Belastingverdrag Nederland-Duitsland gaat grondig op de schop

Het duurt weliswaar nog even, maar met ingang van 1 januari 2016 gaat er in het belastingverdrag met Duitsland het nodige veranderen. Zo worden pensioen-, lijfrente- en socialezekerheidsuitkeringen (bijvoorbeeld de AOW) die in Duitsland woonachtige Nederlanders ontvangen vanaf 2016 belast door Nederland. Dit gebeurt echter alleen wanneer het gezamenlijke bedrag van deze uitkeringen meer bedraagt dan € 15.000. Nu is de heffing over deze inkomensbestanddelen nog toegewezen aan Duitsland. De wijziging van het verdrag met Duitsland zal een leidraad zijn bij de toekomstige aanpassingen van andere verdragen die Nederland heeft gesloten.
02-12-2014


Loonstamrecht bij de eigen BV staat onder water

Stel, de afkoopwaarde van een loonstamrecht bedraagt 300. Aan dekking is er binnen de BV 200 aanwezig. De BV draagt die 200 op een gegeven moment over aan een verzekeraar. Vervolgens wordt die 200 afgekocht. Op deze afkoop is de 80%-regeling niet van toepassing; er wordt namelijk maar een gedeelte van het stamrecht afgekocht! Het restant van het stamrecht, waarde 100, blijft immers in de BV achter. De uitbetaling van dit deel is uiteraard een illusie. De Belastingdienst werkt uit praktisch oogpunt mee aan het afzien van dit deel van het stamrecht. Dit echter wel op voorwaarde dat de BV dan wordt geliquideerd.
02-12-2014


Menig adviseur slaat de schrik om het hart. Weer een pensioenaanpassing. Opnieuw een ingewikkeld verhaal dat er verteld moet worden aan de DGA. Met ingang van 1 januari 2015 wordt het fiscaal toegestane opbouwpercentage verlaagd en het loon waarover pensioen mag worden opgebouwd wordt gemaximeerd (2015: € 100.000). Ook komen er verschillende franchises voor eindloon- en middelloonregelingen. Voor DGA’s die ook na 1 januari 2015 pensioen blijven opbouwen, komt er dus een aanvulling op de in 2014 opgemaakte pensioenovereenkomst.
02-12-2014


Gedeeltelijke afkoop loonstamrecht en restant kapitaal

Het is mogelijk om jaarlijks een willekeurig, op de inkomensbehoefte afgestemd bedrag te onttrekken aan het kapitaal van een loonstamrecht. Deze jaarlijkse onttrekkingen worden dan gezien als een gedeeltelijke afkoop. Door deze manier van uitkeren onttrekt u zich aan het strakke keurslijf van de periodieke uitkering. Maar wat te doen als er bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd – de uiterste ingangsdatum van loonstamrechten – nog een restantsaldo aanwezig is? Resteert er op die datum nog een saldo, dan mag dit uitsluitend worden gebruikt voor het bedingen van een periodieke uitkering.
02-12-2014


De Raad voor de Jaarverslaggeving en de Belastingdienst zenden tegenstrijdige berichten uit over de manier waarop de commerciële waardering van een pensioenverplichting moet worden berekend. De RJ gaat uit van een ‘going concern’-benadering terwijl de Belastingdienst meer een statische benadering voor staat. De vraag is welke partij het in dit verband bij het juiste eind heeft. Het belang is nogal groot, bijvoorbeeld bij de toets die moet worden uitgevoerd bij het doen van een dividenduitkering (de uitkeringstoets).
02-12-2014


Afkoopmogelijkheid lijfrente mogelijk voor inkomen bij arbeidsongeschiktheid

Vanaf 1 januari 2015 is het mogelijk om een lijfrente af te kopen waarmee voorzien kan worden in inkomen bij langdurige arbeidsongeschiktheid. Dit volgt uit het Belastingplan 2015. Wel moet nog worden ingevuld wat er wordt verstaan onder ‘langdurig’ en met name wanneer dat wordt getoetst. Bovendien geldt voor afkoop dat dit moet gebeuren voordat de AOW-gerechtigde leeftijd wordt bereikt. Een goed en praktisch voorstel, dat in lijn is met de plannen voor een eigen ‘pensioenfonds’ voor zelfstandigen. Let wel, door het afkopen van een lijfrente wordt de inkomensvoorziening die was bedoeld als (aanvulling op de) pensioenvoorziening voortijdig aangesproken!
04-11-2014


Niets doen als de pensioengerechtigde leeftijd is bereikt, blijkt een kostbare zaak. Een DGA bereikte in juli 2008 de 65-jarige leeftijd, tevens de leeftijd waarop het ouderdomspensioen in moest gaan. Er volgden geen uitkeringen. Dat was ook lastig, want de ING had – op basis van een afgegeven garantieverklaring – de bankrekeningen van de BV geconfisqueerd. De DGA protesteert hier wel tegen, maar verder doet hij niets. De rechters van het Hof Amsterdam zijn het met de inspecteur eens dat er hier sprake is van een onzuivere pensioenregeling.


