psychologie mogen de btw-vrijstelling toepassen op de gezondheidskundige diensten binnen hun deskundigheidsgebied. De Belastingdienst zal het NIP binnenkort laten weten wanneer kan worden gestart met het landelijke traject en hen informeren over de te volgen procedure. De toepassing van de btw-vrijstelling kan dan groepsgewijs en landelijk worden afgehandeld: dit hoeft dan niet meer per individueel geval en per belastingregio.
12-09-2016


Rondleiding in voetbalstadion annex museumcollectie met 21% én 6% belast?

Een CV exploiteert een gebouwencomplex, dat bestaat uit een voetbalstadion met bijbehorende voorzieningen en een museum. Zij geeft onder meer tegen vergoeding rondleidingen door het complex, met als eindpunt een bezoek aan het museum. Hierop past zij het 6%-tarief toe. Verwijzingshof Den Bosch oordeelt echter dat het museumbezoek een ondergeschikt onderdeel van de rondleiding is en dus ook belast is tegen 21% btw. De CV krijgt echter in cassatie nog geen duidelijkheid. De Hoge Raad legt namelijk het EU-Hof van Justitie de prejudiciële vraag voor of het mogelijk is dat bij één ondeelbare dienst twee verschillende btw-tarieven van toepassing kunnen zijn.
22-08-2016


Werkgevers- en werknemersorganisaties waarbij zowel vrijgestelde als belaste leden samenwerken, kunnen geen gebruik meer maken van de btw-vrijstelling voor samenwerkingsverbanden voor hun diensten - en de daarmee samenhangende leveringen - aan vrijgestelde leden. De goedkeuring die dit mogelijk maakte, is namelijk per 1 juli 2016 ingetrokken. Er bestaat geen basis in de btw-richtlijn voor een dergelijke verruiming van het toepassingsbereik van deze vrijstelling, aldus de staatssecretaris. De goedkeuring kan ook niet meer worden toegepast door organisaties waarin leden samenwerken die al dan niet onder de landbouwregeling vallen.
22-08-2016


Geen afschaffing maar vereenvoudiging kleine ondernemersregeling

De kleine ondernemersregeling (ko-regeling) wordt niet afgeschaft, maar waarschijnlijk wel vereenvoudigd. Staatssecretaris Wiebes laat in een brief aan de Tweede Kamer weten dat de mogelijkheden voor vereenvoudiging van de ko-regeling worden onderzocht. Hij is niet van plan om de regeling af te schaffen, gelet op de functie van de regeling. De vermindering van belasting wordt namelijk aan kleine ondernemers verleend, omdat de administratieve verplichtingen die uit de btw voortvloeien relatief zwaar op hen drukken. Wanneer de eventuele vereenvoudiging mag worden verwacht, geeft de staatssecretaris niet aan. Maar Prinsjesdag is de meest voor de hand liggende gelegenheid.
22-08-2016


Denk aan de deadline verzoek teruggaaf buitenlandse btw

Is uw cliënt btw-ondernemer en hebben ondernemers in een andere EU-lidstaat aan hem/haar in 2015 buitenlandse btw in rekening gebracht? Die btw kunt u, of uw cliënt, terugvragen via de Belastingdienst. Hiervoor moet worden ingelogd op een speciale website. Zodra het teruggaafverzoek is ingediend, stuurt de Belastingdienst dit verzoek binnen 15 dagen door naar de belastingdienst van het EU-land waar de btw wordt teruggevraagd. Duurt dit langer, dan maakt uw cliënt mogelijk aanspraak op coulancerente. De teruggaafverzoeken moeten uiterlijk op 30 september 2016 worden ingediend. Uitstel is niet mogelijk.
22-08-2016


Een evenementenbureau organiseert buitenactiviteiten voor particulieren en arrangeert personeelsuitjes voor de zakelijke markt. De activiteiten vinden plaats op en rond het strand. Het bureau brengt hiervoor 6% btw in rekening, omdat het gaat om sportactiviteiten. De inspecteur vindt dat het recreatieve activiteiten zijn, waarop het 21%-tarief van toepassing is. Twee cumulatieve criteria zijn bepalend voor de toepassing van het 6%-tarief: er moet een sportaccommodatie ter beschikking worden gesteld én er moet gelegenheid worden gegeven tot sportbeoefening. Het evenementenbureau voldoet niet aan het eerste criterium, oordeelt Hof Arnhem-Leeuwarden.
22-08-2016


Btw op advocaatkosten niet aftrekbaar voor BV

Een DGA is aandeelhouder van twee BV’s. De werkzaamheden van de BV’s bestaan uit het geven van financieel advies en consultancyadvies. De DGA en een van de BV’s zijn betrokken bij de afhandeling van de faillissementen van enkele vennootschappen. De DGA wordt daarbij verdacht van het plegen van faillissementsfraude. Hij laat zich bijstaan door een advocaat. Een van de BV’s trekt de btw op de advocaatkosten af. Dat kan niet, oordeelt Rechtbank Gelderland. De BV wordt niet genoemd als de afnemer van de dienst. Uit de omschrijving blijkt dat de werkzaamheden zijn verricht voor de strafzaak tegen de DGA.
25-07-2016


Hoe kan de btw-teruggaaf bij oninbare vorderingen worden vereenvoudigd? Hierover is een internetconsultatie gestart. Het voorstel ter vereenvoudiging houdt in dat een ondernemer de afgedragen btw die 1 jaar na de opeisbaarheid niet is betaald door zijn afnemer, in mindering mag brengen in zijn btw-aangifte. De afnemer moet de afgetrokken - maar niet betaalde - btw na een jaar corrigeren. Als de afnemer na een jaar toch betaalt, wordt de ondernemer de btw weer verschuldigd. De voorgestelde ingangsdatum van de vereenvoudiging is 1 januari 2017. Voor bestaande vorderingen begint dan de 1-jaarstermijn te lopen. Belangstellenden kunnen tot 14 augustus 2016 reageren op het voorstel.
25-07-2016


Aanbrengen flakes-, giet- en coatingvloeren belast met 6% btw

Heeft uw cliënt een woning ouder dan twee jaar? In dat geval valt ook het aanbrengen van flakes (decoratieve gepigmenteerde kunststofdeeltjes) op trappen en vloeren onder het verlaagde btw-tarief van 6%. De werkzaamheden bestaan uit het aanbrengen van een speciale kleeflaag op de ondergrond, het daarin blazen van de flakes en het afwerken met een speciale laklaag. Ook het aanbrengen van een giet- of een coatingvloer in een woning ouder dan 2 jaar valt onder het 6%-tarief, mits sprake is van een verfproduct. Dit maakt de Belastingdienst bekend.
25-07-2016


