Een fiscale eenheid voor de btw tussen bijvoorbeeld een holding-BV en een of meerdere dochter-BV’s kan op een bepaald moment worden verbroken. Er kan ook een fiscale eenheid bestaan tussen een DGA en zijn (haar) BV, voor zover de DGA als een zelfstandig btw- ondernemer kwalificeert. Een fiscale eenheid tussen de DGA in loondienst en zijn/haar BV is in principe niet meer mogelijk. Als de Belastingdienst een beschikking heeft afgegeven, kan er echter toch hoofdelijke aansprakelijkheid bestaan voor de btw-schulden uit de periode waarin de fiscale eenheid nog wel kon bestaan. Om dit te voorkomen is het verstandig om de fiscale eenheid zo spoedig mogelijk schriftelijk op te zeggen.
21-12-2015


Een NV heeft managementcontracten gesloten met drie vennootschappen die in vastgoed beleggen. De investeerders in deze fondsen zijn institutionele beleggers. De werkzaamheden die de NV verricht zijn het voeren van bestuur, het (administratieve) beheer van de fondsen, het aantrekken van nieuwe investeerders, de aan- en verkoop van vastgoed en de exploitatie ervan. Kwalificeert de NV als gemeenschappelijk beleggingsfonds, dan vallen de beheerwerkzaamheden onder de btw-vrijstelling. Het EU-Hof oordeelt dat de NV hiervoor kwalificeert als zij onder bijzonder overheidstoezicht staat. De aard van de beleggingen is hiervoor niet relevant. De feitelijke exploitatie van vastgoed valt niet onder het begrip ‘beheer’.
21-12-2015


De al vrijgegeven Landbouwnormen betreffen de normen voor onttrekkingen voor eigen gebruik van de meest gangbare agrarische producten. Daarnaast gaat het om de richtlijnen voor het privégedeelte van de kosten van energie en water. De Belastingdienst stelt deze normen voor waarderingen, onttrekkingen en afschrijving jaarlijks vast in overleg met het landbouwbedrijfsleven. De normen voor eigen gebruik en het privégebruik 2015 zijn echter al nodig voor de laatste btw-aangifte over 2015. De rest van de Landbouwnormen volgt in januari volgend jaar.
18-12-2015


Een homeopaat staat als verpleegkundige in het BIG-register geregistreerd. Hij heeft een afgeronde opleiding tot homeopaat gevolgd en oefent een zelfstandige praktijk uit als klassiek (kinetisch) homeopaat. De homeopaat mag de btw-vrijstelling toepassen. In tegenstelling tot de inspecteur oordeelt Hof Amsterdam dat de homeopathische behandeling wel kan worden gerekend tot de deskundigheid van een verpleegkundige. Daarvoor is het niet nodig dat de beroepskwalificaties van de homeopaat gelijkwaardig zijn aan die van een arts. Wel moet het kwaliteitsniveau van de behandelingen van een homeopaat gelijkwaardig zijn aan dat van een arts. Dat is hier het geval.
18-12-2015


BUA van toepassing op dranken en spijzen tijdens vaktechnisch overleg

Een werkgever van advocaten, notarissen en fiscalisten verstrekt zijn werknemers tijdens vaktechnische overleggen gratis maaltijden en dranken. De verplichte overleggen vinden plaats tijdens de lunchpauze of na kantooruren, zodat de werknemers zoveel mogelijk declarabele uren kunnen maken. Dit is volgens de werkgever een bijzondere omstandigheid waardoor de maaltijden en dranken kwalificeren als loon in natura. De voorbelasting is dan aftrekbaar. De verstrekking van spijzen en dranken is geen loon in natura in de zin van het BUA, oordeelt Hof Amsterdam. De aftrek van voorbelasting op dranken en spijzen is uitgesloten op grond van artikel 3 van het BUA.
18-12-2015


Coördinerende werkzaamheden van eerstelijns zorggroepen en geboortezorgcentra worden vanaf 1 januari 2016 vrijgesteld van btw-heffing. De Tweede Kamer heeft een daartoe strekkend amendement aangenomen bij het Belastingplan 2016. Het is nog onduidelijk hoe deze btw-vrijstelling voor zorgcoördinatie zal worden verwerkt in het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting. Mogelijk gebeurt dit door toevoeging aan de lijst met kwalificerende instellingen voor de sociaal-culturele btw-vrijstelling. Ook is nog niet duidelijk of aan de maatregel terugwerkende kracht wordt verleend. Bovendien moet ook de Eerste Kamer nog instemmen met het Belastingplan 2016.
07-12-2015


BV belast voor geïncasseerde en deels doorbetaalde bedragen

Een BV beschikt over een exploitatievergunning voor een speelhal. Zij gaat een samenwerkingsverband aan met een speelhal en een beheer-BV. De speelhal wordt geëxploiteerd met behulp van de vergunning van de BV en betaalt vergoedingen aan de BV. De BV betaalt daarvan 25% door aan de beheer-BV. De andere 75% behoudt zij zelf om als winst aan de aandeelhouders uit te keren. De BV stelt dat zij slechts een kassiersfunctie heeft en dus geen btw-belaste dienst verricht. De vergoeding van de speelhal vormt een btw-belaste prestatie, oordeelt Hof Amsterdam. Slechts 25% van de vergoeding wordt immers doorbetaald aan de beheer-BV.
07-12-2015


Een tennisvereniging huurt een sportcomplex van de gemeente tegen een symbolische vergoeding van € 45,38 per jaar. Zij is vrijgesteld van btw. Er wordt een stichting opgericht vanwege groot onderhoud van het sportcomplex. Deze stichting huurt het complex voortaan van de gemeente en stelt het vervolgens ter beschikking aan de tennisvereniging voor € 40.000, verhoogd met 6% btw. De stichting betaalt de onderhoudskosten en trekt vervolgens de btw af. Deze btw-constructie is niet slechts opgezet om een belastingvoordeel te behalen, aldus Hof Amsterdam. Er is geen sprake van misbruik van recht. Er wordt namelijk een marktconforme huur betaald. Het hof vernietigt de naheffingsaanslag.
07-12-2015


De Europese btw-richtlijn en de bijbehorende rechtspraak dwingen Nederland om haar btw-sportvrijstelling te verruimen. Dit betekent dat er geen onderscheid meer mag worden gemaakt tussen diensten aan leden en niet-leden van niet-winstbeogende instellingen. Ook zal het gelegenheid geven tot sportbeoefening onder de vrijstelling moeten vallen. Nu is dit nog belast tegen 6% btw. Dit concludeert staatssecretaris Wiebes uit de juridische en financiële analyse die hij heeft laten maken van de verruiming van de sportvrijstelling. Net als in juni jl. laat hij de Tweede Kamer echter weten dat de budgettaire mogelijkheid voor verruiming van de sportvrijstelling op korte termijn ontbreekt.
07-12-2015


Sinds 2014 wordt de levering van grond en de oplevering van nieuwbouw op die grond door dezelfde aannemer, beschouwd als één levering voor de btw, waarbij de volledige vergoeding is belast met 21% btw. Tot dan toe werd vaak bij een koop-/aannemingsovereenkomst eerst de grond (geen bouwterrein) geleverd tegen 6% overdrachtsbelasting (OVB), waarna dezelfde aannemer de nieuwbouw opleverde tegen 21% btw. Bij de wijziging per 1 januari 2014 is overgangsrecht opgenomen. Bepaalde lopende bouwprojecten mogen onder voorwaarden de oude regels blijven toepassen, mits de oplevering van de nieuwbouw - door dezelfde aannemer - uiterlijk plaatsvindt op 31 december 2015.
07-12-2015


Onderwijsstichting en onderhoud-BV vormen fiscale eenheid btw

Een onderwijsstichting besteedt het onderhoud van haar schoolgebouwen uit aan een BV, waarin zij alle aandelen houdt. Zij betaalt daarvoor een vergoeding. De stichting is in ieder geval btw-ondernemer voor de exploitatie van de schoolkantines en de verhuur van kluisjes. Zij en de BV verzoeken om aangemerkt te worden als fiscale eenheid voor de btw. De inspecteur heeft dit ten onrechte geweigerd, aldus Rechtbank Zeeland-West-Brabant. De stichting en de BV zijn btw-ondernemers. De BV verricht uitsluitend tegen vergoeding activiteiten voor de stichting. Tussen hen bestaan niet verwaarloosbare economische betrekkingen. Er is dus sprake van economische verwevenheid.
23-11-2015


Een stichting werft gratis fondsen voor de voedselbanken in Nederland. In dat kader benadert zij ook restaurants, die daarvoor een kleine vergoeding betalen. De stichting claimt btw-teruggaaf. Die wordt eerst verleend, maar dit wordt later teruggedraaid omdat de stichting geen btw- ondernemer zou zijn. Volgens Rechtbank Gelderland is de hoofdactiviteit van de stichting fondswerving. Omdat zij hiervoor geen vergoeding vraagt, vindt deze activiteit niet plaats in het economisch verkeer en is zij in zoverre geen btw-ondernemer. Dat is zij wel ten aanzien van de restaurants, maar zij kan de voorbelasting die aan deze activiteit kan worden toegerekend, niet aannemelijk maken.
23-11-2015


Geen medische vrijstelling voor alarmeringsdienst

Een zorginstelling biedt aan haar cliënten in het kader van extramurale zorg een alarmeringsdienst aan. Cliënten kunnen bij een calamiteit met ter beschikking gestelde alarmeringsapparatuur zorg inroepen via een alarmcentrale die bemand wordt door BIG-geregistreerde verpleegkundigen. Op deze dienst is de medische btw-vrijstelling niet van toepassing, oordeelt Rechtbank Noord-Nederland. De alarmeringsdienst en de eventueel verleende zorg vormen niet één samengestelde prestatie. Ook als zelfstandige prestatie is de alarmeringsdienst niet vrijgesteld. Het feit dat de alarmcentrale wordt bemand door BIG-geregistreerde verpleegkundigen verandert hier niets aan.
23-11-2015


Een echtpaar en hun dochter exploiteren in maatschapsverband een champignonkwekerij. Het echtpaar laat een nieuwe woning bouwen. Als deze aan hen wordt opgeleverd, neemt de maatschap een gedeelte als kantoorruimte gratis in gebruik. De maatschap claimt vervolgens aftrek van alle btw op de bouwkosten. Dat kan niet, oordeelt de Hoge Raad. Dat de maatschap een deel van de woning gebruikt voor bedrijfsdoeleinden betekent nog niet dat de woning een investeringsgoed is van de maatschap dat tot haar ondernemingsvermogen behoort. Voor het privégedeelte bestaat geen btw-aftrek van de aan het echtpaar in rekening gebrachte btw.
23-11-2015


