Een holding-BV houdt de aandelen in enkele dochter-BV’s. Begin november 2011 verkoopt zij al haar dochter-BV’s. De inspecteur legt over de periode 2011-2013 naheffingsaanslagen btw op, omdat de holding in die periode geen btw-ondernemer was en dus ten onrechte btw-aftrek heeft gehad. De holding-BV maakt niet aannemelijk dat zij zich in 2011 heeft gemengd in het beheer van haar dochter-BV’s en daarvoor een vergoeding heeft ontvangen. Zij is in dat jaar daardoor geen btw-ondernemer, oordeelt Rechtbank Noord-Holland. In 2013 is zij dat wel. In dat jaar vermeldt de holding-BV in haar btw-aangifte een niet in Nederland belaste omzet. De inspecteur maakt niet aannemelijk dat dit geen vergoeding is voor verrichte prestaties.
09-10-2017


Besluit btw-vrijstelling verzorging en verpleging in (zorg)inrichting geactualiseerd

Prestaties die zien op de verzorging en verpleging van personen in een (zorg)inrichting en de daarmee nauw samenhangende handelingen, zijn vrijgesteld van btw. Het besluit hierover is nu geactualiseerd en aangepast aan de rechtspraak van het EU-hof van Justitie. Zo zijn onder meer verduidelijkt het begrip ‘verzorgingsflat’ en de reikwijdte van de btw-vrijstelling. De goedkeuring voor commerciële verpleeg- en verzorgingsinstellingen is uitgebreid naar het verstrekken van spijzen en dranken. Als zij ervoor kiezen om de btw-vrijstelling buiten toepassing te laten, kunnen zij hier niet meer op terugkomen. Tot slot is ook de goedkeuring voor apothekers ingetrokken.
09-10-2017


Onderwijsstichting en schoonmaak-BV vormen fiscale eenheid

Een onderwijsstichting wil de schoonmaak van haar schoolgebouwen in eigen beheer uitvoeren. Zij richt daartoe een BV op. De stichting sluit vervolgens een overeenkomst met een externe partij om voorbereidende werkzaamheden te verrichten voor een schoonmaakcontract tussen de stichting en de BV. Daarnaast voert deze partij het toezicht op de schoonmaakwerkzaamheden uit en verzorgt zij de salarisadministratie van de BV. De werkzaamheden van deze partij vormen geen beletsel om een fiscale eenheid te vormen tussen de onderwijsstichting en de BV. Er is sprake van economische, juridische en organisatorische verwevenheid tussen de stichting en de BV.
09-10-2017


Louter doorbelasten kosten is geen economische activiteit

Een stichting voert de pensioenregeling uit van een concern. Doordat het concern de herstelpremies in verband met onderdekking niet kan betalen, wordt de pensioenregeling begin 2012 ondergebracht bij een andere pensioenuitvoerder. De stichting belast de transitiekosten met btw door aan het concern. Eind 2012 claimt zij btw-aftrek. Het louter doorbelasten van kosten vormt geen economische activiteit die belast is met btw, oordeelt de Hoge Raad. Het hof geeft hiermee een onjuiste interpretatie van de rechtspraak van het EU-hof van Justitie. Een belastbare prestatie vereist namelijk een handeling die tegen een vergoeding wordt verricht.
09-10-2017


Het besluit over de reikwijdte en toepassing van Tabel I bij de Wet OB is geactualiseerd. Deze tabel vermeldt de goederen en diensten die vallen onder het verlaagde btw-tarief (6%). Er zijn enkele tekstuele wijzigingen en inhoudelijke aanwijzingen opgenomen. Zo is het begrip geneesmiddelen in post a 6 aangepast naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad uit november 2016 (ECLI:NL:HR:2016:2560, doorklik maken). Ook is post b 3 (geven van gelegenheid tot sportbeoefening) uitgebreid voor de bridgesport en bowlen. Post b 8 (het schilderen en stukadoren van woningen) wordt nader toegelicht. Het geactualiseerde besluit is op 9 september jl. in werking getreden.
25-09-2017