Een BV verleent in 2006 een licentie aan een andere BV voor het voeren van een merknaam. De BV draagt de in rekening gebrachte btw van ruim € 3,4 miljoen af. De vergoeding wordt in termijnen betaald, maar hierover ontstaat medio 2007 onenigheid. De BV stuurt de andere BV een creditfactuur en laat haar daarmee weten dat zij ook van de resterende termijnen afziet mits de licentieovereenkomst eindigt. De andere BV stuurt de factuur echter retour. Toch vraagt de BV de op deze factuur vermelde btw (ruim € 1 miljoen) terug. De btw-teruggaaf moet worden verleend als de BV aannemelijk kan maken dat de vergoeding niet is - en ook niet zal worden - ontvangen. Daarin is zij niet geslaagd.
25-07-2016


Een BV exploiteert een monumentaal kantoorpand. Het pand staat leeg tot 1 april 2012 en wordt daarna om niet ter beschikking gesteld aan een gelieerde BV. De BV trekt de voorbelasting af op de instandhoudingskosten tijdens de leegstand. De inspecteur heeft deze aftrek terecht gecorrigeerd, oordeelt Rechtbank Gelderland. Hoewel er gedurende de leegstand vanuit moet worden gegaan dat er sprake is van voorgenomen gebruik voor belaste prestaties, heeft de inspecteur terecht geconcludeerd dat daarvan geen sprake is. Het pand werd om niet ter beschikking gesteld, in 2012 is geen huur betaald en er zijn ook geen facturen uitgereikt. Dit bewijsvermoeden heeft de BV niet weerlegd.
25-07-2016


Zonder facturen geen btw-aftrek

Een vrouw drijft een onderneming in het vervaardigen en verkopen van tekeningen. Haar dochter verzorgt haar administratie. Naar aanleiding van een boekenonderzoek legt de inspecteur de vrouw een btw-naheffingsaanslag op omdat zij geen facturen kan overleggen waarop de afgetrokken btw vermeld is. Zij geeft aan dat haar administratie is zoekgeraakt vanwege de verhuizingen van haar dochter tussen verschillende ggz-instellingen. Dit argument ontslaat de vrouw niet van de wettelijke verplichting om de btw-aftrek te staven met facturen, aldus Hof Amsterdam. De naheffingsaanslag is terecht opgelegd.
20-06-2016


Een man is tussen 2010 en 2013 bestuurder van een Vpb-plichtige stichting die zich bezighield met het ontwikkelen en verkopen van duurzame energieproducten. De bestuurder wordt aansprakelijk gesteld voor de onbetaald gebleven btw-schulden die tijdens zijn bestuur zijn ontstaan. Terecht, oordeelt Rechtbank Zeeland-West-Brabant. De stichting heeft de betalingsonmacht niet binnen twee weken na het ontstaan daarvan gemeld. De bestuurder maakt echter niet aannemelijk dat dit niet aan hem te wijten is. Hij wordt daarom niet toegelaten tot het weerleggen van het vermoeden dat de niet-betaling aan hem te wijten is. De aansprakelijkstelling is terecht.
20-06-2016


Holding die alleen accountantskosten doorbelast is geen btw-ondernemer

Een holding-BV houdt alle aandelen in enkele dochter-BV’s. Zij belast de accountantskosten voor het opstellen van de jaarrekeningen deels door aan de dochter-BV’s en brengt alle voorbelasting in aftrek. De inspecteur heeft dit terecht geweigerd, oordeelt Rechtbank Gelderland. De holding-BV verricht geen prestaties aan de dochter-BV’s. Er zijn geen aanknopingspunten gevonden die daarop wijzen. De dochter-BV’s hebben ook geen voordeel genoten. Evenmin is er een fiscale eenheid van rechtswege. De holding-BV maakt niet aannemelijk dat er sprake is van economische verwevenheid tussen haar en de dochter-BV’s. De holding-BV is geen btw-ondernemer.
20-06-2016


Een BV vormt met een andere BV een fiscale eenheid voor de btw. Door het faillissement van de andere BV wordt de fiscale eenheid ontbonden. De overblijvende BV wordt aansprakelijk gesteld voor de openstaande btw-schulden van de fiscale eenheid en ook voor de opgelegde boeten, rente en kosten. De BV is op grond van artikel 43 Invorderingswet (IW) aansprakelijk voor de btw-schulden, oordeelt Rechtbank Zeeland-West-Brabant. Maar voor de boeten, rente en kosten is zij alleen aansprakelijk als het belopen ervan aan haar te wijten is. Dit is het geval concludeert de rechtbank op grond van gegevens uit een bezwaarschrift, dat de BV heeft ingediend.
20-06-2016


De samenloopvrijstelling voorkomt cumulatie van btw en overdrachtsbelasting (OVB). Onder voorwaarden en op verzoek kan deze vrijstelling nu ook worden toegepast bij verkrijging van een bouwterrein dat enkel op grond van de btw-richtlijn als bouwterrein kwalificeert. De staatssecretaris keurt deze verruiming van het toepassingsbereik van de samenloopvrijstelling goed met terugwerkende kracht tot 17 december 2015. Teruggaaf of vermindering van OVB wordt op verzoek verleend als de voldoening op aangifte of de naheffingsaanslag op of na deze datum onherroepelijk is komen vast te staan.
20-06-2016


Btw bij afwikkeling aardbevingsschade Groningen

De btw-aspecten bij de afwikkeling van de aardbevingsschade in Groningen bestaan uit de factureringsplicht en de btw-aftrek. De factureringsplicht geldt alleen voor prestaties van ondernemers aan andere ondernemers en rechtspersonen. De afnemer is degene met wie de ondernemer een overeenkomst sluit. De schadeveroorzaker kan de voorbelasting op de herstelkosten in aftrek brengen als hij/zij btw-ondernemer is, btw-belaste prestaties verricht en met de herstelondernemer een overeenkomst heeft gesloten. De btw komt dus niet in aftrek als de schadelijdende partij de herstelopdracht heeft gegeven en de schadeveroorzaker de herstelkosten betaalt.
06-06-2016


Een BV verricht bouwwerkzaamheden. Naar aanleiding van een melding van de FIOD vindt bij haar een boekenonderzoek plaats. De inspecteur legt - ter behoud van rechten - btw-naheffingsaanslagen op, omdat de BV als ‘aannemer’ de verleggingsregeling ten onrechte niet heeft toegepast. Ook heeft de BV het 6%-tarief voor stuc- en schilderwerk te ruim toegepast. Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden heeft de BV niet voldaan aan de wettelijke administratieplicht en moet de bewijslast daarom worden omgekeerd en verzwaard. De BV moet het tegenbewijs leveren voor de correcties van de inspecteur. Daarin slaagt zij niet.
06-06-2016