Geen btw-ondernemerschap voor in- en verkoop goud en zilver

Een man houdt zich bezig met de in- en verkoop van goud en zilver. Hij dient in 2012 een formulier ‘Startende ondernemer’ in bij de Belastingdienst. Vervolgens verzoekt hij om teruggaaf van de btw over het eerste en tweede kwartaal van 2012. De inspecteur weigert hem de aftrek, omdat hij geen btw-ondernemer is. Dat is terecht, aldus Hof Den Haag. De activiteiten van de man zijn naar hun aard niet meer dan een privéaangelegenheid. De activiteit vindt niet plaats in het economisch verkeer en blijft daardoor buiten het toepassingsgebied van de btw.
09-11-2015


Belastingdienst adviseert ondernemers suppletieaangifte digitaal te doen

Heeft uw cliënt te weinig btw betaald, dan is het zaak om zo snel mogelijk een suppletieaangifte in te dienen. In dat geval geldt de suppletie als een vrijwillige verbetering. De Belastingdienst adviseert uw cliënten om correcties in de btw-aangifte via het digitale formulier ‘Suppletie omzetbelasting’ te doen. De verwerking ervan is volgens de Belastingdienst minder foutgevoelig dan de papieren suppletie. Op termijn is het de bedoeling dat alle btw-aangiften alleen digitaal kunnen worden gecorrigeerd. Let wel, correcties van minder dan € 1.000 kunnen in de eerstvolgende btw-aangifte verwerkt worden. Een suppletieaangifte is daarvoor niet nodig.
09-11-2015


Vrijstelling voor inwisselen virtuele bitcoins tegen harde valuta

Een Zweedse man wil een bedrijf starten in de aan- en verkoop van bitcoins tegen Zweedse kronen. Op advies van de Zweedse Commissie voor fiscale vraagstukken gaat hij ervan uit dat dit vrijgestelde diensten zijn. De Zweedse belastingdienst denkt daar echter anders over en legt de zaak voor aan het EU-Hof van Justitie. Het EU-Hof oordeelt dat het inwisselen van de virtuele bitcoins tegen een regulier betaalmiddel en andersom een vrijgestelde financiële dienst is. Het betalingsverkeer wordt volgens het EU-hof anders te veel gehinderd.
09-11-2015


Activiteiten in onderaanneming voor zorgboerderij btw-vrijgesteld

Een maatschap verricht activiteiten in de dagbesteding, arbeidstraining en dagopvang voor een zorgboerderij. De zorgboerderij had voor deze activiteiten overeenkomsten gesloten met een zorgkantoor en/of haar cliënten. De maatschap ontving van de zorgboerderij een vergoeding. Daarop is terecht de btw-vrijstelling voor diensten van zorgboeren toegepast, aldus Rechtbank Gelderland. Er is geen sprake van het ter beschikking stellen van personeel, maar van werkzaamheden die zijn verricht in onderaanneming. Dat de overeenkomsten door de zorgboerderij zijn gesloten, staat daar niet aan in de weg.
09-11-2015


Een adviseur laat een woning bouwen die hij vanaf 1 juli 2008 ook zakelijk gebruikt. Hij etiketteert de woning als bedrijfsvermogen en trekt alle btw op de bouwkosten af. De inspecteur legt een naheffingsaanslag op over het vierde kwartaal van 2008 wegens het privégebruik. Hij gaat daarbij uit van slechts 5% zakelijk gebruik. De inspecteur berekent dit gebruik aan de hand van de oppervlakte van de (mede) zakelijk gebruikte ruimtes ten opzichte van de totale oppervlakte van de woning. Daarnaast houdt hij rekening met de beperkte economische activiteiten van de adviseur. Deze berekeningswijze vindt Hof Arnhem-Leeuwarden aannemelijk.
09-11-2015


Een particuliere zonnepaneelhouder informeert in juli/augustus 2013 bij de Belastingdienst hoe hij de btw op de zonnepanelen kan terugkrijgen. Aanleiding hiervoor is het Fuchs-arrest. De Belastingdienst geeft aan dat zolang het ministerie van Financiën geen standpunt heeft bepaald over het btw-ondernemerschap voor particuliere zonnepaneelhouders, er geen btw-nummers worden afgegeven. Eind september 2013 geeft de staatssecretaris aan dat er aan het Fuchsarrest geen terugwerkende kracht wordt verleend. Als de zonnepaneelhouder zich vervolgens aanmeldt als btw-ondernemer, wordt hem een btw-nummer geweigerd omdat hij zich niet vóór 1 augustus 2013 als btw-ondernemer heeft gemeld.
26-10-2015


Een BV behoort tot een fiscale eenheid voor de btw. Begin 2012 gaan drie andere BV’ s van de eenheid failliet. De BV wordt aansprakelijk gesteld voor de openstaande btw-schulden van de fiscale eenheid. Dat is niet in strijd met de Btw-richtlijn, oordeelt Hof Amsterdam. De aansprakelijkstelling is nodig om de belastingschulden van de fiscale eenheid te innen. De fiscale eenheid voor de btw bestaat namelijk niet civielrechtelijk, maar alleen op basis van fiscale regels. Dat de BV ten tijde van de aansprakelijkstelling niet tot de fiscale eenheid behoorde, doet daar niets aan af. Het hof vermindert wel een aanslag met een boete waarvan de Ontvanger niet heeft gesteld dat die mede te wijten is aan de BV.
26-10-2015


Nederlandse organisaties die werkzaam zijn op het gebied van ontwikkelingswerk kunnen onder voorwaarden het nultarief toepassen op ontvangen subsidies en recht hebben op aftrek van de voorbelasting op kosten. In een nieuw besluit wordt verduidelijkt aan welke voorwaarden de organisaties moeten voldoen om voor deze gunstige regeling in aanmerking te komen. Zo wordt aangesloten bij de zogenoemde DAC-ODA-lijst (OECD) voor de bepaling wat een ontwikkelingsland is. De gunstige regeling geldt niet alleen voor opdrachten van het ministerie van Buitenlandse Zaken, maar ook voor opdrachten van andere ministeries en organisaties.
26-10-2015


Toch geen aanpassing voorwaarde 6%-tarief geneesmiddelen

Het toepassingsbereik van het 6%-tarief op de levering van geneesmiddelen wordt toch niet ingeperkt. Dit staat in een nota van wijziging bij het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2016. De staatssecretaris heeft namelijk vastgesteld dat er ook middelen zijn die de handelsvergunning niet hebben maar waarop tot nu toe wel steeds het 6%-tarief mocht worden toegepast. U kunt daarbij denken aan producten zoals medicinale shampoo tegen hoofdluis; een product dat als geneesmiddel wordt aangemerkt. Er wordt momenteel onderzocht of er meer van deze producten zijn en wat de budgettaire gevolgen daarvan zijn.
26-10-2015


Overschrijdt uw cliënt per kwartaal met zijn intracommunautaire leveringen (ICL) het drempelbedrag van € 100.000? In dat geval moet hij de opgaaf ICL per maand doen. In de Btw-richtlijn is dit drempelbedrag echter al sinds 1 januari 2012 verlaagd naar € 50.000. De Europese Commissie heeft Nederland daarom op de vingers getikt. De Nederlandse bepaling (artikel 33b Uitvoeringsbeschikking OB) wordt nu aangepast aan de Btw-richtlijn. Vanaf 1 januari 2016 moeten Nederlandse ondernemers die in een kwartaal voor meer dan € 50.000 aan goederen leveren aan ondernemers in andere EU-lidstaten, maandelijks een opgaaf ICL indienen.
26-10-2015


Besluit telefoonkaarten en abonnementen gewijzigd

De btw-heffing bij de verkoop van telefoonkaarten is gewijzigd. De definities van een contentdienst, een single purpose telefoonkaart of abonnement (vrijwel alleen voor telecommunicatiediensten) en een multi purpose telefoonkaart of abonnement (kaart ook voor andere diensten) zijn verduidelijkt. Ook is de definitie van een telecommunicatiedienst aangepast. Verder worden een single purpose telefoonkaart of abonnement niet meer aangemerkt als een vooruitbetaling op te verrichten telecommunicatiediensten, maar als het verrichten van een telecommunicatiedienst. Bovendien wordt verduidelijkt wanneer er sprake is van een multi purpose telefoonabonnement.
12-10-2015


Oogmetingen gaan op in belaste levering brillen en contactlenzen

Een BV verkoopt brillen en contactlenzen. Zij richt zich met name op mensen met dyslexie en verricht in dat kader ook oogmetingen. De BV past op de vergoeding hiervoor de btw-vrijstelling toe voor medische diensten. Ten onrechte, oordeelt Rechtbank Zeeland-West-Brabant. De hoofdprestatie is de levering van brillen en/of contactlenzen. De oogmetingen zijn bijkomstige prestaties die opgaan in de levering van brillen en contactlenzen. De oogmeting is voor de klanten geen zelfstandig doel, maar is gekoppeld aan de koop van de bril en/of contactlenzen. De naheffingsaanslag btw is terecht opgelegd.
12-10-2015


Een arts heeft een aanvullende postacademische acupunctuuropleiding gevolgd bij de NAAV. Hij past de btw-vrijstelling zowel toe op de behandelingen die hij verricht als arts als op de acupunctuurbehandelingen. Dat is terecht, oordeelt Hof Den Bosch. De acupunctuurbehandelingen zijn geneeskundige handelingen. De Wet OB beperkt de toepassing van de vrijstelling niet tot slechts de behandelingen die zijn geleerd tijdens de BIG-opleiding tot arts. De acupunctuurbehandelingen zijn gelijksoortig aan de andere behandelingen van de arts. De Btw-richtlijn schrijft voor dat als de acupunctuurbehandelingen van een gelijk kwaliteitsniveau zijn, daarvoor ook de vrijstelling geldt.
12-10-2015


Een bedrijfsbureau sluit een samenwerkingsovereenkomst met een onderwijsstichting. Daarbij maken zij afspraken over de doorberekening van kosten. Het bedrijfsbureau beschouwt de aan de stichting doorberekende kosten als belastingvrije kosten voor gemene rekening. Terecht, oordeelt Hof Amsterdam. De kosten zijn zowel voor het bedrijfsbureau als voor de stichting gemaakt. In tegenstelling tot de rechtbank concludeert het hof dat de stichting wel degelijk risico liep. Bij de beëindiging van de samenwerking bleek namelijk dat zij aan het bedrijfsbureau schadevergoeding moest betalen voor achtergebleven boventallig personeel en voor de overname van een deel van dit personeel.
12-10-2015


Een vof verhuurt elf garageboxen aan particulieren. Zij brengt daarvoor geen btw in rekening, omdat de verhuur van onroerende zaken is vrijgesteld. Ook de uitzondering voor de verhuur van parkeerruimten is hier volgens haar niet van toepassing, omdat de garageboxen worden gebruikt als bergruimte. De boxen zijn daardoor geen parkeerruimten maar multifunctionele ruimten waarvan de verhuur vrijgesteld is van btw op grond van een besluit van de staatssecretaris. Hof Den Bosch geeft het gelijk aan de vof. Als het huurcontract ander gebruik van de garagebox toestaat en er ook feitelijk sprake is van ander gebruik, kan de verhuur vrijgesteld zijn.
12-10-2015