Einddatum verzoek om teruggaaf buitenlandse btw 2016 nadert

Is uw cliënt btw-ondernemer en hebben ondernemers in een andere EU-lidstaat aan hem/haar in 2016 buitenlandse btw in rekening gebracht? Die btw kunt u, of uw cliënt, terugvragen via de Belastingdienst. Hiervoor moet worden ingelogd op een speciale website. Zodra het teruggaafverzoek is ingediend, stuurt de Belastingdienst dit verzoek binnen 15 dagen door naar de belastingdienst van het EU-land waar de btw wordt teruggevraagd. Duurt dit langer, dan maakt uw cliënt mogelijk aanspraak op coulancerente. De teruggaafverzoeken moeten uiterlijk op 30 september 2017 worden ingediend. Uitstel is niet mogelijk.
25-09-2017


Een vof handelt in (gebruikte) computers, randapparatuur en software en koopt goederen in bij Belgische leveranciers. Zij verwerken deze leveringen als intracommunautaire prestaties. De vof neemt de leveringen ook in haar administratie op als intracommunautaire verwervingen, maar past wel de margeregeling toe bij latere verkoop van de goederen. Dat kan niet, oordeelt Rechtbank Zeeland-West-Brabant. Op grond van de administratieve verwerking is het aannemelijk dat de goederen aan de vof zijn geleverd als intracommunautaire leveringen.
25-09-2017


Verhoging verlaagd btw-tarief naar 8%?

Tijdens de formatiegesprekken is gesproken over verhoging van het verlaagd btw-tarief van 6% naar 8%. De maatregel is nodig om de financiële gevolgen van de verlaging van de tarieven voor de inkomstenbelasting te compenseren. Dit betekent dat de eerste levensbehoeften duurder worden, maar ook de diensten van kappers, schoenmakers, fietsenmakers en bepaalde onderhoudswerkzaamheden aan woningen, zoals stukadoorswerk. De eerste protesten vanuit de horeca zijn al waargenomen. Het is niet zeker of de maatregel ook daadwerkelijk zal worden ingevoerd. In oktober 2012 werd al het algemeen tarief verhoogd van 19% naar 21%.
25-09-2017


De verplichte verleggingsregeling voor telecommunicatiediensten in Nederland tussen ondernemers die deze diensten verrichten, is op 1 september jl. in werking getreden. Deze datum is recent bekendgemaakt in het Staatsblad. De verplichte verleggingsregeling vervangt een goedkeuring die sinds 1 juni 2017 van kracht is. Sindsdien mocht de btw-heffing voor telecommunicatiediensten plaatsvinden met toepassing van de verleggingsregeling. Die goedkeuring is nu van de baan en omgezet in een verplichting. Aanleiding is de btw-carrouselfraude bij deze diensten, waardoor Nederland miljoenen btw-inkomsten misliep.
11-09-2017


Overdracht exploitatie horecaonderneming geen overgang van algemeenheid van goederen

Een BV draagt de exploitatie van een horecaonderneming over aan een andere BV. De koopsom bedraagt € 250.000, verhoogd met € 47.500 btw. De koper betaalt de koopsom inclusief de btw, maar de BV draagt de btw niet af. De inspecteur legt een naheffingsaanslag op. De BV stelt echter dat er sprake is van een overgang van een algemeenheid van goederen, waardoor er geen btw verschuldigd is. De factuur zou inmiddels zijn hersteld. Tijdens de zitting bij Rechtbank Gelderland stelt de BV ineens dat met de koper een koopsom van € 297.500 exclusief btw is overeengekomen. De rechtbank oordeelt dat de BV niet aannemelijk maakt dat sprake is van een overgang van een algemeenheid van goederen.
11-09-2017