Lijfrentepremieaftrek biedt na 2015 nog amper soelaas voor pensioengat

Werknemers die in de pensioenregeling van hun werkgever onvoldoende pensioen opbouwen, kunnen de tekorten in privé, via lijfrentes, aanvullen. Deze mogelijkheid wordt na 1 januari 2015 echter drastisch ingeperkt. Het maximale inkomen waarover in de jaarruimte premies mogen worden afgetrokken, wordt met ingang van 1 januari 2015 namelijk € 100.000. Na aftrek van een franchise van circa € 12.000 resteert dan een maximale grondslag van € 88.000. Voor 2014 is dat nog ruim € 162.000! Ook de met ingang van 2015 geïntroduceerde nettolijfrente biedt weinig extra aanvulling. Een 52-jarige met een inkomen van € 130.000 kan € 2.200 inleggen in deze regeling.
04-11-2014


Slecht nieuws voor de grootverdieners onder ons: de nieuwe fiscale spelregels die vanaf 1 januari 2015 gelden voor de opbouw van pensioenaanspraken pakken vooral voor hen dramatisch uit. Vanaf de genoemde datum is het niet meer mogelijk om over het deel van het salaris dat boven de € 100.000 ligt, fiscaal ondersteund pensioen op te bouwen. Deze beperking heeft zowel gevolgen voor de hoogte van het uiteindelijk te ontvangen ouderdomspensioen als voor het partnerpensioen. En daarbij gaat het dan niet om kleine bedragen; de gevolgen voor het pensioeninkomen zijn relatief fors.
04-11-2014


Het is bekend dat bij de afkoop van pensioen- en stamrechtverplichtingen naast belasting ook revisierente wordt geheven. Algemeen bekend is dat deze revisierente 20% bedraagt van de waarde van de pensioen- of stamrechtverplichting in het economisch verkeer. Minder bekend is dat er een tegenbewijsregeling is voor verplichtingen die zijn aangegaan op een tijdstip binnen 10 jaar voor het jaar waarin de voorgenomen afkoop plaatsvindt. In dat geval wordt de revisierente gesteld op het bedrag aan in rekening gebrachte belastingrente. Dit is alleen mogelijk indien de aftrek van de premies voor de aanspraak ongedaan zou kunnen worden gemaakt door middel van een navorderingsaanslag.
30-09-2014


Wil een medisch specialist, in verband met de gewijzigde regelgeving per 1 januari 2015 met betrekking tot het declaratierecht, zijn maatschapsaandeel inbrengen in een BV? In dat geval zijn er twee aandachtspunten. Voor de gerealiseerde stakingswinst mag de medicus bij zijn BV een lijfrente bedingen. Let er dan wel op dat de waarde van de opgebouwde pensioenaanspraken nog in mindering komt op de maximaal toegestane aftrek. Maar wat moet er gebeuren met de lijfrenteverplichting die de medisch specialist heeft tegenover degene van wie hij de praktijk destijds heeft overgenomen? Mag deze verplichting zonder meer overgaan op de op te richten BV?
30-09-2014


Hoe verandert de pensioenopbouw medisch specialisten per 1 januari 2015?

Medisch specialisten verliezen per 1 januari 2015 hun zelfstandig declaratierecht. Daardoor lopen zij het risico dat zij hun fiscale status van ondernemer kwijtraken. Het merendeel van de medisch specialisten bouwt momenteel zijn pensioen op bij de Stichting Pensioenfonds Medisch Specialisten (SPMS). De vraag is daarmee: in hoeverre wijzigt de pensioenopbouw van de medisch specialist na de datum van 1 januari 2015? Het antwoord daarop is eenvoudig: zolang de medisch specialist geen dienstbetrekking naar civielrechtelijke maatstaven heeft met een ‘zorgwerkgever’, verandert er niets aan zijn pensioenopbouw.
30-09-2014


Een werkgever in de bouwsector neemt de gehele pensioenpremie voor zijn rekening. Daarmee wijkt hij af van de geldende cao. In verband met de heersende crisis wil de werkgever de premieverdeling in overeenstemming brengen met de cao-normen. Dat betekent dat er in de toekomst bij de werknemers een deel van de premie op hun loon in mindering gebracht gaat worden. Voor nieuwe werknemers gaat de maatregel direct in, voor de huidige werknemers is er een overgangsregeling. De ondernemingsraad had al ingestemd met het plan, maar de rechter beslist anders.
30-09-2014


Vermijd discussie over afspraken in lijfrentesfeer

De belastingplichtige die gebruik wil maken van een bepaalde faciliteit, moet kunnen aantonen dat er aan de voorwaarden van die faciliteit wordt voldaan. In de lijfrentesfeer zijn er de afgelopen jaren twee belangrijke wijzigingen doorgevoerd. Als eerste is de overbruggingslijfrente afgeschaft, daarna is de tijdelijke oudedagslijfrente gewijzigd. Bij beide maatregelen is er overgangsrecht voor bestaande gevallen. Een schriftelijke en gedagtekende lijfrenteovereenkomst voorkomt dan discussie achteraf. Bovendien moeten overeenkomsten tussen een 100%-aandeelhouder en zijn BV op grond van artikel 2: 247 BW schriftelijk worden vastgelegd.
02-09-2014


Fiscale waardering pensioenvoorziening een gepasseerd station?