Btw-vrijstelling voor werkzaamheden wijkverpleegkundigen

De wijkverpleegkundige verricht naast medische zorg voor patiënten ook administratieve handelingen, neemt deel aan wijkteams en preventieactiviteiten en overlegt met de huisarts. De laatstgenoemde werkzaamhedenzijn zijn niet direct gericht op de geneeskundige verzorging van de mens en daarom geldt hiervoor strikt genomen de medische btw-vrijstelling niet. Staatssecretaris Wiebes zegde enige tijd geleden toe dat de wijkverpleegkundige de vrijstelling met terugwerkende kracht tot 1 januari 2015 ook op deze werkzaamheden mag toepassen. Vooruitlopend op een wetswijziging zou er een besluit komen. Dit besluit is onlangs gepubliceerd.
28-09-2015


Agrarisch natuur- en landschapsbeheer niet btw-plichtig

Er hoeft geen btw te worden betaald over de vergoedingen in het kader van het agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Deze vergoedingen zijn gebaseerd op inkomstenderving en verrichte arbeid. De vergoedingen zouden niet kostendekkend zijn als hierover btw zou moeten worden afgedragen. Ook het collectief dat de subsidie aanvraagt, ontvangt en doorbetaalt, is niet btw-plichtig. Het collectief is geen btw-ondernemer en verricht geen diensten tegen vergoeding aan agrariërs. Dit is het antwoord van de staatssecretaris van Economische Zaken op Kamervragen hierover.
28-09-2015


Parkeren bij natuurpark tegen 6% btw

Een stichting exploiteert een natuurpark en een museum. Bezoekers kunnen bij de verschillende ingangen hun auto parkeren tegen betaling van € 2. De parkeerplaatsen hebben slechts een functie als toegang tot het park. Een afzonderlijk zelfstandig doel hebben zij niet. De toegang tot het natuurpark is voor de gemiddelde consument de hoofddienst en het parkeren is een bijkomende dienst die daarin opgaat. Het btw-tarief voor de hoofddienst is 6%. De bijkomende dienst volgt het btw-tarief van de hoofddienst. Het 6%-tarief is daarom van toepassing op de gehele dienst.
28-09-2015


De definitie van geneesmiddel is gewijzigd. Volgens de nieuwe bepaling is het 6%-tarief alleen nog van toepassing op middelen waarvoor op grond van de geneesmiddelenwet een handelsvergunning is afgegeven. Deze beperking van het begrip geneesmiddel moet tot minder discussies leiden over welke middelen onder het verlaagd tarief vallen. Het is niet duidelijk wat dit betekent voor middelen die deze handelsvergunning niet hebben maar waarop tot nu toe wel steeds het 6%-tarief mocht worden toegepast, zoals mentholpoeder. Bovendien is het de vraag of de inperking van het begrip geneesmiddel wel door de Europeesrechtelijke beugel kan.
28-09-2015


Denk aan de deadline verzoek teruggaaf buitenlandse btw

Is uw cliënt btw-ondernemer en hebben ondernemers in een andere EU-lidstaat aan hem/haar in 2014 buitenlandse btw in rekening gebracht? Die btw kunt u, of uw cliënt, terugvragen via de Belastingdienst. Hiervoor moet worden ingelogd op een speciale website. Zodra het teruggaafverzoek is ingediend, stuurt de Belastingdienst dit verzoek binnen 15 dagen door naar de belastingdienst van het EU-land waar de btw wordt teruggevraagd. Duurt dit langer, dan maakt uw cliënt mogelijk aanspraak op coulancerente. De teruggaafverzoeken moeten uiterlijk op 30 september 2015 worden ingediend. Uitstel is niet mogelijk.
28-09-2015


Rondleiding in voetbalstadion met 21% belast

Een CV exploiteert een gebouwencomplex dat bestaat uit een voetbalstadion met bijbehorende voorzieningen en een museum. Zij verhuurt het complex aan derden voor het spelen van wedstrijden en incidenteel voor optredens. Ook geeft zij tegen vergoeding rondleidingen door het complex, met als eindpunt een bezoek aan het museum. Zij past daarop het 6%-tarief toe. Volgens Verwijzingshof Den Bosch is het museumbezoek een ondergeschikt onderdeel van de rondleiding. Die is bedoeld om het stadion te bezichtigen. Er is ook geen sprake van het toegang verlenen tot een attractiepark. De rondleiding is belast tegen 21% btw.


Een eenmanszaak is tevens enig aandeelhouder van twee BV’s. In juni 2012 wordt een pand aan de eenmanszaak geleverd, waarbij geopteerd is voor een met btw belaste levering. Hierbij wordt de btw-heffing verlegd naar de eenmanszaak. De eenmanszaak geeft de btw aan en trekt de btw vervolgens af. Ten onrechte, volgens Rechtbank Den Haag. De eenmanszaak heeft wel kopieën overgelegd van de notarisafrekening ter zake van de aankoop van het pand met btw, maar verder niets waaruit blijkt dat het pand ook feitelijk voor belaste prestaties wordt gebruikt. De eenmanszaak maakt daarmee niet aannemelijk dat er recht bestaat op btw-aftrek.
14-09-2015


Een ondernemingspensioenfonds maakt op eigen naam en voor eigen rekening kosten voor het realiseren van een collectieve waardeoverdracht voor haar vennootschappen. Zij belast die kosten vervolgens door aan de vennootschappen. Er bestaat daardoor een verband tussen de kosten en de doorbelasting. De kostendoorbelasting vormt volgens vaste rechtspraak een vergoeding voor een belaste economische activiteit, oordeelt Hof Arnhem-Leeuwarden. Het ondernemingspensioenfonds verricht btw-belaste diensten en heeft daardoor recht op btw-aftrek.
14-09-2015


Maat hoofdelijk aansprakelijk voor btw-schuld maatschap

Bij een maatschap van twee maten wordt voor ruim € 1,2 miljoen btw nageheven. De maatschap betaalt de btw niet. De Ontvanger van de Belastingdienst stelt één van de maten hoofdelijk aansprakelijk voor de hele btw-schuld. Terecht, aldus Hof Den Haag. Artikel 33, lid 1, onderdeel a Invorderingswet bepaalt dat bestuurders van lichamen die geen rechtspersoonlijkheid hebben, hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de rijksbelastingen van het lichaam. De maat is aan te merken als bestuurder, omdat hij volledig aansprakelijk is. Hier doet niet aan af dat de maten volgens het BW niet hoofdelijk, maar slechts voor gelijke delen aansprakelijk zijn voor de schulden van de maatschap.
14-09-2015


Chiropractoren kunnen gebruikmaken van de btw-vrijstelling voor medische diensten. Dit is het gevolg van de uitspraak van de Hoge Raad van 27 maart 2015, zo heeft de Belastingdienst aan de branchevereniging NCA laten weten. Ook andere niet-BIG-beroepsbeoefenaren komen voor de vrijstelling in aanmerking, mits ook zij de gelijkwaardigheid van hun behandelingen kunnen aantonen ten opzichte van die behandelingen door BIG-beroepsbeoefenaren. De Belastingdienst is nog in overleg met enkele andere brancheverenigingen over de gevolgen van de uitspraak van de Hoge Raad.
14-09-2015


Inspecteur corrigeert btw te laat en loopt naheffing mis

Een DGA en zijn echtgenote laten een woon-werkpand bouwen dat in mei 2005 wordt opgeleverd. Vanaf 1 juli 2005 wordt het pand verhuurd aan de BV van de DGA. De DGA is hierdoor btw-ondernemer en vraagt de btw op de bouwkosten terug. De teruggaaf wordt verleend. Vanaf medio 2005 stelt de BV het woongedeelte ter beschikking aan de DGA, maar de genoten btw-aftrek wordt ten onrechte niet gecorrigeerd vanwege dit privégebruik. Daar komt de inspecteur pas in 2011 achter. Hij corrigeert de btw-aftrek dan alsnog met toepassing van de herzieningsregels. Dat is te laat, aldus Hof Arnhem-Leeuwarden. Dat had hij moeten doen in het jaar van ingebruikname. De naheffing is verjaard.
31-08-2015


Een BV stelt BIG-geregistreerde artsen en medisch specialisten ter beschikking aan ziekenhuizen. De duur van de overeenkomsten varieert van 1 maand tot een jaar. De BV meent dat de btw-vrijstelling voor medische diensten van toepassing is op haar diensten. Dat is onjuist, aldus Hof Arnhem-Leeuwarden. De artsen en medisch specialisten zijn werknemers van de BV en zij verrichten hun werkzaamheden voor de ziekenhuizen dus niet zelfstandig, maar door tussenkomst van de BV. De btw-vrijstelling is niet van toepassing. Er is ook geen strijd met het neutraliteitsbeginsel, omdat de diensten van de BV concurreren met die van uitzendbureaus en die betalen ook btw.
31-08-2015


Een BV verkoopt grondverzetmachines aan een Belgische BVBA. Zij past hierop het nultarief toe, omdat sprake is van intracommunautaire leveringen. De Belgische BVBA laat de goederen afhalen door een transporteur, maar zij doet geen aangifte van intracommunautaire verwervingen en draagt geen btw af. Nadat de Belgische BVBA failliet is gegaan, krijgt de BV een naheffingsaanslag voor de onbetaald gebleven btw. Terecht, oordeelt Rechtbank Noord-Nederland. De BV heeft wel vervoersverklaringen in haar administratie, maar daaruit blijkt slechts het voornemen om de goederen naar België te vervoeren. Er ontbreekt aanvullend bewijs dat de goederen Nederland hebben verlaten.
31-08-2015


Een handelaar past het 6% btw-tarief toe op zonnebrandoliën, fluorhoudende tandpasta’s, jeukstillende middelen bij insectenbeten en antimuggenmiddelen. Hij meent dat deze producten kunnen worden aangemerkt als geneesmiddelen. De tandpasta en de zonnebrandoliën door hun aandieningswijze en de andere middelen door hun werking. De eerstgenoemde middelen voldoen niet aan het aandieningscriterium, oordeelt Hof Amsterdam. Niet elke gezondheidgerelateerde aanprijzing is een geneeskundige aanprijzing. De handelaar maakt ook niet aannemelijk dat de andere middelen door hun werking een geneesmiddel kunnen zijn.
31-08-2015