Twee in Duitsland wonende eigenaren verhuren een in Nederland gelegen vakantiewoning. Zij zijn daarvoor btw-ondernemer in Nederland. De verhuur vindt plaats via een verhuurkantoor in Nederland. De eigenaren menen recht te hebben op toepassing van de kleine ondernemersregeling (KOR), maar de inspecteur weigert dit. Terecht, oordeelt Hof Den Bosch. De KOR geldt alleen voor Nederlandse btw-ondernemingen c.q. Nederlandse btw-ondernemers. De eigenaren van de vakantiewoning beschikken echter niet over een vaste inrichting in Nederland. Noch de vakantiewoning noch het verhuurkantoor kwalificeert als zodanig.
11-09-2017


Een BV verhuurt sinds 2005 een pand aan een andere BV. Vanaf 1 juli 2010 wordt ook de inboedel aan deze huurder verhuurd. De huurder betaalt echter geen huur meer vanaf het tweede kwartaal van 2010. Eind april 2012 sluiten de BV en de huurder een vaststellingsovereenkomst met elkaar, waarbij zij afspreken dat de openstaande huurschuld (inmiddels ruim € 1 miljoen) wordt voldaan door omzetting in een rekening-courantschuld. Eind 2013 is de huurovereenkomst opgezegd. In mei 2014 vraagt de BV de btw op de gefactureerde huur terug. Dat is te laat, oordeelt Hof Den Bosch. Het was al veel eerder duidelijk dat de huur niet meer inbaar was.
11-09-2017


Verzoek tijdig om teruggaaf buitenlandse btw

Is uw cliënt btw-ondernemer en hebben ondernemers in een andere EU-lidstaat aan hem/haar in 2016 buitenlandse btw in rekening gebracht? Die btw kunt u, of uw cliënt, terugvragen via de Belastingdienst. Hiervoor moet worden ingelogd op een speciale website. Zodra het teruggaafverzoek is ingediend, stuurt de Belastingdienst dit verzoek binnen 15 dagen door naar de belastingdienst van het EU-land waar de btw wordt teruggevraagd. Duurt dit langer, dan maakt uw cliënt mogelijk aanspraak op coulancerente. De teruggaafverzoeken moeten uiterlijk op 30 september 2017 worden ingediend. Uitstel is niet mogelijk.
11-09-2017


Geen terugname 6%-tarief voor repetities via naheffingsaanslagen

Een dirigent dient in 2013 suppletieaangiften in over de periode 2008 – 2012. Hij beroept zich daarbij op de uitspraak van Rechtbank Haarlem van 5 oktober 2011. Die oordeelde dat het 6%-tarief ook geldt voor repetities als deze nauw samenhangen met uitvoeringen. De inspecteur verleent de gevraagde teruggaven. Naar aanleiding van een boekenonderzoek komt hij daarop terug en legt over de periode 2008 – 2011 naheffingsaanslagen op. Hij stelt dat aan de uitspraak van Rechtbank Haarlem geen terugwerkende kracht kan worden verleend. Die stelling is onjuist, oordeelt Rechtbank Zeeland-West-Brabant. De inspecteur beroept zich op het Besluit ambtshalve verminderingen, maar daarvan is hier geen sprake.
28-08-2017


Btw-verleggingsregeling telecommunicatiediensten wordt verplicht

De aangekondigde verplichte verleggingsregeling voor telecommunicatiediensten in Nederland tussen ondernemers die deze diensten verrichten, treedt op 1 september 2017 (of zo spoedig mogelijk daarna) in werking. Dat heeft de Belastingdienst (doorklik maken, zie hieronder) bekendgemaakt. Sinds 1 juni jl. is een goedkeuring van kracht om de btw-heffing met toepassing van de verleggingsregeling plaats te laten vinden. Die goedkeuring wordt omgezet in een verplichting. De exacte datum waarop dit gaat gebeuren, wordt bekendgemaakt in het Staatsblad. Aanleiding is de btw-carrouselfraude bij deze diensten, waardoor Nederland veel btw-inkomsten is misgelopen.
28-08-2017