Pensioenvoorzieningen die in eigen beheer worden uitgevoerd, moeten met ingang van het boekjaar 2014 worden gewaardeerd op basis van de waarde in het economisch verkeer. Daarbij moet onder andere een marktconforme rente worden gebruikt en de meest recente sterftetabellen met leeftijdsterugstellingen moeten worden toegepast. Deze ‘nieuwe’ manier van waarderen leidt er niet toe dat de fiscale waarderingsmethodiek verdwijnt. Immers, voor de aangifte vennootschapsbelasting moet er nog steeds een voorziening worden berekend volgens fiscale maatstaven.
02-09-2014


Op grond van de Pensioenwet is een werkgever verantwoordelijk voor het betalen van de pensioenpremie aan de verzekeraar of het pensioenfonds. Het gaat dan zowel om het werkgeversdeel als om het werknemersdeel van de premie. Het werknemersdeel mag worden ingehouden op het loon van de werknemer. Wel inhouden van het werknemersdeel van de premie – maar dat bedrag niet doorbetalen aan de pensioenuitvoerder – kan leiden tot persoonlijke aansprakelijkheid van de werkgever. Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat een werkgever die wegens gebreken in zijn administratie zes jaar lang geen premies had doorbetaald, zelf aansprakelijk was voor de schade.
02-09-2014


Checks bij aftopping van pensioengrondslag op € 100.000

De grondslag waarover met ingang van 1 januari 2015 pensioenaanspraken mogen worden toegekend wordt gemaximeerd op € 100.000. In verband met die wijziging zijn er enkele punten waarop de pensioenregeling van de DGA moet worden gecheckt. Ten eerste moet het maximum van € 100.000 zijn opgenomen in de pensioenovereenkomst van de DGA; ook al is het feitelijk genoten salaris lager! Ten tweede: als de DGA nu een salaris geniet van meer dan € 100.000, verdient het de aanbeveling om de hoogte van de eventueel verzekerde risicokapitalen te beoordelen. Wellicht kunnen die omlaag.
02-09-2014


In economisch zware tijden kijken ondernemingen kritisch naar hun kosten. Waar mogelijk voeren zij besparingen door. Ook de pensioentoezegging van de DGA die in eigen beheer wordt uitgevoerd wordt daarbij tegen het licht gehouden. In hoeverre kan er op deze post worden bezuinigd? Een veelgehoorde oplossing is daarbij het stopzetten van de dotatie aan de pensioenvoorziening. Maar in hoeverre is dat een reële optie? En – belangrijker nog – mag dat fiscaal eigenlijk wel? Er zijn andere mogelijkheden.
02-09-2014


De brief van staatssecretaris Wiebes over pensioen in eigen beheer, levert weinig nieuwe inzichten op. De keuze voor een fiscale oudedagsreserve in eigen beheer is – zo lijkt het – allang gemaakt. Wiebes overweegt wel of de beschikbare premie in eigen beheer nog een mogelijkheid is, maar ziet in dat systeem complicerende factoren. Zijn bezwaar richt zich vooral op gebruik van een vast oprentingspercentage, omdat dit leidt tot een gegarandeerde toezegging. Volgens hem is er dan in feite sprake van een DB-regeling, zodat de bestaande problematiek blijft. Hij zal de mogelijkheden van deze variant verder onderzoeken, maar verwacht niet dat dit tot een bruikbaar alternatief zal leiden.


Belanghebbende woont in Thailand en is buitenlands belastingplichtige voor de inkomstenbelasting. De inspecteur heeft een aanslag IB 2010 opgelegd, waarbij de uitkeringen uit twee lijfrentepolissen als inkomen uit werk en woning zijn aangemerkt. In hoger beroep komt vast te staan dat de lijfrentepolissen onder het pre-Brede Herwaarderingsregime vallen en naar nationaal recht geen bron van inkomen vormen voor de buitenlands belastingplichtige. De vraag of de heffing op grond van het Verdrag Nederland-Thailand aan Nederland of aan Thailand is toegewezen, is dan niet meer aan de orde. De aanslag wordt aldus verminderd.


Sinds 1 juli jl. kan een bijzonder partnerpensioen bij vooroverlijden van de ex-partner terugkeren naar de (gewezen) deelnemer. De pensioenregeling van deze (gewezen) deelnemer moet daartoe dan uiteraard wel de mogelijkheid bieden. Het bijzonder partnerpensioen is de aanspraak op partnerpensioen die de ex-partner verkrijgt in geval van scheiding. Het bijzonder partnerpensioen is in feite een afgescheiden deel van het opgebouwde partnerpensioen. De wijziging ziet op het bijzonder partnerpensioen bij het vooroverlijden van de ex-partner.


Partnerpensioen vanaf 2015 ook omlaag

Vanaf 2015 wordt het pensioengevend loon fiscaal gemaximeerd op € 100.000. Deze aftopping heeft ook gevolgen voor de omvang van het partnerpensioen dat vanaf 1 januari 2015 wordt toegekend. Voor het al opgebouwde partnerpensioen heeft de aftopping geen gevolgen; dat blijft onaangetast. De maximering van het pensioengevend loon geldt niet voor het arbeidsongeschiktheidspensioen. Dit heeft de staatssecretaris van Financiën in het wetgevend proces nog eens expliciet bevestigd. Verzekeraars zijn op dit moment bezig met de voorbereidingen voor het wettelijke aanpassingstraject per 1 januari 2015.