Is uw cliënt btw-ondernemer en hebben ondernemers in een andere EU-lidstaat aan hem/haar in 2014 buitenlandse btw in rekening gebracht? Die btw kunt u, of uw cliënt, terugvragen via de Belastingdienst. Hiervoor moet worden ingelogd op een speciale website. Zodra het teruggaafverzoek is ingediend, stuurt de Belastingdienst dit verzoek binnen 15 dagen door naar de belastingdienst van het EU-land waar de btw wordt teruggevraagd. Duurt dit langer, dan maakt uw cliënt mogelijk aanspraak op coulancerente. De teruggaafverzoeken moeten uiterlijk op 30 september 2015 worden ingediend. Uitstel is niet mogelijk. Maar waarom hiermee wachten tot het eind van de maand?
31-08-2015


Garanties voor reparaties tweedehands auto’s is vrijgestelde verzekeringsdienst

Een Italiaanse ondernemer verstrekt in Frankrijk via een Franse SA garanties voor reparaties aan kapotte tweedehands auto’s. Franse garagehouders bieden via de Franse SA de garanties op reparaties aan bij de verkoop van de tweedehands auto’s. Volgens het EU-Hof van Justitie is het aanbieden van de garanties op reparaties een vrijgestelde verzekeringsdienst, mits het aanbieden van de garanties een zelfstandige dienst is. Het Franse hof moet nu uitzoeken of de verkoop van de tweedehands auto’s en het aanbieden van de garanties samen één dienst vormen of elk zelfstandige diensten zijn.
17-08-2015


Een stichting exploiteert een nieuwe onroerende zaak. Zij verhuurt deze een keer per week een dagdeel aan een verbonden kerk. Zij brengt daarbij btw in rekening. De inspecteur stelt dat de verhuur vrijgesteld is van btw en legt een naheffingsaanslag op voor de verschuldigde btw bij de ingebruikname vanwege het verrichten van een 3-1-h-levering. Terecht, oordeelt Verwijzingshof Arnhem-Leeuwarden. De stichting maakt niet aannemelijk dat aanvullend dienstbetoon in de huurprijs is begrepen. Er is geen schriftelijke huurovereenkomst waaruit dat blijkt. Bovendien staat op de factuur slechts ‘huur’ vermeld.
17-08-2015


Beschikking beëindiging fiscale eenheid niet voor bezwaar vatbaar

Een onderwijsinstelling neemt de schoonmaak op de scholen in eigen beheer. Zij brengt de activiteiten onder in een BV. De schoonmaak-BV en de onderwijsinstelling vormen sinds 6 mei 2009 een fiscale eenheid voor de btw. Op 21 december 2012 laat de Belastingdienst bij beschikking weten dat de fiscale eenheid per 1 januari 2013 wordt beëindigd. De schoonmaak-BV maakt bezwaar tegen de beschikking. Die is terecht niet-ontvankelijk verklaard, aldus Rechtbank Den Haag. De beschikking is niet voor bezwaar vatbaar. De fiscale eenheid eindigt van rechtswege als niet meer aan de voorwaarden wordt voldaan.
17-08-2015


Steeds vaker tonen paramedici zonder BIG-registratie de gelijkwaardigheid aan van hun medische handelingen ten opzichte van diezelfde handelingen door BIG-geregistreerde medici. Daardoor mogen ook zij de btw-vrijstelling toepassen. In de vorige btw-fiscasus was het de chiropractor die daarin slaagde. Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris weliswaar hoger beroep ingesteld, maar de Hoge Raad (ECLI: NL:HR:2015:744) besliste al op 27 maart jl. dat een paranormale gedragstherapeut op HBO-niveau ook de btw-vrijstelling mocht toepassen. Minister Schippers van VWS geeft in een brief aan de Tweede Kamer aan dat deze uitspraak leidt tot een ruimere toepassing van de btw-vrijstelling dan bij wetswijziging per 1 januari 2013 is voorzien. Komt er een wetswijziging aan?
17-08-2015


Margeregeling van toepassing op doorlevering Spaanse gebruikte auto’s

Een BV koopt in Spanje 196 gebruikte bedrijfsauto’s en verhuurauto’s. De leveranciers van deze auto’s behoren tot hetzelfde concern. Op de factuur vermeldt het concern dat de auto’s onder de margeregeling zijn geleverd. Daarop staat ook het btw-nummer van de BV. Het concern geeft de levering aan als intracommunautaire leveringen, maar de BV geeft geen intracommunautaire verwervingen aan in haar btw-aangiften. De BV heeft de margeregeling terecht toegepast, aldus Hof Arnhem-Leeuwarden. Zij heeft bij de aankoop aangegeven alleen margeauto’s te willen kopen en mocht er vanuit gaan dat die ook aan haar zijn geleverd. Dat stond immers ook op de facturen vermeld.
17-08-2015


De wijkverpleegkundige verricht naast medische zorg voor patiënten ook administratieve handelingen, neemt deel aan wijkteams en preventieactiviteiten en overlegt met de huisarts. De laatstgenoemde werkzaamhedenzijn zijn niet direct gericht op de geneeskundige verzorging van de mens en daarom geldt hiervoor strikt genomen de medische vrijstelling niet. Toch zegt staatssecretaris Wiebes toe dat de wijkverpleegkundige de vrijstelling met terugwerkende kracht tot 1 januari 2015 ook op deze werkzaamheden mag toepassen. Hij gaat dit regelen in het Belastingplan 2016. Vooruitlopend hierop komt er een besluit die dit ook nu alvast mogelijk maakt.
23-07-2015


Geen btw-aftrek door gebreken aan facturen

Een winkelier verkoopt Surinaamse producten, waaronder rijst. Hij heeft over 2005, 2006 en 2007 geen btw-aangiften ingediend. De inspecteur legt naar aanleiding van een boekenonderzoek naheffingsaanslagen op. De winkelier claimt vervolgens aftrek van de voorbelasting op de leveringen van rijst. De inspecteur weigert die aftrek. Dat is terecht volgens Hof Arnhem-Leeuwarden. De facturen voldoen niet aan de factuureisen. Daarop ontbreken namelijk naam, adres en btw-identificatienummer van de winkelier en het btw-identificatienummer en het adres van de leverancier.
23-07-2015


Afstandsverkopen zodra drempelbedrag lidstaat van aankomst is overschreden

Een eigenaar van een sportkledingwinkel verkoopt via zijn website artikelen aan Duitse particulieren. De goederen zijn daar afgeleverd. De eigenaar meent dat de leveringen kwalificeren als afstandsverkopen en dus dat de btw-heffing moet plaatsvinden in Duitsland. De Hoge Raad beslist echter dat een webwinkel die in de loop van het kalenderjaar het drempelbedrag voor afstandsverkopen bereikt, pas vanaf dat moment geen Nederlandse btw meer verschuldigd is. Het drempelbedrag bedraagt voor Duitsland € 100.000. De verkopen overschrijden dit bedrag niet dus is de eigenaar Nederlandse btw verschuldigd over alle verkopen aan de Duitse particulieren.
23-07-2015


De Europese btw-richtlijn en de bijbehorende rechtspraak dwingt Nederland om haar btw-sportvrijstelling te verruimen. Staatssecretaris Wiebes laat dit weten in een brief aan de Tweede Kamer. Zo oordeelde het EU-Hof van Justitie eind 2013 dat er geen onderscheid mag worden gemaakt tussen prestaties aan leden en aan niet-leden. In 2008 oordeelde het EU-Hof al dat de terbeschikkingstelling van een sportterrein een prestatie is die onder de btw-sportvrijstelling moet vallen. Hoewel de btw-sportvrijstelling moet worden verruimd, gebeurt dat niet op korte termijn. Het kabinet ziet geen mogelijkheid om de budgettaire gevolgen daarvan in te passen.
23-07-2015


Een chiropractor heeft haar beroepsopleiding gevolgd in België en in het Verenigd Koninkrijk. Zij is lid van enkele beroepsverenigingen. Haar patiënten zijn naar haar doorverwezen door huisartsen en fysiotherapeuten. Een aanvullende zorgverzekering vergoedt de behandelingskosten. Het beroep van chiropractor is echter geen BIG-beroep. Toch zijn de behandelingen gelijkwaardig aan fysiotherapeutische behandelingen, aldus Rechtbank Zeeland-West-Brabant. Het onthouden van de btw-vrijstelling vormt een schending van het neutraliteitsbeginsel.
23-07-2015


De wijkverpleegkundige verricht naast medische zorg voor patiënten ook administratieve handelingen, neemt deel aan wijkteams en preventieactiviteiten en overlegt met de huisarts. De laatstgenoemde werkzaamhedenzijn zijn niet direct gericht op de geneeskundige verzorging van de mens en daarom geldt hiervoor strikt genomen de medische vrijstelling niet. Toch zegt staatssecretaris Wiebes toe dat de wijkverpleegkundige de vrijstelling met terugwerkende kracht tot 1 januari 2015 ook op deze werkzaamheden mag toepassen. Hij gaat dit regelen in het Belastingplan 2016. Vooruitlopend hierop komt er een besluit die dit ook nu alvast mogelijk maakt.
20-07-2015


Geen btw-aftrek door gebreken aan facturen

Een winkelier verkoopt Surinaamse producten, waaronder rijst. Hij heeft over 2005, 2006 en 2007 geen btw-aangiften ingediend. De inspecteur legt naar aanleiding van een boekenonderzoek naheffingsaanslagen op. De winkelier claimt vervolgens aftrek van de voorbelasting op de leveringen van rijst. De inspecteur weigert die aftrek. Dat is terecht volgens Hof Arnhem-Leeuwarden. De facturen voldoen niet aan de factuureisen. Daarop ontbreken namelijk naam, adres en btw-identificatienummer van de winkelier en het btw-identificatienummer en het adres van de leverancier.
20-07-2015


Afstandsverkopen zodra drempelbedrag lidstaat van aankomst is overschreden

Een eigenaar van een sportkledingwinkel verkoopt via zijn website artikelen aan Duitse particulieren. De goederen zijn daar afgeleverd. De eigenaar meent dat de leveringen kwalificeren als afstandsverkopen en dus dat de btw-heffing moet plaatsvinden in Duitsland. De Hoge Raad beslist echter dat een webwinkel die in de loop van het kalenderjaar het drempelbedrag voor afstandsverkopen bereikt, pas vanaf dat moment geen Nederlandse btw meer verschuldigd is. Het drempelbedrag bedraagt voor Duitsland € 100.000. De verkopen overschrijden dit bedrag niet dus is de eigenaar Nederlandse btw verschuldigd over alle verkopen aan de Duitse particulieren.
20-07-2015


De Europese btw-richtlijn en de bijbehorende rechtspraak dwingt Nederland om haar btw-sportvrijstelling te verruimen. Staatssecretaris Wiebes laat dit weten in een brief aan de Tweede Kamer. Zo oordeelde het EU-Hof van Justitie eind 2013 dat er geen onderscheid mag worden gemaakt tussen prestaties aan leden en aan niet-leden. In 2008 oordeelde het EU-Hof al dat de terbeschikkingstelling van een sportterrein een prestatie is die onder de btw-sportvrijstelling moet vallen. Hoewel de btw-sportvrijstelling moet worden verruimd, gebeurt dat niet op korte termijn. Het kabinet ziet geen mogelijkheid om de budgettaire gevolgen daarvan in te passen.
20-07-2015