Een BV stelt BIG-geregistreerde artsen en medisch specialisten ter beschikking aan ziekenhuizen. De duur van de overeenkomsten varieert van 1 maand tot een jaar. De BV meent dat de btw-vrijstelling voor medische diensten van toepassing is op haar diensten. Dat is onjuist, oordeelt de Hoge Raad. De artsen en medisch specialisten zijn werknemers van de BV en zij verrichten hun werkzaamheden voor de ziekenhuizen dus niet zelfstandig, maar door tussenkomst van de BV. De BV stelt slechts personeel ter beschikking aan de ziekenhuizen. De btw-vrijstelling is niet van toepassing.
28-08-2017


Een exploitant van een attractiepark biedt bezoekers tegen vergoeding parkeergelegenheid bij het park. Hij vindt dat de parkeerdienst een bijkomende dienst is bij de hoofddienst: het verlenen van toegang tot het attractiepark. Het 6%-tarief is volgens hem dan ook van toepassing op de parkeerdienst. De parkeerdienst is een zelfstandige dienst, die belast is tegen 21% btw, oordeelt Rechtbank Zeeland-West-Brabant. Parkeren is een doel op zich en geen middel om een bezoek aan het park (de hoofddienst) onder de best mogelijke omstandigheden te genieten. Ook is de parkeervergoeding te hoog om parkeren te zien als bijkomende dienst
28-08-2017


Verzoek tijdig om teruggaaf buitenlandse btw

Is uw cliënt btw-ondernemer en hebben ondernemers in een andere EU-lidstaat aan hem/haar in 2016 buitenlandse btw in rekening gebracht? Die btw kunt u, of uw cliënt, terugvragen via de Belastingdienst. Hiervoor moet worden ingelogd op een speciale website. Zodra het teruggaafverzoek is ingediend, stuurt de Belastingdienst dit verzoek binnen 15 dagen door naar de belastingdienst van het EU-land waar de btw wordt teruggevraagd. Duurt dit langer, dan maakt uw cliënt mogelijk aanspraak op coulancerente. De teruggaafverzoeken moeten uiterlijk op 30 september 2017 worden ingediend. Uitstel is niet mogelijk.
28-08-2017


Voorlopig geen 6%-tarief op digitale media

Het btw-tarief op digitale media gaat voorlopig niet naar 6%. Het voorstel van de Europese Commissie (EC) om de lidstaten de mogelijkheid te bieden het btw-tarief voor digitale media gelijk te stellen aan dat van de papieren media, kreeg niet de daarvoor vereiste unanieme goedkeuring van alle EU-ministers van Financiën. Tsjechië stemde tegen het voorstel. Het btw-tarief voor digitale kranten, tijdschriften en e-boeken blijft dus voorlopig 21%. Het 6%-tarief blijft alleen gelden voor de papieren media. Nederland wil het 6%-tarief liefst zo spoedig mogelijk invoeren, maar er zal nu eerst weer onderhandeld moeten worden.
24-07-2017


Een dierentuin verstrekt tegen vergoeding parkeergelegenheid naast de dierentuin en ook bij een verderop gelegen hotel. De dierentuin brengt op de toegangsprijs 6% btw in rekening en op de parkeervergoeding 21%. Vanaf 1 oktober 2015 brengt de dierentuin voor de parkeerdienst bij de dierentuin echter 6% btw in rekening. Eind november 2015 dient de dierentuin een suppletieaangifte in, waarin zij verzoekt om teruggaaf van de te veel afgedragen btw over januari tot en met september 2015. Die teruggaaf is ten onrechte geweigerd, oordeelt Rechtbank Den Haag. De parkeerdienst is een bijkomende dienst, die het fiscale lot van de hoofddienst (de toegang tot de dierentuin) volgt.
24-07-2017