Eigenaren van zonnepanelen die € 1.345 of minder aan btw moeten betalen en ‘ontheffing van administratieve verplichtingen’ hebben aangevraagd, kunnen toch een aanslag hebben ontvangen. De Belastingdienst heeft de aanslag in dat geval al opgelegd voordat zij de ontheffingsaanvraag in behandeling kon nemen. Het betreft de aanslagen met de datum 28 mei 2016. De Belastingdienst heeft dit - als het goed is - gecorrigeerd op 3 juni jl. door een nieuwe beschikking uit te reiken aan de betreffende eigenaren van zonnepanelen. Daarbij is de aanslag verminderd tot nul.
06-06-2016


Achteraf geen btw-ondernemerschap: btw-teruggaaf terecht nageheven

Een man laat zijn woning verbouwen. Een deel van de woning wil hij gebruiken voor de werkzaamheden die hij als DGA wil gaan verrichten voor enkele BV’s. Op grond van de gegevens uit het formulier ‘Opgaaf startende ondernemers’ verleent de inspecteur hem teruggaaf van de btw op de bouwkosten van de woning. Als blijkt dat de man de geplande werkzaamheden niet heeft gestart, legt de inspecteur hem een naheffingsaanslag op. Terecht, oordeelt Hof Arnhem-Leeuwarden. De man kan geen beroep doen op opgewekt vertrouwen, omdat de inspecteur heeft aangegeven dat hij het btw-ondernemerschap voorlopig toekent.
06-06-2016


Een ondernemer exploiteert een paardenpension. Hij is met de Staat verwikkeld in een onteigeningsprocedure, waarvoor hij deskundigen inschakelt. Omdat hij btw-belaste prestaties verricht, trekt hij de btw op de kosten van de deskundigen af. Dat is onjuist, oordeelt de Hoge Raad. De overgang van het onteigende naar de Staat als gevolg van de onteigeningsprocedure is een vrijgestelde levering van een goed. De diensten van de deskundigen zijn erop gericht om de omvang van de onteigeningsvergoeding voor die levering te bepalen. Deze kosten hangen dus rechtstreeks en onmiddellijk samen met de vrijgestelde levering. De btw op die kosten is dus niet aftrekbaar.
06-06-2016


Btw-aftrek voor vereniging van effectenbezitters

Een vereniging van effectenbezitters voert op eigen initiatief collectieve juridische acties tegen bedrijven, die volgens haar schade hebben toegebracht aan de belangen van beleggers. Is met een aangesproken bedrijf een schikking getroffen, dan verricht de vereniging de afwikkelingsactiviteiten. Zij brengt de btw op de kosten van de collectieve juridische acties in aftrek. De inspecteur weigert de aftrek omdat er geen sprake is van economische activiteiten. Hof Den Haag ziet dat anders. De collectieve juridische acties - en daarmee ook de kosten - houden rechtstreeks verband met de uitgevoerde afwikkelingsactiviteiten. De btw op de kosten is daarom aftrekbaar.
23-05-2016


Vergoeding voor medisch management btw-belast of vrijgesteld?

Een maatschap van chirurgen is werkzaam in een ziekenhuis. Zij ontvangt een managementvergoeding voor de deelname van de maten in het management van het ziekenhuis. Daarnaast ontvangt zij van de artsenmaatschappen die werkzaam zijn in het ziekenhuis een vergoeding voor het voorzitterschap van de stafmaatschap. De maatschap heeft de managementvergoeding ontvangen uit het variabele deel van het honorarium dat het ziekenhuis is overeengekomen met de zorgverzekeraars. Dit is vrijgesteld van btw, oordeelt Rechtbank Zeeland-West-Brabant. Ook de andere vergoeding is vrijgesteld. Dit betreft een interne aangelegenheid van de artsen en geen dienst aan het ziekenhuis.
23-05-2016


Auto niet op balans: geen btw-aftrek voor BV

Een BV koopt een auto voor haar DGA. Het kenteken en de facturen staan op haar naam en zij heeft de auto ook verzekerd. Toch staat de auto niet op de balans van de BV, omdat deze direct na de aankoop is overgedragen aan de DGA. De auto is privévermogen van de DGA. De BV heeft een vordering op de DGA wegens de aankoop van de auto en zij vergoedt het zakelijk gebruik van de DGA. Toch brengt de BV de aankoop-btw in aftrek. Ten onrechte, oordeelt Hof Den Bosch. De auto is wel geleverd aan de BV, maar is onmiddellijk doorgeleverd aan de DGA. De BV stelt niet de auto aan de DGA ter beschikking, maar andersom. De naheffingsaanslag is terecht opgelegd.
23-05-2016


Bewijslast toepassing verleggingsregeling bij hoofdaannemer

Een BV reikt bij de bouw van een school aan de gemeente facturen uit met daarop vermeld ‘btw verlegd’. Zij meent dat zij de verleggingsregeling mag toepassen omdat de gemeente de leiding heeft over de bouw en daardoor optreedt als ‘eigenbouwer’. De inspecteur vindt dat de BV de verleggingsregeling ten onrechte heeft toegepast en legt een naheffingsaanslag btw op. De BV heeft als hoofdaannemer de bewijslast voor de toepassing van de verleggingsregeling, oordeelt Rechtbank Den Haag. Aangezien de BV niet aannemelijk maakt dat de algehele leiding van de bouw bij de gemeente rust, slaagt zij niet in haar bewijslast.
23-05-2016


Een BV exploiteert onroerende zaken. Zij realiseert, verkoopt en verhuurt units en een bedrijfspand. Daarnaast verkoopt zij auto’s. De BV berekent de aftrekbare btw in de algemene kosten (waaronder accountantskosten en autokosten) niet op basis van de omzetverhouding van de belaste en vrijgestelde prestaties (pro-rata-methode), maar op basis van het werkelijk gebruik van de vloeroppervlakte van het bedrijfspand en de units. Volgens Rechtbank Gelderland kan dit alleen als de BV aannemelijk maakt dat deze methode het werkelijk gebruik beter weergeeft dan de pro-rata-methode. Daarin is zij niet geslaagd.
23-05-2016


Een administrateur had eind 2013 een btw-schuld op zijn balans van € 19.781. Die schuld had betrekking op de periode 2009 - 2013. Na een boekenonderzoek legt de inspecteur hem over die jaren naheffingsaanslagen op, verhoogd met een vergrijpboete van 50%. De administrateur stelt dat de boete moet worden verminderd tot 10% op grond van beleid van de Belastingdienst bij het project Balansschulden OB. Dat beleid ligt vast in een bijbehorende notitie, waarin staat dat voor btw-schulden lager dan € 50.000 wordt volstaan met een verzuimboete van 10%. Dit beleid is op grond van het gelijkheidsbeginsel van toepassing, oordeelt Rechtbank Zeeland-West-Brabant.
09-05-2016