Ontslagstamrecht ook deels opneembaar/ 80%-regeling ook bij overlijden

Het wetsvoorstel Fiscale verzamelwet bevat een tegemoetkoming voor de op 31 december 2013 bestaande stamrechtaanspraken. Stamrechtuitkeringen mogen nu eveneens voor een deel vervroegd worden ontvangen. Het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen (CAP) van de Belastingdienst heeft bevestigd dat de 80%-regeling die geldt bij opname van een ontslagstamrecht ineens, ook geldt bij overlijden. Er moet in dat geval wel sprake zijn van algehele afkoop van het stamrecht in 2014. De nabestaande wordt dan ook als werknemer aangemerkt en kan zo in 2014 gebruikmaken van de 80%-regeling.


Een man en vrouw zijn gehuwd in gemeenschap van goederen. In de huwelijksgoederengemeenschap zit een lijfrenteverzekering. De man is verzekeringnemer en daarom vindt hij dat de polis in het kader van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap aan hem moet worden toebedeeld. De vrouw is het daar niet mee eens en eist dat de polis in tweeën wordt gedeeld, waarbij ieder de helft krijgt. Gebeurt dat niet, dan heeft dit voor haar ongewenste fiscale consequenties. De rechtbank oordeelt dat de lijfrentepolis inderdaad moet worden gesplitst. Elke partij moet op het moment van de splitsing dus een eigen polis krijgen met eenzelfde waarde.


De staatssecretaris van Financiën heeft het beleid over lijfrenten in de winstsfeer geactualiseerd. De onderdelen over de overdracht van een stamrecht aan een andere verzekeraar, uitstel van de ingangsdatum van 65 jaar naar de AOW-leeftijd plus vijf jaar bij stamrechten, en de (door)overdracht van de onderneming zijn gewijzigd ten opzichte van het ‘oude’ besluit uit december 2004. Daarnaast zijn er nieuwe goedkeuringen opgenomen in het besluit, die zien op situaties waarin sprake is van een juridische splitsing – of juist juridische fusie – bij lijfrentes die zijn bedongen vanaf 2001.


Toepassing 80%-regel bij eerdere (periodieke) uitkeringen in 2014

Uitkeringen ingevolge stamrechtaanspraken die op 31 december 2013 zijn ingegaan, kunnen voor een deel vervroegd worden ontvangen. Het wetsvoorstel dat hiertoe strekt is inmiddels ingediend en werkt terug tot 1 januari 2014. De vraag die daarbij dan nog speelt is of in 2014 ontvangen reguliere uitkeringen ook onder de fiscaal voordelige 80%-regeling vallen. Volgens de Belastingdienst is de 80%-regel alleen van toepassing op het bedrag dat in verband met het beschikken ineens in de heffing wordt betrokken. De eerder in 2014 gedane uitkeringen vallen daarmee níet onder de 80%-regel.


APG gaat pensioenfonds voor zzp’ers beheren

Zzp’ers kunnen vanaf 2015 deelnemen aan een zzp-pensioenfonds dat pensioenuitvoerder APG gaat beheren. Dit biedt straks aan ca. 800.000 zzp’ers een flexibele pensioenregeling. Slechts een kwart heeft nu een pensioenregeling. De regeling houdt kort gezegd het volgende in: zzp’ers kunnen naar eigen inzicht flexibel en vrijwillig bedragen inleggen. Op de zelf bepaalde pensioenleeftijd (tussen 60 en 70 jaar) kunnen zij kiezen voor een pensioenuitkering met een looptijd van 10, 15 of 20 jaar. De regeling is transparant en eenvoudig. De zzp’er kan zich hierbij ook beroepen op een beperkt aantal extra opties, zoals opname van gelden bij arbeidsongeschiktheid.


Vrijwillige inkoop niet-verzekerde AOW-jaren bijna 10x zo duur

Het wordt fors duurder om niet-verzekerde AOW-jaren vrijwillig in te kopen, nu de voorwaarden hiervoor zijn aangescherpt. Dit volgt uit een door het kabinet ingediend wetsvoorstel. Voor inkoop moet sprake zijn van een betekenisvollere band met Nederland: de verplichte verzekering moet ten minste vijf jaar hebben geduurd en er moet ook ten minste vijf jaar arbeid zijn verricht in dienstbetrekking of als zelfstandige. Kocht iemand onder de oude regeling 44 ontbrekende jaren in voor € 9.600, nu wordt dat bijna 10x zo duur: € 95.300! Het voorstel werkt terug tot en met 24 maart 2014. Nog ‘even snel’ inkopen onder de oude voorwaarden werkt dus niet.