Een chiropractor heeft haar beroepsopleiding gevolgd in België en in het Verenigd Koninkrijk. Zij is lid van enkele beroepsverenigingen. Haar patiënten zijn naar haar doorverwezen door huisartsen en fysiotherapeuten. Een aanvullende zorgverzekering vergoedt de behandelingskosten. Het beroep van chiropractor is echter geen BIG-beroep. Toch zijn de behandelingen gelijkwaardig aan fysiotherapeutische behandelingen, aldus Rechtbank Zeeland-West-Brabant. Het onthouden van de btw-vrijstelling vormt een schending van het neutraliteitsbeginsel.
20-07-2015


De Belastingdienst verstuurt momenteel brieven aan btw-ondernemers die langer dan een jaar geen btw hebben betaald of in rekening gebracht. De Belastingdienst gaat ervan uit dat zij geen btw-ondernemer meer zijn, omdat zij hun onderneming hebben gestaakt. Is dat niet het geval, dan moet de betreffende btw-ondernemer dat binnen drie weken schriftelijk laten weten aan de Belastingdienst/ Centrale Invoer te Heerlen. Levert de btw-ondernemer alleen goederen en diensten die onder een bijzondere regeling of vrijstelling vallen? In dat geval moet hij dit ook aangeven in de brief. De registratie als btw-ondernemer wordt dan niet beëindigd.
15-06-2015


Een huiseigenaar laat zonnepanelen plaatsen op zijn woning. Hij ontvangt op 17 januari 2013 hiervoor een factuur met daarop € 1.736 btw. Hij meldt zich op 23 mei aan als btw-ondernemer. Tot eind juni wekt de huiseigenaar met zijn zonnepanelen wel stroom op, maar die wordt om technische redenen nog niet aan het elektriciteitsnet geleverd. Hij dient het aan hem uitgereikte btw-aangiftebiljet over het eerste kwartaal 2013 in vóór de aangegeven datum van 30 juni 2013 en claimt daarin teruggaaf van de aankoop-btw. De inspecteur heeft die btw-teruggaaf ten onrechte geweigerd, aldus Rechtbank Zeeland-West-Brabant. De huiseigenaar heeft het teruggaafverzoek immers tijdig ingediend.
15-06-2015


Een BV verleent in 2006 een licentie aan een andere BV voor het voeren van een merknaam. De BV draagt de in rekening gebrachte btw van ruim € 3,4 miljoen af. De vergoeding wordt in termijnen betaald, maar hierover ontstaat medio 2007 onenigheid. De BV zegt de licentieovereenkomst op en stuurt de andere BV een creditfactuur, maar die stuurt de factuur retour. Toch vraagt de BV de op deze factuur vermelde btw (ruim € 1 miljoen) terug. De btw-teruggaaf moet worden verleend als de BV aannemelijk kan maken dat de vergoeding niet is en ook niet zal worden ontvangen. Daarvoor hoeft de overeenkomst niet te zijn ontbonden of hoeft de BV achteraf geen prijsvermindering te hebben verleend, aldus de Hoge Raad.
15-06-2015


Tot 1 juli 2015 geldt het 6%-tarief op de arbeidskosten bij de renovatie en het herstel van woningen die ouder zijn dan twee jaar of van de tuinen bij die woningen. Laat uw cliënt zijn woning (of tuin) verbouwen, attendeer hem er dan op dat hij van dit lage btw-tarief alleen gebruik kan maken als de verbouwing op 1 juli 2015 is afgerond. Werkt uw cliënt met deelopdrachten? Dan geldt dit ook voor de deelopdracht. Bij oplevering ná 1 juli 2015 geldt het 21%-tarief op alle arbeidskosten. Oók als de oplevering onvoorzien na 1 juli 2015 plaatsvindt of als er al vóór 1 juli deelfacturen met 6% btw zijn uitgereikt en er daarop (al dan niet) vooruitbetalingen zijn gedaan.
15-06-2015


Een aannemer is eigenaar van een schoolgebouw. Hij verbouwt dit gebouw tot appartementen. Daarbij ontstaat de discussie of er na de verbouwing sprake is van een nieuw vervaardigde onroerende zaak of niet. Is er sprake van een nieuw vervaardigde zaak, dan is btw verschuldigd (21%) en in het andere geval overdrachtsbelasting (6%). De aannemer komt met de Belastingdienst overeen dat de verbouwing niet leidt tot btw-heffing, maar geheel belast is met overdrachtsbelasting. In een bepaald geval is er zelfs maar 2% aan overdrachtsbelasting verschuldigd.
15-06-2015


Verzorgen maatschappelijke stages is vrijgestelde onderwijsactiviteit

Een BV biedt ondersteuning aan leerlingen en scholen in het voortgezet onderwijs bij de maatschappelijke stages. Zij meent dat op deze activiteiten de onderwijsvrijstelling van toepassing is. Dat is volgens Hof Den Haag juist. Het verzorgen van de maatschappelijke stages heeft niet alleen een organisatorisch karakter. De activiteiten bestaan in hoofdzaak uit onderwijsverstrekking, namelijk het overdragen van kennis en vaardigheden met betrekking tot de stage. De maatschappelijke stages die door scholen zelf worden verzorgd, kwalificeren ook zonder meer als onderwijs.
01-06-2015


Een kantoor van advocaten, notarissen en fiscalisten houdt wekelijks tijdens de lunchpauze of na kantoortijd verplicht een vaktechnisch overleg voor het personeel. Daarbij worden eenvoudige maaltijden verstrekt. Het kantoor trekt alle btw op deze maaltijden af. Ten onrechte, aldus Rechtbank Noord-Holland. De aftrek van voorbelasting op spijzen en dranken die worden verstrekt aan personeel is beperkt op grond van artikel 3 van het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting (BUA). Dit artikel maakt - in tegenstelling tot andere bepalingen in het BUA - geen onderscheid tussen zakelijk en persoonlijk gebruik. Dat is niet in strijd met de EU-regels.
01-06-2015


Vrijgestelde renteopbrengsten tellen mee bij pro-rataberekening btw-aftrek

Een holding-BV verricht zowel belaste als vrijgestelde activiteiten. Een van haar vrijgestelde activiteiten is het verstrekken van leningen. De btw op facturen die zowel betrekking hebben op de vrijgestelde als op de belaste activiteiten (management), moet pro-rata worden gesplitst in een aftrekbaar en een niet-aftrekbaar deel. De holding-BV heeft voor deze pro-rataberekening de (van btw vrijgestelde) renteopbrengsten niet meegeteld, omdat deze activiteiten slechts zeer beperkt gebruikmaken van de algemene middelen. Dat is geen reden om de renteopbrengsten niet mee te tellen, oordeelt Rechtbank Zeeland-West-Brabant. Het verstrekken van leningen maakt een substantieel onderdeel uit van de bedrijfsactiviteiten.
01-06-2015


De Europese Commissie (EC) wil in 2016 een drempelbedrag invoeren voor de toepassing van de Europese btw-regels voor kleine webwinkels. Zij mogen tot aan deze drempel het nationale btw-tarief toepassen op hun digitale verkopen aan afnemers in andere EU-landen. De nieuwe btw-regels blijven dan buiten toepassing. De EC erkent hiermee dat de Europese btw-regels voor digitale diensten aan particulieren veel administratieve lasten met zich meebrengen voor kleine webwinkels. Deze winkels kunnen zich aanmelden voor de Mini One Stop Shop-regeling (MOSS-regeling), mits zij bijhouden waar hun afnemers wonen.
01-06-2015


Een holding-BV en een werk-BV zijn aangemerkt als een fiscale eenheid (FE) voor de btw. De holding verhuurt een pand waarin de werk-BV een saunaclub exploiteert. Na 2007 vindt een structuurwijziging plaats, waarbij de horeca-activiteiten worden ondergebracht in een aparte BV. Daarin heeft de holding-BV noch de werk-BV voor meer dan 50% zeggenschap. Wel houdt de holding-BV 75% van de aandelen in een andere opgerichte BV. De inspecteur belast de hele omzet van de horeca-BV bij de werk-BV, omdat de horeca-BV onderdeel is van de (oude) FE. Volgens de rechtbank kunnen de horeca-BV en de andere opgerichte BV niet tot de FE behoren, omdat de inspecteur daarvoor geen nieuwe beschikkingen heeft afgegeven.
01-06-2015


Een holding- BV en een dochter-BV behoren tot een fiscale eenheid voor de btw. Na verbreking van de fiscale eenheid, blijkt dat de holding een onbetaald gebleven btw-schuld heeft, ontstaan tijdens de fiscale eenheid. De dochter-BV wordt hiervoor aansprakelijk gesteld. Ook de boete, heffingsrente, invorderingsrente en invorderingskosten worden op de dochter-BV verhaald. De aansprakelijkstelling voor de btw-schuld is terecht, oordeelt Rechtbank Zeeland-West-Brabant. De dochter-BV is (mede)schuldenaar. Dat zij geen invloed meer had op het handelen van de moeder-BV, doet daar niet aan af. Dit is echter wel van belang voor het verhalen van de boete en invorderingslasten. Die moeten vervallen.
18-05-2015


Een BV houdt zich bezig met de uitgifte en verkoop van kortingskaarten voor hotels, restaurants, bioscopen en sauna’s aan particulieren. Deze bedrijven sluiten daartoe een overeenkomst met de BV. Zij zijn geen vergoeding aan elkaar verschuldigd. De BV past bij de verkoop ten onrechte de btw-vrijstelling voor cadeaubonnen toe, aldus Hof Den Bosch in navolging van het EU-Hof van Justitie (C-461/12). De verkoop is geen handeling inzake ‘andere waardepapieren’, omdat de kaart geen nominale waarde heeft. De kaart is bij de aangesloten bedrijven niet inwisselbaar voor geld of een product. De uitgifte en verkoop van de kaarten is ook geen handeling inzake ‘andere handelspapieren’, omdat de kortingskaart geen betaalinstrument is.
18-05-2015


Een vof van apothekers is eigenaar van een pand dat voor een groot deel wordt gebruikt door vijf huisartsen. Zij heeft met deze huisartsen een gezondheidscentrum opgericht. In samenspraak met de huisartsen laat de vof het pand afbouwen en inrichten. Zij neemt alle kosten hiervan voor haar rekening en brengt alle voorbelasting in aftrek. Terecht, aldus de Hoge Raad. Degene die de rechtsbetrekking met de dienstverrichters aangaat, heeft recht op btw-aftrek. Dat ook anderen (i.c. huisartsen) hierbij belang hebben of gebaat zijn, is hiervoor niet relevant. Er is ook geen sprake van relatiegeschenken of giften aan de huisartsen, waarop het BUA van toepassing is.
18-05-2015


Het EU-Hof van Justitie heeft twee prejudiciële vragen beantwoord in een Poolse zaak die ook van belang is voor de Nederlandse btw-heffing. De zaak betreft de verhuur van onroerende zaken en de levering van verwarming, elektriciteit en water (nutsvoorzieningen) en het ophalen van afval. Vraag 1: is de verhuurder dan wel de huurder de afnemer van de bij een derde ingekochte nutsvoorzieningen en het ophalen van afval? Het EU-Hof: de verhuurder neemt deze diensten af, levert ze door aan de huurders en berekent de kosten aan hen door. Vraag 2: gaan deze diensten op in de verhuurdienst? Volgens het EU-Hof zijn de aanvullende diensten in beginsel aparte zelfstandige prestaties.
18-05-2015


Tot 1 juli 2015 geldt het 6%-tarief op de arbeidskosten bij de renovatie en het herstel van woningen die ouder zijn dan twee jaar. Is uw cliënt van plan zijn woning te verbouwen? Attendeer hem er dan op dat hij van dit lage tarief alleen gebruik kan maken als de verbouwing op 1 juli 2015 is afgerond. Grote verbouwingen moeten dus tijdig zijn gestart. Ook kan uw cliënt overwegen om met deelopdrachten te werken. Het tijdelijk verlaagde btw-tarief geldt ook voor de aanleg en het onderhoud van de tuinen bij woningen ouder dan twee jaar. Oók als deze werkzaamheden niet door een hovenier worden uitgevoerd.
18-05-2015


Zijn orthopedische voorzieningen aan confectieschoenen ook laag belast?