Onbelaste vergoeding voor exploitatietekort

Een woningcorporatie ontvangt huur van de buitenlandse studenten die zij huisvest. Daarnaast ontvangt zij van de hogescholen waar deze studenten staan ingeschreven, een vergoeding voor leegstand en een vergoeding voor exploitatietekort. De vergoeding voor leegstand is belast, aldus Verwijzingshof Den Bosch, omdat er een rechtstreeks verband is met de verhuur. De vergoeding wordt namelijk hoger naarmate de corporatie meer leegstaande woningen beschikbaar houdt. De vergoeding voor het exploitatietekort is onbelast, omdat die niet afhangt van de mate waarin de wooneenheden feitelijk leegstaan of worden verhuurd. Er is geen rechtstreeks verband met de verhuur.
09-05-2016


Een boer exploiteert een melkveehouderij. Hij gaat per 1 oktober 2013 over van de landbouwregeling op de ‘normale btw-regels’. De boer meent dat hij dan recht heeft op herziening van de btw in de opfokkosten van de op 1 oktober 2013 aanwezige, binnen het eigen bedrijf voortgebrachte jongvee en koeien. De inspecteur heeft die herziening ten onrechte geweigerd, oordeelt Rechtbank Zeeland-West-Brabant. De boer heeft alsnog recht op aftrek van btw op de kosten voor de aanfok van jongvee en melkkoeien die op 1 oktober 2013 aanwezig waren op zijn bedrijf.
09-05-2016


Btw over privégebruik woon-werkpand in een maatschap of vof

Tot 1 januari 2011 konden ondernemers onder voorwaarden de volledige aftrek van voorbelasting claimen op de bouwkosten van een woon/werkpand. Vervolgens - uiteraard uitsluitend als de btw werd terugontvangen - moet de ondernemer jaarlijks gedurende de herzieningsperiode van 10 jaar na de eerste ingebruikneming van het woon-werkpand de btw over het feitelijke privégebruik afdragen aan de Belastingdienst. Heeft u cliënten die het woon-werkpand hebben aangeschaft middels een vennootschap onder firma of maatschap en zijn deze ondernemers nog steeds btw verschuldigd over het privégebruik? Neem dan eens contact op met uw btw-adviseur.
09-05-2016


Een zorggroep coördineert de multidisciplinaire, chronische zorg voor bepaalde patiënten van aangesloten huisartsen in de regio. Zij sluit contracten met zorgverzekeraars op basis waarvan zij de kosten van haar diensten declareert. Die kosten bestaan uit zorgkosten en overheadkosten. De inspecteur legt naheffingsaanslagen op over de periode 2010-2013, omdat de zorggroep ten onrechte de btw-vrijstelling toepast op de declaraties voor de overheadkosten. Terecht, oordeelt Rechtbank Zeeland-West-Brabant. Deze kosten hebben geen betrekking op de gezondheidskundige verzorging van de mens. Daarvoor is de medische vrijstelling niet bedoeld.
09-05-2016


Een zelfstandige, niet-BIG-geregistreerde psychotherapeut claimt toepassing van de medische btw-vrijstelling. Hij heeft de ECP-opleiding en aanvullende opleidingen gevolgd en extra certificaten behaald. Toch maakt hij volgens Rechtbank Den Haag hiermee niet aannemelijk dat het kwaliteitsniveau van zijn behandelingen gelijkwaardig is aan dat van een BIG-geregistreerde psycholoog. Voor de ECP-opleiding volstaat een mindere vooropleiding en de duur van die opleiding is korter dan de opleiding van een BIG-geregistreerde psycholoog. De gevolgde bijscholingsprogramma’s heffen dit verschil niet op. Bovendien ontbreekt voldoende kwaliteitsbewaking.
25-04-2016


Samenwerkende ondernemers kwalificeren niet als één btw-ondernemer

Een stichting, een BV en een maatschap werken samen om in een pand een bedrijf te exploiteren. De BV stelt een ruimte, een vergunning en expertise ter beschikking. De maten in de maatschap brengen hun arbeid in en de stichting verricht diensten aan de maatschap. De Belastingdienst merkt de samenwerking aan als één btw-ondernemer. Dat is onterecht, volgens Hof Den Haag. De samenwerking rechtvaardigt niet de conclusie dat er sprake is van één gezamenlijk uitgeoefende onderneming. Uit de onderlinge rechtsbetrekkingen blijkt dat alleen de maatschap het bedrijf exploiteert. De BV verleent alleen facilitaire diensten aan de maatschap en de stichting.
25-04-2016


De Nederlandse sportvrijstelling beperkt zich tot nauw met sport samenhangende diensten door niet-winstbeogende instellingen aan leden. Sinds het Bridport-arrest (C-495/12) weten we dat de vrijstelling ook geldt voor deze diensten aan niet-leden. De Nederlandse btw-sportvrijstelling moet dus worden verruimd. Ook moet het btw-regime worden herzien ten aanzien van het gelegenheid geven tot sportbeoefening. In 2008 oordeelde het EU-Hof namelijk al dat de terbeschikkingstelling van een sportterrein een prestatie is die onder de btw-sportvrijstelling moet vallen. Staatssecretaris Wiebes laat weten dat de verruiming van de sportvrijstelling onvermijdelijk is, maar dat de budgettaire ruimte daarvoor nog steeds ontbreekt.
25-04-2016


Een boer heeft geopteerd voor btw-heffing. Tot zijn ondernemingsvermogen behoort een boerderij die hij in 2006-2007 geheel laat verbouwen. Hij meent dat hij alle voorbelasting op de bouwkosten in aftrek kan brengen omdat de verbouwing één - gemengd gebruikt - investeringsgoed zou betreffen. Dat is onjuist, oordeelt Hof Arnhem-Leeuwarden. De werkzaamheden hebben niet geresulteerd in het aanbrengen van één nieuw constructief deel dat tevoren niet bestond, aan een ander al bestaand investeringsgoed (de woning). Wel heeft de verbouwing geleid tot meerdere investeringsgoederen. De aanbouw vormt een apart, nieuw investeringsgoed, waarvan de voorbelasting aftrekbaar is.
25-04-2016


Een Nederlandse NV in tandprothesen laat op bestelling van tandartsen tandprothesen maken door buitenlandse tandtechnische laboratoria. De laboratoria leveren de tandprothesen aan de NV, die deze vervolgens levert aan de tandartsen. De NV brengt geen btw in rekening op haar leveringen, maar zij claimt wel btw-aftrek op grond van de Btw-richtlijn. Door geen btw in rekening te brengen, heeft de NV voor toepassing van de vrijstelling gekozen, aldus de Hoge Raad. Hoewel de Nederlandse vrijstellingsregeling (tot 1 januari 2008) in strijd is met de btw-richtlijn, leidt dit niet tot aftrekrecht voor de NV. Zij had óf moeten afzien van de vrijstelling met behoud van aftrek, óf de vrijstelling moeten toepassen zonder aftrek.
25-04-2016