De pensioenopbouw wordt verder versoberd, nu ook de Eerste Kamer hiermee heeft ingestemd. Daling van het opbouwpercentage leidt niet automatisch tot een lagere werknemersbijdrage. Zeker wanneer de werknemersbijdrage een vast percentage van de pensioengrondslag is. Een pensioenuitvoerder kan de premievrijval (deels) gebruiken voor verbetering van de pensioenregeling of dekkingsgraad. Voor fiscale ondersteuning van de nettolijfrente geldt de voorwaarde : als een werkgeversbijdrage wordt verstrekt voor deelname aan de nettolijfrente, dan moet deze bijdrage tot minimaal hetzelfde bedrag worden verstrekt aan werknemers die daar niet aan deelnemen.
04-06-2014


FOR-dotatie en lijfrenteaftrek beperkt in 2015

De fiscale oudedagsreserve (FOR) en de lijfrenteaftrek worden beperkt in 2015. Voor de FOR is in 2015 de maximale toevoeging 9,8% van de winst, maar niet meer dan € 8.640. De jaarruimte voor de lijfrenteaftrek wordt zo berekend: (13,8% x premiegrondslag) - (6,5 x factor A) – FOR- dotatie. Voor de premiegrondslag in de jaarruimteberekening geldt dat het inkomen van maximaal € 100.000 in aanmerking wordt genomen. Het inkomen voor de premiegrondslag wordt verminderd met een bedrag van € 11.829 (2015). Hierdoor is de premiegrondslag nooit meer dan € 100.000 - € 11.829 = € 88.171. De inkomensgrens van € 100.000 waarop de lijfrenteaftrek wordt gebaseerd, wordt jaarlijks verhoogd door de contractloonontwikkelingscorrectie.
03-06-2014


Overdracht helft pensioen leidt tot volledige belastingheffing bij man

Een man en zijn echtgenote tekenen in 1988 een akte van cessie, waarbij hij de helft van zijn pensioen overdraagt aan haar. In zijn IB-aangiften vanaf 2002 geeft de man slechts de helft van zijn pensioen aan. De inspecteur corrigeert de IB-aangifte over het jaar 2005. Hof Amsterdam oordeelt dat de inspecteur de uitkeringen terecht volledig bij hem heeft belast. Volgens het Hof is er namelijk geen sprake van een gemeenschappelijk inkomensbestanddeel op grond van artikel 2.17 Wet IB 2001. De Hoge Raad bevestigt hier dat de overdracht van de helft van het pensioen aan de echtgenote geen gevolgen heeft voor de belastingheffing.
03-06-2014


Een adviseur is aansprakelijk voor de schade die ontstaat als de door hem geadviseerde regeling binnen afzienbare tijd weer moet worden gewijzigd. Bijvoorbeeld als gevolg van het van kracht worden van nieuwe wetgeving. Dit volgt onder meer uit een uitspraak van Hof Amsterdam van april 2013. Het was in die zaak volgens de rechter voorzienbaar dat de voorgestelde wijze van financieren van het nabestaandenpensioen op afzienbare termijn ‘verboden’ zou worden. Er wordt dus niet alleen van voorzienbaarheid gesproken in relatie tot een ingediend wetsvoorstel.
03-06-2014


Zzp’ers kunnen vanaf 2015 belastingvriendelijk sparen voor hun oude dag. Er komt voor het eerst een eigen pensioenregeling voor de zzp’er. De ondernemer bepaalt zelf of hij deelneemt en hij is ook niet gebonden aan de inleg van een vast bedrag. Daarnaast mogen deelnemers zelf kiezen hoe lang de uitkering loopt: 10, 15 of 20 jaar. Ook bestaat de mogelijkheid om het gespaarde geld aan te spreken tijdens langdurige arbeidsongeschiktheid. De belangenorganisaties verwachten dat zeker 350.000 zzp’ers interesse hebben in het toekomstige fonds.
03-06-2014


Een man sluit in 1985 een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule. Op 31 december 2005 bereikt de verzekering de einddatum. De man staat voor de keuze een lijfrente aan te kopen of de afkoopsom op te vragen. Pas in 2012 maakt hij richting de verzekeraar kenbaar geen lijfrente te willen aankopen. Vervolgens keert de verzekeraar het beschikbare bedrag van € 6.758 uit aan de man. De man stelt dat de afkoopsom in 2005 belastbaar is, omdat de expiratiedatum in 2005 ligt. De inspecteur rekent de afkoopsom tot het inkomen in 2006 omdat in 2006 de 'redelijke termijn' is verstreken. Het gelijk is aan de inspecteur, oordeelt Hof Amsterdam. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel.
05-05-2014


De SRA vindt de fiscale pensioenreserve waarbij de DGA juist geen pensioen opbouwt, geen goede oplossing voor het DGA-pensioen. Het brengt de continuïteit van de onderneming in gevaar omdat bij pensionering verplicht hoge bedragen moeten worden afgestort bij een bank of verzekeraar, terwijl er vaak onvoldoende beschikbare middelen voor handen zijn. De partner van de DGA ontbeert bovendien partnerpensioenrechten. Ook dat vindt de SRA geen goede zaak. Liever ziet zij continuering van pensioen in eigen beheer, maar dan wel met lagere gefaciliteerde opbouw en met verplichte toepassing van de beschikbare premieregeling.
05-05-2014


Via een netto lijfrente kan een oudedagsvoorziening worden gespaard, die op globale wijze overeenkomt met een jaarlijkse bruto-pensioenopbouw van 1,875% van het gemiddeld verdiende arbeidsinkomen. De waarde van deze lijfrente is vrijgesteld vermogen in box 3. Deze vrijstelling is niet beperkt tot werknemers. Ook zelfstandigen (inclusief zzp’ers) en resultaatgenieters in de zin van de Wet IB 2001 kunnen vanaf 2015 van de netto lijfrente gebruikmaken. Grondslag voor de premie is het belastbare loon dan wel winst in het voorafgaande jaar boven € 100.000.
05-05-2014