De oplevering van bepaalde roerende zaken door degene die de roerende zaak vervaardigt, is belast tegen 6% btw (post b.16 tabel I). Aan dit criterium voldoet orthopedisch schoeisel dat op individuele basis of in serie is gemaakt, maar alleen is te dragen na aanpassing op de individuele zieke voet. In de zaak van een schoenmaker is het de vraag of de confectieschoen die hij op medisch voorschrift geschikt maakt voor mensen met orthopedische aandoeningen ook aan dit criterium voldoet. Ja, antwoordt Hof Den Bosch. De aanpassingen zijn zo ingrijpend, dat er in feite sprake is van (de oplevering van) een nieuw vervaardigde schoen.
30-04-2015


Een vof meldt zich in 1996 aan als btw-ondernemer. Zij geeft aan dat zij handelt in onroerende zaken. Als de vof in 1997 een bouwterrein koopt, brengt zij de btw in aftrek. In 2001 verkoopt de vof het bouwterrein samen met een vrachtwagen. Als de inspecteur in 2006 naheffingsaanslagen oplegt over 2001 en 2002 t/m 2005, stelt de vof dat zij geen btw-ondernemer is. Ten onrechte, aldus Hof Arnhem-Leeuwarden. Uit de feiten en omstandigheden blijkt dat de vof vanaf 1996 activiteiten op het gebied van transport heeft verricht of dat zij van plan was om dergelijke activiteiten te verrichten.
30-04-2015


Een maatschap en een aannemer sluiten in oktober 2008 een overeenkomst voor de bouw van een bedrijfspand. De aannemer reikt op 20 november 2008 een document uit met daarop de aanneemsom van € 685.000 en € 130.150 btw. De maatschap betaalt in 2008 nog niets aan de aannemer, maar brengt wel alle btw in aftrek. In 2009 voldoet zij de termijnfacturen. De inspecteur stelt dat het document geen factuur is maar een prijsopgave. Hierdoor kan de maatschap in 2008 geen btw-aftrek claimen. De Hoge Raad beslist dat de Wet OB niet voorschrijft wat het eerste moment is waarop een factuur kan worden uitgereikt. Dat kan dus ook voordat de prestatie is verricht. Dit heeft dan de gevolgen die de Wet OB verbindt aan het uitreiken van een factuur.
30-04-2015


De twee andere uitspraken betreffen de btw-heffing over het privégebruik auto sinds 1 juli 2011. In de ene uitspraak stelt een BV die kiest voor toepassing van de forfaitaire regeling in hoger beroep dat de BPM moet worden geëlimineerd uit de catalogusprijs. Het hof stelt vast dat de BV niet meer btw betaalt dan is toegestaan op grond van het EU-recht. Kiest de BV voor de forfaitaire regeling, dan hoort de BPM tot de maatstaf van heffing. Het hof oordeelt ook in de andere uitspraak dat op grond van de forfaitaire regeling per 1 juli 2011 niet meer btw wordt geheven dan de btw-richtlijn toestaat. Of de regeling in strijd is met het EU-recht, is dan niet van belang.
30-04-2015


Btw-correctie privégebruik auto: oude forfaitaire regeling 2011 akkoord?

Hof Arnhem Leeuwarden heeft vier uitspraken gedaan over de btw-correctie voor het privégebruik auto in 2011. Een daarvan heeft betrekking op alleen de oude forfaitaire regeling die gold tot 1 juli 2011 en één uitspraak betreft zowel de oude als de nieuwe forfaitaire regeling in 2011. Het hof oordeelt in de eerste uitspraak dat een BV de btw voor het privégebruik van de auto tot 1 juli 2011 verschuldigd is in het laatste belastingtijdvak van het boekjaar. Het is niet van belang dat artikel 15, lid 1 Uitvoeringsbeschikking Wet OB niet meer gold in dat tijdvak. In de andere uitspraak oordeelt het hof dat de btw-correctie niet beperkt blijft tot de eigen bijdragen van de werknemers.
30-04-2015


De Belastingdienst roept ondernemers die vóór 1 mei btw-aangifte moeten doen op om dit al vóór 24 april of 27 april te doen. De eventuele betalingen hoeven niet gelijktijdig met de aangifte te worden gedaan, maar moeten wel vóór 1 mei bij de Belastingdienst binnen zijn. De oproep is alleen verzonden aan ondernemers die hebben aangegeven via e-mail door de Belastingdienst geïnformeerd te willen worden. Eind deze maand wordt topdrukte verwacht omdat dan zowel de inzendtermijn voor de loonaangifte en de btw-aangifte vervalt, als ook de inzendtermijn voor de IB-aangifte 2014.


BUA-correctie op btw business seats voetbalstadion

Een fiscale eenheid van BV’s huurt enkele business seats voor haar (potentiële) relaties, een van haar DGA’s en voor diens broer. Laatstgenoemde is ook werkzaam bij een van de BV’s van de fiscale eenheid. De fiscale eenheid trekt de btw op de huurkosten af. De inspecteur corrigeert de aftrek omdat hierop het BUA van toepassing is. Terecht, oordeelt Rechtbank Zeeland-West-Brabant. De uitgaven aan de seats voor relaties zijn weliswaar zakelijke bedrijfskosten, maar zijn tevens relatiegeschenken. De terbeschikkingstelling van de seats aan personeel vormt ‘het gelegenheid geven tot ontspanning’, waarop het BUA eveneens van toepassing is.


De Wmo en de Jeugdzorg zijn per 1 januari 2015 overgegaan naar de gemeenten. Dat heeft ook gevolgen voor de btw-heffing. Het TransitieBureau Wmo heeft in opdracht van het ministerie van Financiën deze gevolgen samengevat op de informatiekaart ‘BTW gerelateerd aan de Wmo 2015 en de Jeugdwet’. Zo wordt in kaart gebracht voor welke Wmo-diensten en jeugdhulp de btw-vrijstelling sinds 1 januari 2015 geldt en onder welke voorwaarden. Ook worden de Wmo-diensten vermeld die in ieder geval niet zijn vrijgesteld. Bovendien verstrekt de kaart informatie over de btw-gevolgen van het uitlenen van personeel.


Volledige teruggaaf btw op onbetaalde facturen ondanks deal met bank

Een aannemer heeft voor € 1.000.000 aan facturen openstaan bij een failliete zakenpartner. Desondanks keert de curator van deze zakenpartner de gehele gerealiseerde verkoopopbrengst van de failliete boedel uit aan de bank van de failliete zakenpartner. De bank en de aannemer komen tot een compromis, waarbij de bank een deel van de opbrengsten (€ 475.000) doorbetaalt aan de aannemer. Toch heeft de aannemer recht op teruggaaf van alle btw op de onbetaald gebleven facturen, aldus Hof Den Bosch. Er is namelijk geen rechtstreeks verband tussen de betaling door de bank aan de aannemer en de openstaande schulden van de failliete zakenpartner.


Nieuw vervaardigd winkelpand ondanks ongewijzigde functie en voorgevel

Een winkelpand wordt geheel gesloopt op de voorgevel na. Vervolgens wordt gestart met de nieuwbouwfase. Het (bijna geheel) gesloopte pand wordt met btw geleverd. Daarna worden de dragende constructie en fundering vervangen en wordt het pand herbouwd met een andere indeling en grotere inhoud. De inspecteur vindt dat er geen sprake is van een nieuw vervaardigde onroerende zaak en legt aan de afnemer een aanslag overdrachtsbelasting op. Ten onrechte, oordeelt Rechtbank Noord-Nederland. De werkzaamheden zijn zó ingrijpend dat in wezen nieuwbouw heeft plaatsgevonden. Daaraan doet niet af dat het aanzicht en de functie van het pand niet zijn gewijzigd.