Verzoek btw-teruggaaf tijdig ingediend door afwijkend aangiftetijdvak

Aan een man worden op 6 februari 2013 zonnepanelen geleverd. Hij verzoekt om een btw-aangiftebiljet. De inspecteur reikt hem een biljet uit voor het tijdvak 1 januari 2013 tot en met 30 juni 2013. Daarop staat dat het biljet uiterlijk op 1 september 2013 moet zijn ingediend. De man dient het biljet in op 27 augustus 2013. De inspecteur verklaart het teruggaafverzoek echter niet-ontvankelijk, omdat de man zich te laat heeft aangemeld als ondernemer. Ten onrechte, oordeelt Rechtbank Noord-Nederland. De inspecteur heeft gebruik gemaakt van zijn bevoegdheid om een ander aangiftetijdvak aan te wijzen dan een kwartaal. De man heeft het aangiftebiljet tijdig ingediend.
11-04-2016


Politie-inspecteur maakt start vliegonderneming niet aannemelijk: geen btw-aftrek

Een fulltime politie-inspecteur volgt een commerciële pilotenopleiding. Hij brengt de voorbelasting in aftrek, omdat hij een vliegonderneming wil starten. Volgens Rechtbank Gelderland wordt dit voornemen onvoldoende onderbouwd door objectieve gegevens. De rechtbank acht van belang dat de pilotenopleiding naar zijn aard ook geschikt is voor privégebruik, terwijl vliegen de hobby is van de inspecteur. Verder heeft hij een fulltime baan en is hij 58 jaar tegen de tijd dat hij zijn onderneming start. Onder deze omstandigheden is het volgen van de opleiding geen voorbereidende ondernemingshandeling die recht geeft op btw-aftrek.
11-04-2016


Op factuur vermelde btw ook zonder belastbare prestatie verschuldigd

Een BV heeft vorderingen op een andere BV. Zij sluit met deze BV een overeenkomst tot finale kwijting. Er wordt een betalingsschema afgesproken, waarbij de BV maandelijks een factuur verstuurt. Daarop vermeldt zij ten onrechte ook btw. De andere BV betaalt echter slechts enkele termijnen. Toch moet de BV alle op de facturen vermelde btw afdragen, oordeelt de Hoge Raad. De btw is op grond van artikel 37 Wet OB verschuldigd, ook als een belastbare prestatie ontbreekt. Het uitgangspunt dat slechts btw mag worden geïnd voor zover de ontvanger van de factuur de btw heeft betaald, is onjuist.
11-04-2016


Een bouwondernemer start in 2009 met de bouw van een woning op een kavel van een particuliere opdrachtgever. De laatstgenoemde kocht de grond in 2008 van een andere particulier, die de grond had gekocht met btw. De bouwondernemer brengt btw in rekening over de bouwtermijnen. In 2013 koopt hij de onafgebouwde woning van de opdrachtgever. Vervolgens verkoopt de bouwondernemer de onafgebouwde woning door aan een particulier en brengt daarbij btw in rekening. Hoewel er cumulatie van btw optreedt binnen de 2-jaarstermijn, is de goedkeuring van het Besluit BLKB2013/1686M - die cumulatie moet voorkomen - volgens Rechtbank Noord-Nederland niet van toepassing.
11-04-2016


(Para)medische behandelaren zonder BIG-registratie en BIG-geregistreerde behandelaren die behandelingen verrichten buiten hun BIG-beroep, kunnen onder voorwaarden de medische vrijstelling toepassen. Een belangrijke voorwaarde is het kunnen aantonen van het gelijkwaardige kwaliteitsniveau van de behandelingen ten opzichte van die door de BIG-geregistreerde behandelaar. Dit staat in een nieuw besluit. Daarin staat ook dat een arts de vrijstelling mag toepassen op alle gezondheidskundige reguliere én alternatieve behandelingen. De van een medische behandeling onafscheidbare onderdelen, zijn eveneens vrijgesteld. Ook als een niet-BIG-geregistreerde behandelaar die heeft verricht.
11-04-2016


Uitbestede schadeafhandeling is btw-belast

Een Poolse vennootschap verzorgt voor een verzekeraar de schadeafhandeling. Zij meent dat deze diensten vallen onder de btw-vrijgestelde verzekeringsdiensten of daarmee samenhangende diensten die worden verricht door assurantiemakelaars en tussenpersonen. Volgens het EU-hof van Justitie zijn de diensten van de vennootschap btw-belast. Zij verricht geen verzekeringsdiensten omdat zij zich niet zelf verbindt met de verzekerde tot het afdekken van risico’s tegen vergoeding. Ook verricht zij geen ‘met verzekering samenhangende diensten’ omdat haar diensten niet zijn gericht op het zoeken van nieuwe cliënten om hen in contact te brengen met de verzekeraar.
24-03-2016


Verhuur bedrijfsruimte vrijgesteld: geen btw-aftrek

Een BV verhuurt bedrijfsruimte. Zij laat in 1999 en 2000 werkzaamheden aan het pand verrichten en vraagt de in rekening gebrachte btw terug. De inspecteur stelt echter dat de BV vanaf het tweede kwartaal van 1999 geen btw-ondernemer meer is. Hij geeft aan dat teruggaaf dus niet aan de orde is en dat de al verleende teruggaven worden nageheven. Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden is er sprake van vrijgestelde verhuur, omdat een optieverzoek voor belaste verhuur ontbreekt. Ook maakte de BV niet aannemelijk dat de huurder de bedrijfsruimte voor ten minste 90% gebruikt voor belaste prestaties. De BV heeft geen recht op teruggaaf; de naheffing is terecht.
24-03-2016


Forfaitaire regeling of werkelijk gebruik is EU-proof

Twee andere proefprocedures betreffen de strijdigheid met het EU-recht van de forfaitaire regeling van 2,7% (1,5%) en van de wettelijke regeling voor de btw-berekening van het privégebruik van de auto van de zaak. A-G IJzerman concludeert in deze zaken dat de forfaitaire regeling is vastgelegd in een (begunstigend) besluit en dat deze regeling niet in strijd is met het EU-recht. Daarnaast bestaat de wettelijke regeling waarbij wordt aangesloten bij het werkelijk privégebruik. Btw-plichtigen mogen kiezen tussen deze regelingen. Zelfs al zou de forfaitaire regeling in strijd zijn met het EU-recht, dan kan de btw-plichtige de wettelijke regeling toepassen. Ook die regeling blijft binnen de toelaatbare marges van de Btw-richtlijn.
24-03-2016