Premiewaarborgen voor pensioenfonds

De versobering van het zogenaamde ‘Witteveenkader’ van pensioen in 2015 moet mede tot gevolg hebben dat pensioenfondsen hun premies gaan verlagen. Daartoe komen er waarborgen. Een besluit tot vaststelling van de pensioenpremie moet voor advies worden voorgelegd aan het verantwoordingsorgaan. DNB oefent toezicht uit op eerlijke verdeling tussen ouderen en jongeren en de indexatiebevoegdheden van pensioenfondsen worden beperkt. Uitgangspunt is dat de indexatie die het pensioenfonds mag toekennen, wordt gemaximeerd aan de hand van het beschikbare eigen vermogen.
05-05-2014


Vooruitlopend op nieuwe wetgeving zijn er nieuwe premiestaffels gepubliceerd die per 1 januari 2015 gaan gelden. Langer wachten met publicatie zou bij pensioenuitvoerders tot grote problemen leiden. Bestaande contracten moeten immers uiterlijk 1 januari 2015 zijn aangepast! Met de nieuwe staffels worden de betrokken partijen geïnformeerd over hoeveel premie fiscaalvriendelijk kan worden ingelegd. Dit is met name van belang voor lopende CAO-onderhandelingen over de arbeidsvoorwaarden. De premiestaffels worden aangepast overeenkomstig de verlaging van het opbouwpercentage voor middelloonregelingen naar 1,875%.
05-05-2014


Een verzekeringnemer stelt dat de in 2011 ontvangen afkoopsom van een oude lijfrentepolis slechts deels belastbaar is omdat hij de in de jaren 1987 tot en met 1998 betaalde premies niet in aftrek heeft gebracht. De inspecteur is het daar niet mee eens, omdat de saldomethode alleen van toepassing is als hij aannemelijk kan maken dat de premies niet in mindering op zijn inkomen zijn gebracht. Het standpunt van de inspecteur is juist, aldus Rechtbank Zeeland-West-Brabant.
08-04-2014


Multinationals zetten gegarandeerd pensioen aan de kant

Van de grootste vijftig bedrijven met een eigen pensioenfonds heeft 40% een pensioenregeling, waarbij de werknemers en gepensioneerden eventuele tegenslagen opvangen. Deze bedrijven willen niet langer de rekening krijgen voor tegenvallende beleggingsrendementen of het feit dat mensen ouder worden dan verwacht. Ook willen bedrijven de pensioenvoorziening van hun balans verwijderen vanwege de aangescherpte internationale boekhoudregels. Het betreft zo’ n 650.000 werknemers. Een bedrijf moet vaak een flinke bruidsschat aan het pensioenfonds meegeven, zodat er genoeg geld in de pot zit om de al opgebouwde pensioenen uit te keren.
08-04-2014


Er gelden strikte wettelijke rekenregels voor DGA-pensioen. Door deze regels wijkt momenteel de in de jaarrekening gepresenteerde fiscale waarde van de voorziening sterk af van de werkelijke waarde van de voorziening. Dat knelt bijvoorbeeld bij het doen van dividenduitkeringen of de pensioenverdeling bij echtscheiding. In een brief van 6 december 2013 lijkt de staatssecretaris aan te sturen op afschaffing van het ondernemerspensioen binnen de eigen onderneming. Dit standpunt is slecht onderbouwd en leidt tot een aanmerkelijke verslechtering van het pensioen voor de ondernemer.
08-04-2014


Boven een inkomen van € 100.000 komt met ingang van 1 januari 2015 de mogelijkheid te vervallen om fiscaal ondersteund een lijfrente of pensioen op te bouwen. Als alternatief is de nettolijfrente geïntroduceerd: die voorziet in een aanvullend pensioenbedrag dat ongeveer overeenkomt met een jaarlijkse bruto-pensioenopbouw van 1,875% middelloon. De inleg wordt betaald uit het netto-inkomen.
08-04-2014


Pensioenen 2015: weer een stapje terug

De novelle ‘Wijziging van de Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioen en maximering pensioengevend inkomen en het Belastingplan 2014' is op 6 maart aangenomen. Per 1 januari 2015 wordt het opbouwpercentage voor een middelloonregeling verlaagd naar 1,875%. Het opbouwpercentage voor eindloonregelingen wordt verlaagd tot 1,657%. De naar leeftijd gedifferentieerde premie voor pensioenen op basis van een beschikbare premieregeling wordt ook verlaagd. Het percentage voor het partnerpensioen blijft 70% van het ouderdomspensioen. Het pensioengevend loon wordt gemaximeerd op € 100.000. Dit maximaal pensioengevend loon geldt niet voor arbeidsongeschiktheidspensioen.
08-04-2014


Veel ondernemers in het MKB zijn geconfronteerd met plotselinge forse premieverhoging van hun arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV). Dat gebeurt zelfs tijdens de contractstermijn, op grond van de zogenaamde ‘en bloc-clausule’. In brieven die de ondernemers hierover krijgen, staan vaak redenen als ‘veranderende marktomstandigheden’ of ‘meer moeten uitkeren in uw beroepsgroep’. Hiertegen is verzet gekomen. Een verzekeringsadvocaat onderzoekt nu met televisieprogramma TROS Radar de mogelijkheid van een collectieve procedure tegen en bloc premieverhogingen bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen voor zzp’ers en kleine zelfstandigen.
11-03-2014