Het toepassingsbereik van het 6%-tarief voor geneesmiddelen is, na de uitspraak van de Hoge Raad in november 2016, verruimd naar andere producten, zoals tandpasta en zonnebrandolie. Naar aanleiding daarvan is er nu een internetconsultatieronde gestart over een wetsvoorstel dat de definitie van geneesmiddel beperkt tot producten waarvoor een (parallel)handelsvergunning is afgegeven op grond van de Geneesmiddelenwet, of als die daarvan uitdrukkelijk zijn vrijgesteld. De consultatieronde loopt tot 14 augustus a.s. en is van belang voor alle ondernemers die gezondheidsproducten leveren, inclusief cosmetische, reinigende en verzorgende producten.
24-07-2017


Er komen nieuwe regels voor de btw-heffing bij uitgifte, (door)verkoop en inwisseling van vouchers. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen vouchers voor enkelvoudig en voor meervoudig gebruik. Bij vouchers voor enkelvoudig gebruik vindt de btw-heffing - net als nu - plaats bij uitgifte en bij elke doorverkoop. Bij de vouchers voor meervoudig gebruik vindt de btw-heffing plaats bij inwisseling. Ook wijzigt de maatstaf van heffing bij belaste transacties met vouchers. Dit staat in een wetsvoorstel ter implementatie van de nieuwe btw-richtlijn die de btw-afhandeling van vouchers binnen de EU harmoniseert. De richtlijn heeft geen gevolgen voor kortingsvouchers.
24-07-2017


Een BV koopt percelen grond voor de aanleg van een golfbaan. Voorafgaand aan de levering worden er voorbereidende werkzaamheden verricht. In de leveringsakte staat dat de grond een bouwterrein is. Daarom wordt btw in rekening gebracht en geen overdrachtsbelasting (OVB). Na de levering koopt de BV een belendend perceel, waarop een clubhuis wordt gebouwd en een parkeerterrein wordt aangelegd. De inspecteur stelt dat er geen sprake is van een bouwterrein en heft OVB na. De Hoge Raad oordeelt dat het verwijzingshof een onjuiste toets heeft aangelegd bij de beoordeling of sprake is van een bouwterrein.
24-07-2017


Een stichting houdt zich bezig met het uitgeven, distribueren en afwikkelen van de Nationale Entertainmentcard (NEC). Dit is een plastic tegoedkaart ter grootte van een pinpas voorzien van een chip. Houders kunnen met een NEC bepaalde goederen (dvd’s, cd’s e.d.) en diensten betalen bij entertainmentaanbieders. De stichting draagt geen btw af over de provisie die zij aan winkeliers in rekening brengt, maar brengt wel de aan haar in rekening gebrachte btw in aftrek. De aftrek is terecht gecorrigeerd, oordeelt Rechtbank Noord-Holland. De NEC is een betaalmiddel en dus een handelspapier, waarvan de prestaties onder de btw-vrijstelling van artikel 11, lid i, ten 2e Wet OB vallen.
22-06-2017


Afwijzing verzoek fiscale eenheid is een voor bezwaar vatbare beschikking

Een BV en enkele vennootschappen dienen bij de inspecteur een verzoek in om de tussen hen bestaande fiscale eenheid uit te breiden met een stichting. De inspecteur wijst dit verzoek af. De BV en de vennootschappen gaan daartegen in bezwaar. Dat bezwaar wordt ongegrond verklaard. In beroep oordeelt de rechtbank dat de inspecteur het bezwaar niet-ontvankelijk had moeten verklaren. Ten onrechte, oordeelt Hof Den Haag. Een afwijzing van een verzoek tot uitbreiding van een fiscale eenheid is gelijk te stellen aan een toewijzing en vormt daarom een voor bezwaar vatbare beschikking.
22-06-2017