Privégebruik aantonen zonder kilometeradministratie vrijwel onmogelijk

Een sluitende kilometeradministratie is onontbeerlijk om de btw over het werkelijk privégebruik van een auto van de zaak te bepalen. Dat concludeert Advocaat-Generaal IJzerman in een van de vier proefprocedures over de btw-berekening wegens het privégebruik van de auto van de zaak in 2011. Hij acht een andere methode om het werkelijk privégebruik aan te tonen niet eenvoudig. Net als het hof vindt hij dat dit privégebruik onvoldoende kan worden aangetoond op basis van het (totale) brandstofverbruik, de gemiddelde kilometrage en daarmee samenhangende (statistische) gegevens.
24-03-2016


Heeft u cliënten die digitale diensten verrichten aan particulieren in andere EU-landen? Zij kunnen gebruikmaken van de Mini One Stop Shop-regeling (MOSS-regeling). Digitale dienstverleners kunnen dan via de Nederlandse Belastingdienst de btw-aangifte doen en btw betalen voor alle digitale diensten aan hun afnemers in EU-landen. Attendeer hen op deze regeling en zorg ervoor dat zij zich tijdig (laten) registreren. Instappen kan binnen drie weken na het einde van het aangiftetijdvak. Doet uw cliënt kwartaalaangifte en registreert hij zich vóór 20 april 2016 bij de Belastingdienst, dan kan hij de MOSS-regeling toepassen vanaf 1 januari 2016.
24-03-2016


De btw-correctie voor het privégebruik van de bestelauto van de zaak kan achterwege blijven als de ondernemer voor zijn bedrijfsvoering geen andere reële keuze heeft dan de bestelauto ook voor privégebruik (woon-werkverkeer) ter beschikking te stellen aan zijn werknemers. Dat concludeert Advocaat-Generaal (A-G) IJzerman in een van de vier proefprocedures die er momenteel lopen tegen de btw-correctie privégebruik (bestel)auto van de zaak in 2011. De zaak betreft de ter beschikkingstelling van bestelauto’s met dubbele cabine en ingericht voor het vervoer van gereedschappen aan ambulante werknemers. Zij betalen daarvoor geen eigen bijdrage. De ambulante werknemers rijden vanaf hun woning naar de plaats van de werkzaamheden.
14-03-2016


Handel euromunten met verzamelwaarde is btw-belast

Een vrouw handelt in bijzondere euromunten met een verzamelwaarde. De munten zijn wettig betaalmiddel. Toch is de vrijstelling voor geld niet van toepassing, oordeelt Rechtbank Gelderland. Er geldt namelijk een uitzondering voor munten met een verzamelwaarde. Ook kan de vrouw het 0%-tarief niet toepassen op de intracommunautaire transacties omdat zij hiervoor geen opgaaf intracommunautaire prestaties heeft gedaan. Daarmee voldoet zij niet aan de voorwaarden voor toepassing van het 0%-tarief. Omdat de vrouw de euromunten die zij vanuit de EU inkocht, met toepassing van de margeregeling heeft doorverkocht, loopt zij ook de aftrek van voorbelasting mis.
14-03-2016


Een BV stelt BIG-geregistreerde artsen en medisch specialisten ter beschikking aan ziekenhuizen. De duur van de overeenkomsten varieert van 1 maand tot 1 jaar. De BV meent dat de btw-vrijstelling voor medische diensten van toepassing is op haar diensten. Dat is onjuist, aldus Advocaat-Generaal (A-G) Wattel. De artsen en medisch specialisten zijn werknemers van de BV. Hun werkzaamheden zijn dus niet de btw-relevante prestaties. Die worden bepaald door de rechtsverhouding tussen de BV en de ziekenhuizen. De btw-relevante prestaties bestaan uit het ter beschikking stellen van medisch personeel. De btw-vrijstelling is hierop niet van toepassing.
14-03-2016


Twee Nederlandse btw-vrijstellingen voor de verhuur van lig- en bergplaatsen zijn in strijd met het EU-recht. Dit oordeelt het EU-hof van Justitie. Nederland past de vrijstelling voor de dienstverlening door non-profitwatersportorganisaties te streng toe. Zij eist namelijk ten onrechte aanvullend dat deze sportorganisaties voor hun dienstverlening gebruikmaken van vrijwilligers en niet van werknemers. De vrijstelling voor de verhuur van lig- en bergplaatsen voor vaartuigen door watersportorganisaties wordt daarentegen te ruim toegepast. Namelijk ook wanneer de verhuur niet samenhangt met sportactiviteiten, maar met recreatie of bewoning.
14-03-2016


Een suppletieaangifte moet worden ingediend zodra duidelijk wordt dat er te weinig of te veel btw is betaald. Heeft uw cliënt te weinig btw betaald, dan wordt hij belastingrente verschuldigd vanaf de eerste dag na afloop van het kalender- of boekjaar waarop die btw betrekking heeft. Dit kunt u voorkomen door de suppletieaangifte van uw cliënt in te dienen binnen drie maanden na afloop van het kalenderjaar. Er wordt dan namelijk geen belastingrente berekend, mits de suppletie een vrijwillige verbetering is. Bedragen tot € 1.000 mogen worden verrekend in de eerstvolgende btw-aangifte. Daarvoor hoeft dus geen suppletieaangifte te worden gedaan.
14-03-2016


De provincie Overijssel betaalt aan terreineigenaren subsidie voor natuur- en landschapsbeheer. De terreineigenaren schakelen op hun beurt tegen betaling rietlandbeheerders in voor het rietlandbeheer in de Weerribben en Wieden. Deze natuurbeheerdienst is dan btw-belast. Volgens staatssecretaris Wiebes kan het rietlandbeheer ook btw-vrijgesteld plaatsvinden. De provincie moet dan de subsidie rechtstreeks toekennen aan (een collectief van) de rietveldbeheerders. Ook kan een entiteit worden gevormd van terreineigenaren en rietveldbeheerders, die de subsidie ontvangt. De entiteit moet dan wel zeggenschap hebben over het beheer van het natuurterrein.
29-02-2016


Terbeschikkingstelling aangepaste woningen voor bejaarden btw-vrijgesteld

Een Belgische vennootschap exploiteert onder meer aangepaste woningen voor bejaarden. Daarnaast kunnen bewoners - maar ook andere personen - tegen betaling toegang krijgen tot allerlei ondersteunende faciliteiten. Volgens het EU-hof van Justitie is de terbeschikkingstelling van de aangepaste woningen vrijgesteld van btw, als de nationale rechter oordeelt dat de vennootschap een organisatie van sociale aard is. De aanvullende faciliteiten kunnen ook vrijgesteld zijn op grond van nationale regels. Bijvoorbeeld wanneer de diensten onder de btw-vrijstelling vallen voor bejaardenzorg.
29-02-2016