Het percentage van de premiegrondslag dat voor de berekening van de jaarruimte wordt gebruikt, is met ingang van 2014 verlaagd van 17% naar 15,5%. Dit lagere percentage geldt niet voor de berekening van de reserveringsruimte 2014. Voor de berekening van de niet-benutte jaarruimte voor de jaren 2007-2013 geldt het destijds in de wet opgenomen percentage van 17%. Dit geldt ook voor de vermindering van de niet-benutte jaarruimte wegens pensioenaangroei (factor A). De vermindering is in de huidige jaarruimteformule 7,2 x factor A, tot en met 2013 was de vermenigvuldigingsfactor 7,5. Voor de berekening van de reserveringsruimte is deze oude vermenigvuldigingsfactor nog steeds van belang.
11-03-2014


Geen leeftijdsterugstelling bij waardering overdracht pensioen eigen beheer

BV A heeft op 1 juli 2009 een pensioenverplichting overgenomen van haar dochtermaatschappij. De commerciële overdrachtswaarde is € 691.656. In de koopsom is een bedrag van kosten wegens leeftijdscorrecties opgenomen van € 68.833. In geschil is of BV A het volledige bedrag van de koopsom gemoeid met de leeftijdscorrecties mag passiveren. Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat dit niet mag: het waarderingsvoorschrift van artikel 8, lid 6 Wet Vpb 1969 kan niet buiten beschouwing blijven. Ook kan eiser geen overlopende post op de balans vormen, als vooruit ontvangen kosten voor de door haar betaalde vergoeding inzake leeftijdsterugstelling.
11-03-2014


Eind januari gaf de Belastingdienst zijn visie op het bepalen van de afkoopwaarde van een loonstamrecht in eigen beheer. Deze afkoopwaarde bepaalt uiteindelijk welk bedrag belast is bij opname van het stamrecht. Volgens de Belastingdienst moet worden uitgegaan van de berekening voor afkoop die een bank of onafhankelijke verzekeraar zou hanteren. Daarbij telt niet alleen de reservewaarde mee, maar ook de kosten- en winstopslagen en zelfs de mogelijk ondertussen verslechterde gezondheidstoestand van de DGA. Dat laatste aspect speelt bij ingegane stamrechtuitkeringen een belangrijke rol.
11-03-2014


Op 31 december 2013 bestaande stamrechten kunnen nog onder de stamrechtvrijstelling vallen, ook al wordt het ontslag pas in 2014 afgewikkeld. De afwikkeling moet dan wel binnen een redelijke termijn plaatsvinden. De staatssecretaris vindt de wettelijke opzegtermijn in ieder geval een redelijke termijn, maar ook een termijn van 6 maanden vindt hij nog redelijk. Een langere termijn (12 maanden) zou naar onze mening ook wettelijk verdedigbaar zijn (zie ‘lees meer bij de tip’), al denkt het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen daar anders over.
11-03-2014


Staatssecretaris Jetta Klijnsma wil het recht op individuele waardeoverdracht in stand houden, maar ze wil het systeem wel vereenvoudigen. Klijnsma denkt aan een wijziging van het systeem van individuele waardeoverdracht waarbij niet de pensioenaanspraak wordt overgedragen, maar uitsluitend de waarde van de pensioenvoorziening. De overdrachtswaarde van de pensioenaanspraken is dan afhankelijk van wat er bij een pensioenfonds in de boeken staat. De huidige ingewikkelde rekenregels voor waardeoverdracht zouden moeten vervallen. Ook wil ze bekijken of waardeoverdracht efficiënter of zelfs geautomatiseerd kan plaatsvinden.
11-02-2014


RJ-Uiting 2014-1: Pensioenvoorziening dga op commerciële waarde

De Raad voor de Jaarverslaggeving heeft RJ-Uiting 2014-1: ‘Pensioenvoorziening directeuren-grootaandeelhouder’ uitgebracht. Bij een pensioen in eigen beheer wordt er voor gekozen om deze pensioenvoorziening in de jaarrekening te waarderen op fiscale grondslagen. Dat is/was toegestaan omdat deze waardering in 2004 niet belangrijk afweek van waardering volgens de grondslagen in de RJ-bundel. Vanwege de huidige lage marktrente wordt het eigen vermogen echter te hoog weergegeven. Daarom is voor de jaarrekening 2014 de waardering van de pensioenvoorziening op fiscale grondslagen alleen nog toegestaan als dit niet leidt tot belangrijke verschillen ten opzichte van het toepassen van de grondslagen in de RJ-bundel. Er loopt overigens nog een consultatieprocedure.
11-02-2014