Een HBO-geschoolde paranormaal therapeut behandelt patiënten met lichamelijke en geestelijke klachten. Hij magnetiseert patiënten met lichamelijk klachten en voert gesprekken met patiënten met geestelijke klachten. De Hoge Raad is het met het hof eens dat de gespreksbehandelingen in het spraakgebruik zozeer met de behandelingen van psychologen overeenkomen, dat daarop de btw-vrijstelling voor psychlogen van toepassing is. Hij hoeft hiervoor niet een universitair geschoolde psycholoog te zijn. De vrijstelling is slechts beperkt tot de gezondheidskundige verzorging van de mens die voldoende kwaliteitsniveau heeft.
07-04-2015


Het EU-Hof van Justitie heeft de prejudiciële vragen van de Hoge Raad beantwoord over de toepassing van de btw-vrijstelling bij invoer (uit derdeland) of intracommunautaire verwerving (icv uit andere EU-landen) van tandprothesen. Bij invoer of icv geldt een vrijstelling als de binnenlandse levering ‘in ieder geval’ is vrijgesteld. In Nederland geldt dat voor tandprothesen die door tandartsen en tandtechnici zijn geleverd. Het EU-hof oordeelt dat de toepassing van de vrijstelling bij invoer of icv alleen afhangt van de btw-regels van het land van bestemming. Ook als in het land van de leverancier de levering btw-belast is op grond van een overgangsregeling.
01-04-2015


Particuliere zonnepaneelhouders die zich bij de aanschaf van zonnepanelen hebben laten registreren als btw-ondernemer, moeten sindsdien periodiek btw-aangifte doen. Aan die aangifteplicht is per 1 januari 2015 een einde gekomen. Dat staat in een brief van de Belastingdienst die eind maart jl. is gestuurd aan zonnepaneelhouders. De reden is dat zonnepaneelhouders na toepassing van de kleineondernemersregeling geen btw verschuldigd zijn. Dat is alleen anders als er in een jaar bijzondere kosten aan de panelen zijn. Aan de ontheffing zijn wel voorwaarden verbonden….
01-04-2015


Aannemers en/of projectontwikkelaars hebben een brief van de Belastingdienst ontvangen, waarin zij de gelegenheid krijgen om met een tijdige suppletie ten onrechte afgetrokken btw te corrigeren en een hoge boete te voorkomen. Het betreft btw die is afgetrokken tijdens de bouw van nieuwbouwwoningen, toen deze nog waren bestemd voor de verkoop. Door de tegenvallende verkoop zijn de woningen echter aangeboden voor verhuur. Dat is btw-vrijgesteld. Zodra de huurder de woning betrekt, ontstaat bij de aannemer of projectontwikkelaar een btw-schuld voor de eerder afgetrokken btw. Corrigeert hij tijdig de btw-aangifte, dan beperkt hij de boete.
01-04-2015


Geen btw-vrijstelling voor uitzendbureau in de zorg

Een Duits uitzendbureau stelt gediplomeerd zorgpersoneel ter beschikking aan zorginstellingen. De werknemers behoren organisatorisch tot de zorginstelling. Zij hebben met deze instelling een gezagsverhouding. Het uitzendbureau past op zijn diensten de vrijstelling toe voor diensten in het algemeen belang in de sociale sector. Dat is onjuist, oordeelt het EU-Hof van Justitie. Het uitzendbureau is geen organisatie van sociale aard waarvoor de vrijstelling is bedoeld. Dat geldt volgens het EU-hof ook voor gediplomeerd zorgpersoneel dat rechtstreeks diensten verricht aan hulpbehoevenden. De diensten zijn belast naar het algemeen tarief.
01-04-2015


Tijd begint te dringen voor woningrenovatie tegen 6%-tarief

Tot 1 juli 2015 geldt het 6%-tarief op de arbeidskosten bij de renovatie en het herstel van woningen die ouder zijn dan twee jaar. Is uw cliënt van plan zijn woning te verbouwen? Attendeer hem er dan op dat hij van dit lage tarief alleen gebruik kan maken als de verbouwing op 1 juli 2015 is afgerond. Grote verbouwingen moeten dus tijdig worden gestart. Ook kan uw cliënt overwegen om met deelopdrachten te werken. Het tijdelijk verlaagde btw-tarief geldt ook voor de aanleg en het onderhoud van de tuinen bij woningen ouder dan twee jaar. Oók als deze werkzaamheden niet door een hovenier worden uitgevoerd.


Is overgedragen BV een algemeenheid van goederen?

Een BV repareert en verkoopt caravans. Zij neemt eind januari 2007 de onderneming over van A BV, die nieuwe en gebruikte caravans verkoopt. Beide BV’s passen de margeregeling toe. Eind 2006 neemt de grootste leverancier van A BV de vooraard nieuwe caravans terug en A BV verkoopt alle gebruikte caravans. Omdat ten tijde van de overname niet alle economische activiteiten van A BV zijn beëindigd, is er volgens het hof sprake van een overdracht van een algemeenheid van goederen. Dat is een onjuiste rechtsopvatting, oordeelt de Hoge Raad. Eerst moet worden beoordeeld of de overgedragen goederen samen een handelszaak of zelfstandig bedrijfsonderdeel vormen.


Nabrander 6%-tarief e-boeken

Staatssecretaris Wiebes gaf enkele weken geleden aan dat hij het btw-tarief (nu: 21%) op digitale kranten, boeken en tijdschriften niet gelijk kon trekken met het 6%-tarief dat geldt voor de papieren versies van deze producten. Daarvoor zou de Europese Btw-richtlijn eerst moet worden aangepast. Waarschijnlijk heeft hij daarin gelijk. De Europese Commissie heeft namelijk onlangs de twee inbreukprocedures gewonnen tegen Frankrijk en Luxemburg, die het verlaagde tarief wel toepassen op deze diensten. Het EU-Hof oordeelt dat de Btw-richtlijn het verlaagde btw-tarief momenteel alleen toestaat voor papieren kranten, boeken en tijdschriften.


Een man koopt begin november 2006 een bouwkavel en heeft daarop een woning gebouwd. Hij wil de woning gaan verhuren en dat geeft hij ook aan op het formulier ‘Opgaaf startende onderneming’. Hij verzoekt om teruggaaf van btw op de bouwkosten over de periode 1 november 2006 tot en met 31 december 2006. De teruggaaf wordt verleend, maar in 2011 blijkt bij een boekenonderzoek nergens uit dat de man huur ontvangt. Ook kan hij geen huurcontract overleggen. Zijn adviseur beaamt dat er geen sprake is van verhuur. De man maakt daardoor onvoldoende aannemelijk dat hij werkelijk de intentie had om een woning te verhuren. De btw-teruggaaf wordt terecht nageheven.


Een echtpaar handelt in firmaverband in koffie. De man heeft daarnaast een eenmanszaak in Duitsland. De firma verwerft de koffie vrijwel geheel via deze eenmanszaak en verkoopt deze door aan afnemers in andere EU-landen, waaronder Frankrijk. De firma geeft de leveringen aan Franse afnemers (afhaaltransacties) aan als intracommunautaire leveringen en past hierop het nultarief toe. Zij kan echter niet aantonen dat de koffie ook daadwerkelijk naar de Franse afnemers is vervoerd. De inspecteur maakt daarentegen volgens Rechtbank Zeeland-West-Brabant wel aannemelijk dat de overgelegde CRM-vrachtbrieven en de achteraf opgemaakte afhaalverklaringen vals zijn. De naheffing en boete zijn terecht.
09-03-2015


Een suppletieaangifte moet worden ingediend zodra duidelijk wordt dat er te weinig of te veel btw is betaald. Heeft uw cliënt te weinig btw betaald, dan wordt hij belastingrente verschuldigd vanaf de eerste dag na afloop van het kalender- of boekjaar waarop die btw betrekking heeft. Dit kunt u voorkomen door de suppletieaangifte van uw cliënt in te dienen binnen drie maanden na afloop van het kalenderjaar. Er wordt dan namelijk geen belastingrente berekend, mits de suppletie een vrijwillige verbetering is. Bedragen tot € 1.000 mogen worden verrekend in de eerstvolgende btw-aangifte. Daarvoor hoeft dus geen suppletieaangifte te worden gedaan.
09-03-2015


Een BV vormt sinds 1 februari 1991 een fiscale eenheid voor de btw met haar dochter-BV. In 2013 stelt de Belastingdienst vast dat er wel een btw-identificatienummer is toegekend aan de BV, maar niet aan de fiscale eenheid. De inspecteur deelt de BV bij beschikking mede de ‘oude’ fiscale eenheid te ontbinden en kent aan de ‘nieuwe’ fiscale eenheid een eigen, nieuw btw-identificatienummer toe. De BV maakt hiertegen bezwaar, maar de inspecteur verklaart het bezwaar ongegrond. De inspecteur had het bezwaar niet-ontvankelijk moeten verklaren, oordeelt Rechtbank Zeeland-West-Brabant. Tegen het besluit om een nieuw btw-identificatienummer toe te kennen, is geen bezwaar en beroep mogelijk.
09-03-2015


Een evenementenbureau organiseert buitenactiviteiten voor particulieren en arrangeert personeelsuitjes voor de zakelijke markt. De activiteiten vinden plaats op en rond het strand. Het bureau brengt hiervoor 6% btw in rekening, omdat het gaat om sportactiviteiten. De inspecteur vindt dat het recreatieve activiteiten zijn, waarop het normale tarief van toepassing is. Twee cumulatieve criteria zijn bepalend voor de toepassing van het 6%-tarief: er moet een sportaccommodatie ter beschikking worden gesteld én er moet gelegenheid worden gegeven tot sportbeoefening. De meeste activiteiten voldoen aan deze criteria, aldus Rechtbank Noord- Nederland.
09-03-2015


Tarief ter beschikking stellen schietbaan en kleiduiven 6%, munitie 21%

Een kleiduivenschietsportvereniging biedt (aspirant-)leden tegen betaling van contributie de gelegenheid om op een schietbaan op kleiduiven te schieten. Op de schietbaan worden kleiduiven en munitie verkocht. Niet-leden moeten de munitie van de vereniging kopen, maar leden mogen de munitie ook elders kopen. De vereniging brengt 6% btw in rekening over de verkoop van kleiduiven, munitie en de schietarrangementen voor recreanten. De terbeschikkingstelling van de schietbaan en de verkoop van kleiduiven vormen samen één prestatie die belast is tegen 6%. De verkoop van munitie is echter een afzonderlijke prestatie, die belast is tegen 21%, oordeelt Rechtbank Gelderland.
23-02-2015


De vestiging of overdracht van eeuwigdurende zakelijke rechten (opstal, erfpacht, etc.) op onroerende zaken is sinds 1 januari 2015 een levering. Voordien kon dit ook een btw-vrijgestelde verhuurdienst zijn. De vestiging of overdracht van een zakelijk recht op een bouwterrein of nieuw pand is daardoor sinds 1 januari jl. btw-belast. De btw wordt berekend over de waarde in het economisch verkeer van de zaak waarop het recht betrekking heeft. Er is echter voorzien in overgangsrecht voor overeenkomsten die vóór 1 juli 2015 worden gesloten. De daadwerkelijke vestiging of overdracht moet dan wel uiterlijk plaatsvinden op 31 december 2016.
23-02-2015


Een timmerman koopt via een makelaar een nieuw bedrijfspand. De koop is met btw belast. Na een jaar verkoopt hij het pand weer via dezelfde makelaar zonder btw. Ook de koopovereenkomst vermeldt geen btw. Kort voordat het pand aan de koper wordt geleverd, wijst de notaris de timmerman erop dat de verkoop btw-belast moet zijn. De koper weigert echter het pand met btw te kopen. Na een rechtszaak wordt het pand binnen de 2-jaarstermijn zonder btw verkocht. De timmerman moet daarom herzienings-btw betalen. Die heeft hij terecht verhaald op de makelaar, aldus Hof Den Haag. Een makelaar moet weten dat de verkoop van een bedrijfspand btw-belast kan zijn.
23-02-2015


Dat er veel onduidelijkheid bestaat over de nieuwe btw-regels voor elektronische diensten, blijkt ook uit de vele Kamervragen die hierover onlangs zijn beantwoord. Uit die antwoorden blijkt dat digitale dienstverleners zich nu nog kunnen registreren om met terugwerkende kracht tot 1 januari 2015 gebruik te maken van de mini-one-stop-shop-regeling (MOSS-regeling). Zij kunnen zich nog tot 10 maart 2015 hiervoor registreren. Het is de bedoeling dat voor de registratie nog dit voorjaar een digitaal registratieformulier beschikbaar komt in het Persoonlijk Domein (PD) voor ondernemers.
23-02-2015


Bestaat er ook bij u onduidelijkheid over btw-regels elektronische diensten?