Een BV exploiteert speelautomaten op veerboten tussen Nederland en Engeland. Zij betaalt een vergoeding aan de afnemer voor het plaatsen van haar automaten. De afnemer reikt facturen uit met btw, maar draagt de btw niet af. De automaten kunnen pas buiten de territoriale zone worden bespeeld. De BV vindt dat zij belaste prestaties verricht en brengt de gefactureerde btw in aftrek. De inspecteur heeft die aftrek terecht gecorrigeerd, oordeelt Hof Den Haag. De BV is kansspelbelasting verschuldigd en is daarom vrijgesteld van btw-heffing. Zij heeft dus geen recht op btw-aftrek. Zelfs als de afnemer de btw ten onrechte in rekening zou hebben gebracht, ontstaat er geen aftrekrecht voor de BV.
29-02-2016


Trage afgifte btw-nummers startende ondernemers geen probleem

Er is enige vertraging in de afgifte van btw-nummers aan startende ondernemers, maar zij ondervinden daarvan geen hinder. Dit antwoordt staatssecretaris Wiebes op Kamervragen hierover. Hij geeft aan dat 90% van de inschrijvingen startende eenmanszaken en samenwerkingsverbanden betreft. Normaliter bevestigt de Belastingdienst hun inschrijvingen binnen 5 werkdagen. In januari duurde dit echter 15 werkdagen, maar dat is inmiddels teruggebracht naar 7. De overige startende ondernemers krijgen hun btw-nummer nu na 12 werkdagen. Ondanks de vertraging, resteert er volgens de staatssecretaris voldoende tijd om tijdig btw-aangifte te doen en een eventuele btw-teruggaaf te claimen.
29-02-2016


Beheeractiviteiten voor Natuurmonumenten btw-belast

Een vof exploiteert een agrarisch bedrijf. Zij sluit met de Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten (Natuurmonumenten) een gebruiksovereenkomst. Deze overeenkomst geeft uitvoering aan de afspraken in een samenwerkingsovereenkomst tussen Natuurmonumenten en de Vereniging Agrarische Natuurbeheer Waterland. De gebruiksovereenkomst bepaalt hoe en tegen welke vergoeding de vof het beheer verzorgt van graslanden, rietlanden en wateren die eigendom zijn van Natuurmonumenten. De beheeractiviteiten zijn belastbare prestaties voor de btw, aldus Hof Amsterdam.
15-02-2016


BV A en BV B repareren en verkopen nieuwe en gebruikte caravans. Zij passen beiden de globalisatieregeling toe. BV B sluit in 2006 een pandovereenkomst met haar grootste leverancier. Die maakt eind 2006 gebruik van het eigendomsvoorbehoud in de overeenkomst en neemt de voorraad nieuwe caravans terug. BV B verkoopt vervolgens in opdracht van de leverancier alle gebruikte caravans. Eind januari 2007 neemt BV A de resterende onderneming van BV B over. Zij verrekent het negatieve jaarsaldo van BV B met haar eigen positieve jaarsaldo en claimt € 26.900 btw-teruggaaf. Dat is terecht, oordeelt Hof Den Bosch. Er is sprake van een overgang van een algemeenheid van goederen.
15-02-2016


Geen btw-ondernemerschap na aankoop zilver

Een juriste koopt voor ruim € 24.000 zilver. Hiervoor wordt € 4.677 btw aan haar in rekening gebracht. Zij vraagt die btw terug. De inspecteur heeft dat terecht geweigerd, aldus Hof Amsterdam. De juriste kan voor de aankoop van het zilver niet worden aangemerkt als btw-ondernemer. Zij maakt namelijk niet aannemelijk dat zij heeft beoogd hiermee duurzame economische activiteiten te verrichten. Zij geeft slechts aan dat zij het zilver heeft gekocht om dit op een later tijdstip weer met winst te kunnen verkopen. De juriste heeft geen activiteiten ontplooid waaruit de wil blijkt om duurzaam deel te nemen aan het economisch verkeer.
15-02-2016


Een exploitante van een jachthaven verhuurt ligplaatsen voor zeilboten en motorboten. Daarnaast organiseert zij zeillessen en wedstrijden. De huurders van een ligplaats betalen liggeld. Deze vergoeding ziet uitsluitend op het ter beschikking stellen van een ligplaats in de jachthaven en de daarbij behorende faciliteiten. Hierop is het normale btw-tarief (21%) van toepassing, oordeelt Rechtbank Noord-Nederland. De verhuur is vergelijkbaar met de verhuur van parkeerruimte. De exploitante geeft hiermee geen gelegenheid tot de eigenlijke sportbeoefening onder terbeschikkingstelling van een sportaccommodatie.
15-02-2016


Verbod op gratis plastic tas: de vergoeding is btw-belast

Veel ondernemers mogen per 1 januari 2016 geen gratis plastic tasjes meer verstrekken aan hun klanten. Zij moeten daarvoor een vergoeding in rekening brengen. De hoogte van die vergoeding is vrij, maar er is wel een richtprijs vastgesteld van € 0,25. De ondernemer moet hierover 21% btw afdragen, ook als de inhoud van het tasje belast is tegen 6%. Het tasje wordt als een afzonderlijke levering gezien en dus niet als verpakkingsmateriaal. De btw wordt op hele centen afgerond. De ondernemer mag de afronding toepassen op de btw op de vergoeding voor het tasje of op de btw van de totale kassabon van de klant. Hij moet dit wel consequent doen.
15-02-2016


Twee ROC’s bieden samen opleidingen in het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (VAVO) aan. Dit doen zij onder gemeenschappelijke naam. De ROC’s verzorgen tevens ondersteunende diensten tegen betaling. De Belastingdienst stelt dat deze (ondersteunende) diensten met btw belast zijn, omdat deze diensten geen onderwijs betreffen. Dat is onjuist, aldus de Hoge Raad. Er is sprake van één ondeelbare prestatie, waarbij de ondersteunende werkzaamheden als bijkomstige prestatie opgaan in de hoofdprestatie. De hoofdprestatie is het geven van onderwijs en dat valt onder de onderwijsvrijstelling. De bijkomstige prestatie volgt het regime van de hoofdprestatie.
01-02-2016


Een BV behoort tot een fiscale eenheid voor de btw. Begin 2012 gaan drie andere BV’ s van de eenheid failliet. De BV wordt aansprakelijk gesteld voor de openstaande btw-schulden van de fiscale eenheid. Dat is niet in strijd met de Btw-richtlijn, oordeelt Hof Amsterdam. De aansprakelijkstelling is nodig om de belastingschulden van de fiscale eenheid te innen. De fiscale eenheid voor de btw bestaat namelijk niet civielrechtelijk, maar alleen op basis van fiscale regels. Dat de BV ten tijde van de aansprakelijkstelling niet tot de fiscale eenheid behoorde, doet daar niets aan af. Het hof vermindert wel een aanslag met een boete waarvan de Ontvanger niet heeft gesteld dat die mede te wijten is aan de BV.
01-02-2016