Collectieve pensioenregeling voor zelfstandigen wordt concreet

De collectieve pensioenregeling voor zelfstandigen begint concreet te worden. De grootste belangenorganisaties van zelfstandigen hebben nu op hoofdlijnen aangegeven hoe zij vorm willen geven aan een vrijwillige collectieve regeling voor zelfstandigen in de derde pijler. De hoofdkenmerken zijn: vrijwillig in- en uitstappen, vrije keuze van inleg, collectieve beleggingen en geen levenslange uitkering. De zelfstandigenorganisaties hebben het voornemen om de regeling uit te laten voeren door een beleggingsinstelling zonder winstoogmerk. Door te kiezen voor een dergelijke beleggingsinstelling, kunnen de uitvoeringskosten zo laag mogelijk worden gehouden.
11-02-2014


VUT-uitkeringen, uitkeringen uit prepensioen of overbruggingspensioen en uitkeringen uit een overbruggingslijfrente mogen eindigen in het jaar waarin de belastingplichtige zijn AOW-leeftijd bereikt. Dit is goedgekeurd in een besluit. In het verleden is wettelijk vastgelegd dat VUT-uitkeringen en uitkeringen uit een prepensioen of overbruggingspensioen uiterlijk moeten eindigen als de belastingplichtige 65 jaar wordt. Deze goedkeuring geldt zowel voor nog niet ingegane uitkeringen als voor uitkeringen die al lopen.
11-02-2014


Duidelijkheid over afkoopwaarde loonstamrecht

Met ingang van 1 januari 2014 kan een loonstamrecht zonder fiscale sancties worden afgekocht. De Belastingdienst heeft onlangs duidelijk gemaakt hoe de afkoopwaarde van een dergelijk stamrecht dat bij een eigen BV is ondergebracht, moet worden bepaald. Voor een gericht stamrecht is de afkoopwaarde gelijk aan het opgerente stamrechtkapitaal op het moment van afkoop, plus de te veel berekende doorlopende kosten en verminderd met onder andere de royementskosten. Voor een zuiver stamrecht is de afkoopwaarde de actuariële waarde van de toekomstige uitkeringen, plus de te veel berekende doorlopende kosten en verminderd met onder meer de royementskosten.
11-02-2014


Mislukte overdracht lijfrentekapitaal

De overdracht van lijfrentekapitaal naar een niet-geblokkeerde bankrekening wordt gezien als afkoop van de lijfrenteverzekering. Dit heeft de rechter geoordeeld in hoger beroep. Meneer M heeft een oud-regime kapitaalverzekering met lijfrenteclausule. In 2008 koopt hij de lijfrente af en de afkoopsom wordt gestort op een tussenrekening bij Friesland Bank. Vervolgens laat M op 1 november 2008 het geld van de tussenrekening overboeken naar een niet-geblokkeerde termijndepositorekening. De rechter oordeelt dat het niet van belang is dat M de gelden niet van de bank heeft gehaald. Het gaat erom dat hij de gelden naar eigen goeddunken heeft kunnen aanwenden.
14-01-2014


Geen vergunning nodig voor doorgeven salarisgegevens

Ondernemingen, zoals salarisadministratiekantoren en accountants, hebben per 1 januari 2014 geen vergunning nodig als zij alleen salarisgegevens doorgeven aan – bijvoorbeeld – pensioenfondsen. De minister van Financiën heeft daartoe de vrijstellingsregeling Wft gewijzigd. Hiermee wordt de gedoogsituatie uit 2013 bevestigd in regelgeving.
14-01-2014


Een onzuivere pensioenaanspraak is alleen belast voor het onzuivere deel. Dit was het oordeel van de Rechtbank Gelderland in de uitspraak van 5 november 2013. Staatssecretaris Weekers heeft nu aangegeven dat deze uitspraak wat hem betreft geen richtsnoer is voor toekomstige zaken. Vanwege het ontbreken van een materieel belang gaat de inspecteur niet in hoger beroep. De staatsecretaris is van mening dat de wet en de wetsgeschiedenis hier geen aanknopingspunten bieden voor de ‘redelijke wetstoepassing’ van de Rechtbank Gelderland.
14-01-2014


Overgangsrecht pensioenregelingen partner- en wezenpensioen

Pensioenregelingen met een toezegging van partner- en wezenpensioen voor werknemers, geboren voor 1950, zijn goedgekeurd. Dit volgt uit een besluit van 20 december 2013. Hierin worden ook pensioenregelingen aangewezen die de grenzen van het wezenpensioen net overschrijden. Daarnaast wordt een standpunt ingenomen over partner- en wezenpensioen op risicobasis binnen strengere fiscale kaders voor pensioenopbouw. De toezegging hoeft pas vanaf 2014 binnen deze nieuwe kaders te vallen. Conversie van opgebouwde pensioenaanspraken met recht op indexatie naar een pensioenrichtleeftijd van 67 – waarbij het fiscale maximum wordt overschreden – wordt ook goedgekeurd.
14-01-2014


Nog geen navolging besluit ABP tot lagere pensioenpremies

Het besluit van het ABP om de premies vanaf 2014 te verlagen, vindt vooralsnog geen navolging bij andere pensioenfondsen. Het ABP besloot de pensioenpremie te verlagen van 25,4 procent naar 21,6 procent. De verlaging is het gevolg van de versobering van de pensioenen. Pensioenfonds Zorg & Welzijn (PFZW) laat de premies gelijk, maar verlaagt wel het opbouwpercentage. Het bestuur van PMT verlaagt het opbouwpercentage en laat de premie gelijk. Ook wordt het werkgeversaandeel in de premie groter.
14-01-2014