Hoe moeten de nieuwe btw-regels voor elektronische diensten per 1 januari 2015 worden toegepast. Die vraag krijgen de btw-adviseurs van Fiscount regelmatig. Daarbij blijkt een misverstand te bestaan over wat er verstaan moet worden onder elektronische diensten. Vaak wordt gedacht dat hier ook de goederen onder vallen die via webshops aan particulieren in andere EU-lidstaten worden geleverd. Dat is echter niet zo. De nieuwe btw-regels zijn uitsluitend van toepassing op elektronische diensten die worden verricht aan particulieren in andere EU-lidstaten.
23-02-2015


Een BV behoort tot een fiscale eenheid voor de btw. Begin 2012 gaan drie andere BV’ s van de eenheid failliet. De BV wordt aansprakelijk gesteld voor de openstaande btw-schulden van de fiscale eenheid. Dat is niet in strijd met de Btw-richtlijn, oordeelt Rechtbank Noord-Holland. De aansprakelijkstelling is nodig om de belastingschulden van de fiscale eenheid te innen. De fiscale eenheid voor de btw bestaat namelijk niet civielrechtelijk, maar alleen op basis van fiscale regels. Er kan geen beslag worden gelegd, omdat de fiscale eenheid geen goederen bezit. Ook is er geen sprake van rechtsonzekerheid, omdat de fiscale eenheid is vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking.
09-02-2015


Voorbelasting advieskosten bij verkoop aandelen aftrekbaar?

Een holding-BV houdt een derde van de aandelen in een dochter-BV. Zij houdt op haar beurt weer alle aandelen in een kleindochter-BV. De holding-BV stelt haar DGA ter beschikking aan de kleindochter-BV. Die betaalt daarvoor een managementvergoeding aan de holding-BV. De holding-BV schakelt een adviseur in voor de verkoop van de kleindochter-BV en trekt de btw op de advieskosten af. Ten onrechte, aldus Hof Den Bosch. De aftrek is uitgesloten omdat de advieskosten betrekking hebben op het ‘verkoop klaarmaken’ van de kleindochter-BV. Dit is een vrijgestelde prestatie. Bovendien staan er tegenover de advieskosten geen opbrengsten die rechtsreeks verband houden met de verkoop.
09-02-2015


Voorlopig geen 6%-tarief voor digitale kranten, boeken en tijdschriften

Papieren kranten, boeken en tijdschriften vallen onder het verlaagde btw-tarief. De digitale replica’s hiervan vallen echter onder het algemene tarief van 21%. Dit verschil in btw-tarifering moet zo snel mogelijk verdwijnen. Hoewel iedereen het daarover eens is, verandert dit voorlopig niet. Dat komt doordat de Europese Btw-richtlijn digitale diensten uitsluit van het verlaagde tarief. De Europese Commissie is inbreukprocedures gestart tegen EU-landen die dit tarief toch toepassen op deze diensten. Dat gaat ook gebeuren als Nederland dit tarief nu zou invoeren op digitale kranten, boeken en tijdschriften, aldus de staatssecretaris. Kortom, eerst moet de EU-richtlijn worden gewijzigd.
09-02-2015


Heeft u rijschoolhouders in uw cliëntenbestand? Kijk dan extra kritisch naar de btw-tarieven die zij hanteren op hun lesmateriaal. Volgens de Belastingdienst nemen rijschoolhouders klakkeloos de btw-tarieven van hun leveranciers over op de facturen aan hun leerlingen. Deze leveranciers bieden gecombineerde lespakketten aan tegen het 6%-tarief. De pakketten bestaan echter uit zowel theorieboeken als uit digitaal oefenmateriaal, waarvoor respectievelijk 6% en 21% btw moet worden gefactureerd. De Belastingdienst waarschuwt de rijschoolbranche voor het risico op naheffingen en boetes bij onjuiste tarifering, aldus het vakblad voor verkeersscholen Verkeerspro.
09-02-2015


Uw cliënt kan maandelijks of per kwartaal btw-aangifte doen. Het doen van een kwartaalaangifte is aan te raden als er btw moet worden betaald. Maar bij een structurele btw-teruggaaf kan uw cliënt beter maandaangifte doen. Doet uw cliënt bijvoorbeeld grote investeringen waarbij btw in rekening wordt gebracht, dan kan het voordelig zijn om tijdelijk maandaangifte te doen in plaats van kwartaalaangifte. Onder voorwaarden kan uw cliënt ook jaaraangifte doen. Daarvoor moet een schriftelijk verzoek worden ingediend bij de Belastingdienst.
26-01-2015


Naheffingsaanslag bij niet betaalde maar wel afgetrokken btw op crediteuren?

Stel, uw cliënt heeft de aan hem gefactureerde btw in aftrek gebracht, maar na twee jaar is de factuur nog niet betaald. De Belastingdienst betaalt de leverancier de ter zake van de leveringen niet-ontvangen – maar wel afgedragen – btw terug en start een onderzoek naar uw cliënt. Daaruit volgt een naheffingsaanslag btw. Is die aanslag terecht? Jazeker, sinds de opeisbaarheid van de vergoedingen is de 2-jaarstermijn verstreken. Daardoor is uw cliënt de afgetrokken btw verschuldigd geworden op grond van artikel 29, lid 2 Wet OB.
26-01-2015


Stel, uw cliënt heeft een btw-aangifte ingediend, waarin onder de voorbelasting ook btw is begrepen die betrekking heeft op oninbare vorderingen. Mag dat? En zo nee, kan de inspecteur die btw dan naheffen? Het antwoord op de eerste vraag is nee. De btw op oninbare vorderingen kan niet via de reguliere btw-aangifte worden teruggevraagd. De inspecteur mag dan de teruggevraagde btw naheffen. De wettelijke regeling stelt het verplicht om de btw op oninbare vorderingen via een apart teruggaafverzoek te doen. Maar er bestaat toch een speciale regeling die wel toestaat om deze btw via de reguliere btw-aangifte terug te vragen?
26-01-2015


Verleggingsregeling voor btw op werk van failliete onderaannemers

Een BV schakelt drie onderaannemers in bij de bouw van een bedrijfshal. De onderaannemers brengen btw in rekening aan de BV voor hun werkzaamheden. De BV heeft alle btw in aftrek gebracht. Twee van de drie inmiddels failliete onderaannemers hebben de btw niet afgedragen. De inspecteur legt aan de BV een naheffingsaanslag op, omdat de verleggingsregeling van toepassing is op de aan de BV gefactureerde werkzaamheden. Dat is juist, aldus Hof Amsterdam. De BV maakt niet aannemelijk dat de onderaannemers de werkzaamheden voor meer dan 50% in hun eigen werkplaatsen hebben verricht, waardoor de verleggingsregeling niet van toepassing zou zijn.
26-01-2015


Tussentijds ingevoerde verleggingsregeling: afnemer moet toch btw betalen

Een exploitant van binnenschepen koopt van een curator een passagiersschip voor € 500.000 inclusief btw uit de boedel van een failliete holding-BV. De koopovereenkomst is op 9 oktober 2007 gesloten, de levering vindt plaats op 23 januari 2008. Op 1 januari 2008 treedt de nieuwe verleggingsregeling in werking bij levering van zaken tot executie van zekerheid op deze zaken. De exploitant is nu de btw verschuldigd. Omdat hij de btw op dat moment nog niet heeft betaald, mag hij de btw die de leverancier door de beleidswijziging niet meer hoeft te betalen, aftrekken van de koopprijs. Volgens de Hoge Raad wordt het rechtszekerheidsbeginsel zo niet geschonden.
12-01-2015


Wat te doen met ten onrechte of te veel gefactureerde btw?

Heeft uw cliënt aan een afnemer (ondernemer) ten onrechte of te veel btw gefactureerd? In dat geval kunt u onder voorwaarden een verzoek indienen om herziening van die btw. Dat verzoek wordt aangemerkt als bezwaargrond tegen de verschuldigde btw. Deze aanpassing van het beleid staat in het hiervoor genoemde geactualiseerde besluit over administratieve, facturerings- en andere btw-verplichtingen. Verder wordt aangegeven binnen welke termijn de herziening moet plaatsvinden. Ook worden in dit besluit de heffingsmogelijkheden aangegeven als er geen herziening plaatsvindt van ten onrechte gefactureerde btw.
12-01-2015


Detailhandelsregeling: factuur uitreiken op verzoek

Detailhandelaren en uitgevers van tijdschriften leveren meestal goederen aan particulieren of ze verlenen diensten aan hen. De hoedanigheid van de afnemer kan echter niet altijd worden vastgesteld op het tijdstip van levering. De staatssecretaris keurt daarom goed dat detailhandelaren en uitgevers van tijdschriften pas een factuur hoeven uit te reiken als de afnemer (ondernemer) daarom vraagt. Dit geldt níet als zij (redelijkerwijs kunnen) weten dat de afnemer een ondernemer is. Dan moeten zij wel op eigen initiatief een factuur uitreiken. Dit staat in een geactualiseerd besluit over administratieve, facturerings- en andere btw-verplichtingen.
12-01-2015


Bezwaarprocedure btw-correctie privégebruik auto 2012 en 2013 ook voor 2014

Heeft u voor uw cliënten over 2011, 2012 en/of 2013 bezwaar gemaakt tegen de aangegeven btw-correctie wegens het privégebruik van de auto van de zaak? Dan hoeft u dat voor deze cliënten voor het jaar 2014 niet weer te doen. Dit maakt de Belastingdienst bekend. Deze werkwijze is tot stand gekomen in samenspraak met de beroepsorganisaties. Voor nieuwe cliënten moet u wel bezwaar maken. Wij zijn overigens van mening dat het expliciet indienen van een bezwaar ook voor uw bestaande cliënten is aan te raden. Zo weet u zeker dat er bezwaar is gemaakt.
12-01-2015


De deelname aan een fiscale eenheid voor de btw eindigt als dit schriftelijk(!) is gemeld bij de Belastingdienst. Een BV vindt dat zij aan dit vereiste heeft voldaan met het indienen van het formulier voor opgaaf startende onderneming. Dat is juist, oordeelt Hof Den Haag. De BV geeft in het formulier aan dat een andere rechtspersoon is ontstaan uit een of meerdere bestaande ondernemingen en dat zij voortaan als zelfstandig btw-ondernemer wil worden aangemerkt. De inspecteur heeft hierop niet gereageerd. Onder deze omstandigheden maakt de BV geen deel meer uit van de fiscale eenheid.
12-01-2015