Levering grond met kelder belast met overdrachtsbelasting

Een gemeente levert aan een CV een terrein met daarin een kelder. Voorheen stond op het terrein een bankgebouw dat voorafgaand aan de levering is gesloopt. De kelder is daarbij niet gesloopt omdat deze ook van nut kon zijn voor de CV. Vervolgens start de CV met de bouw van een nieuw gebouw. Zij maakt bezwaar tegen de betaalde overdrachtsbelasting (OVB), omdat de gemeente het terrein met btw had moeten leveren. De CV beschouwt de kelder als een nieuw gebouw in aanbouw. Rechtbank Noord-Nederland ziet dat anders, namelijk als de levering van een bestaand gebouw met het bijbehorende terrein. Er is dan geen btw verschuldigd, maar OVB.
01-02-2016


Claim btw-aftrek in het juiste tijdvak

Het is onjuist om de aftrek van voorbelasting te claimen in een later tijdvak dan dat waarin de btw op de factuur in rekening is gebracht, terwijl dit wel had gekund. Zolang de Belastingdienst dit nog oogluikend toestaat, is er niet veel aan de hand. Maar gaat de Belastingdienst niet akkoord, dan heeft hij de wet- en regelgeving aan zijn zijde. Er is dan geen mogelijkheid om het aftrekrecht alsnog te claimen. Zeker bij de aanschaf van investeringsgoederen is het noodzakelijk om de btw te claimen in het juiste tijdvak. Als dit niet gebeurt, kan de Belastingdienst concluderen dat het goed niet als zakelijk voor de btw is geëtiketteerd.
01-02-2016


Bezwaarprocedure btw-correctie privégebruik auto 2012, 2013, 2014 en 2015?

Heeft u voor uw cliënten over 2011, 2012, 2013 en/of 2014 bezwaar gemaakt tegen de aangegeven btw-correctie wegens het privégebruik van de auto van de zaak? Dan hoeft u dat voor deze cliënten voor het jaar 2015 niet weer te doen. Dit maakt de Belastingdienst bekend. Deze werkwijze is tot stand gekomen in samenspraak met de beroepsorganisaties. Voor nieuwe cliënten moet u wel bezwaar maken. Wij raden u echter aan om ook expliciet een bezwaar in te dienen voor uw bestaande cliënten. Op die manier weet u zeker dat er bezwaar is gemaakt.
01-02-2016


Schuldvernieuwing belet deels btw-teruggaaf over huurschuld

Twee BV’s sluiten eind april 2012 een vaststellingsovereenkomst over de afwikkeling van de openstaande huurschuld. Daarin staat dat deze wordt voldaan door omzetting in een rekening-courant en dat de toekomstige huur voor 50% contant wordt betaald en voor 50% door bijboeking op de rekening-courant. Als de huurovereenkomst op 1 september 2013 wordt beëindigd, is de huurschuld ruim € 1,6 miljoen. Daarvan is € 1,2 miljoen in rekening-courant geboekt en € 353.025 als huurschuld. Nadat de andere BV failliet is gegaan, verzoekt de verhuur-BV om btw-teruggaaf. Volgens rechtbank Zeeland-West-Brabant moet de vaststellingsovereenkomst worden gezien als een schuldvernieuwing. De huur in rekening-courant is wel ontvangen. Alleen de btw in de huurschuld is oninbaar en komt voor teruggaaf in aanmerking.
18-01-2016


Uw cliënt kan maandelijks of per kwartaal btw-aangifte doen en zelfs een jaaraangifte is onder voorwaarden mogelijk. Soms is het voordelig om tijdelijk te kiezen voor een ander aangiftetijdvak. Het doen van een kwartaalaangifte is aan te raden als er btw moet worden betaald. Maar bij een structurele btw-teruggaaf kan uw cliënt beter maandaangifte doen. Doet uw cliënt bijvoorbeeld grote investeringen waarbij btw in rekening wordt gebracht, dan kan het voor hem voordelig zijn om tijdelijk maandaangifte te doen in plaats van kwartaalaangifte. Onder voorwaarden kan uw cliënt de Belastingdienst ook schriftelijk verzoeken om jaaraangifte te mogen doen.
18-01-2016


Geen btw over schadevergoeding voor bedrijfsverplaatsing

Een bedrijf komt met de gemeente een bedrijfsverplaatsing overeen. De gemeente wil het gebied gaan herontwikkelen. Zij betaalt het bedrijf een schadevergoeding van € 3,3 miljoen. De vergoeding is onbelast, oordeelt Rechtbank Den Haag. Er is geen sprake van een levering of een dienst onder bezwarende titel. De gemeente heeft geen goederen of diensten verworven voor eigen gebruik, maar voor het algemeen belang. Als er al sprake is van een dienst, dan ontbreekt een rechtstreeks verband tussen de vergoeding en die dienst. De vergoeding is namelijk niet bepaald op de reële waarde van de dienst van de bedrijfsverplaatsing, maar op de verwachte investeringskosten na de bedrijfsverplaatsing.
18-01-2016


Een luchtvaartmaatschappij draagt de btw die zij heeft ontvangen op ongebruikte vliegtickets niet af. Er is immers geen vervoersdienst geleverd. De aankoopsom moet dan volgens haar worden aangemerkt als onbelaste schadevergoeding. De Franse belastingdienst meent dat de btw ook verschuldigd is wanneer passagiers niet komen opdagen. Dat is juist, aldus het EU-Hof van Justitie. De luchtvaartmaatschappij is de btw op de vliegtickets ook verschuldigd wanneer de tickets niet zijn gebruikt en de passagiers geen recht op teruggaaf hebben van de aankoopsom. De aankoopsom is ook bij een ‘no show’ een betaling voor een vervoersdienst en geen schadevergoeding.
18-01-2016


Stel, uw cliënt heeft een btw-aangifte ingediend, waarin onder de voorbelasting ook btw is begrepen die betrekking heeft op oninbare vorderingen. Mag dat? En zo nee, kan de inspecteur die btw dan naheffen? Het antwoord op de eerste vraag is nee. De btw op oninbare vorderingen kan niet via de reguliere btw-aangifte worden teruggevraagd. De inspecteur mag dan de teruggevraagde btw naheffen. De wettelijke regeling stelt het verplicht om de btw op oninbare vorderingen via een apart teruggaafverzoek te doen. Maar er bestaat toch een speciale regeling die wel toestaat om deze btw via de reguliere btw-aangifte terug te vragen?
18-01-2016