Autoriteit Persoonsgegevens onderzoekt verwerking BSN in btw-nummers zzp’ers

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) gaat op verzoek van zzp’ers onderzoeken of de Belastingdienst een wettelijke grondslag heeft voor het integraal verwerken van het burgerservicenummer (BSN) in btw-identificatienummers. Zzp’ers moeten hun btw-nummer aan (potentiële) klanten bekendmaken, bijvoorbeeld op hun facturen of website. Het BSN is een uniek nummer dat kan worden herleid tot de persoon. Bij onzorgvuldig gebruik lopen zzp’ers daardoor privacy-risico’s, zoals misbruik van persoonsgegevens en identiteitsfraude. Voor het gebruik van een dergelijk bijzonder persoonsgegeven gelden dan ook strenge regels. De AP onderzoekt nu of de Belastingdienst hieraan heeft voldaan.
22-06-2017


Kunnen belastingplichtigen vier maanden extra tijd krijgen voor de aanvullende onderbouwing van de bezwaarschriften tegen de btw-heffing over het privégebruik auto van de zaak? Dit verzoek hebben de beroepsorganisaties RB, NOB, NBA, NOAB en SRA in een gezamenlijke brief neergelegd bij het ministerie van Financiën. Volgens de beroepsorganisaties is het aanleveren van de aanvullende gegevens vóór 15 juli a.s. niet haalbaar, zeker niet nu de Belastingdienst stelt dat die gegevens per privé gebruikte auto moeten worden aangeleverd. Ook uiten de organisaties kritiek op de gevolgde procedure. Zij vinden dat de rechtspositie van de belastingplichtige hierdoor wordt geschaad.
22-06-2017


Verleggingsregeling voor telecommunicatiediensten komt eraan

Er komt een verplichte verleggingsregeling voor telecommunicatiediensten in Nederland tussen ondernemers die deze diensten verrichten. Hiertoe zal het Uitvoeringsbesluit Wet OB worden aangepast. Vooruitlopend hierop wordt een goedkeuring afgegeven om de btw-heffing met toepassing van de verleggingsregeling plaats te laten vinden. Aanleiding is de btw-carrouselfraude die onlangs is geconstateerd bij deze diensten. Daarbij is Nederland veel btw-inkomsten misgelopen. Dit schrijft demissionair staatssecretaris Wiebes in een brief aan de Tweede Kamer. De regeling is in overleg met het bedrijfsleven tot stand gekomen, zodat deze voor alle partijen werkbaar is.
12-06-2017


Een DGA verhuurt een kamer in zijn eigenwoning als kantoorruimte aan zijn BV. De BV mag ook gebruik maken van enkele bijkomstige voorzieningen, zoals verwarming, telefoon, internet en sanitair. De BV en de DGA hebben niet geopteerd voor btw-belaste verhuur. De DGA meent dat er sprake is van zogenoemde ‘verhuur-plus’ en claimt teruggaaf van de voorbelasting in verband met de verhuurde kantoorruimte. Ten onrechte, aldus Rechtbank Noord-Nederland. Er is sprake van vrijgestelde verhuur van een onroerende zaak. Dat wordt niet anders door de bijkomstige voorzieningen waarvan de BV gebruik mag maken.
12-06-2017


Een ondernemer in het personenvervoer is tot 9 augustus 2011 tevens aandeelhouder van een Beheer BV. Deze BV houdt zich ook bezig met personenvervoer. De ondernemer trekt in de maandaangifte over december 2011 de aan hem door de BV gefactureerde btw af. Slechts drie facturen blijken echter betrekking te hebben op de maand december 2011. De andere facturen zijn van een eerdere datum. De inspecteur heeft terecht de aftrek van de btw op deze facturen geweigerd, oordeelt Hof Den Bosch. Maar de opgelegde vergrijpboete is onterecht. Die is slechts gebaseerd op het enkele feit dat de ondernemer de btw in andere tijdvakken had moeten aftrekken.
12-06-2017


Er is collectief uitspraak gedaan in de massaalbezwaarprocedures tegen de btw-heffing privégebruik auto van de zaak. De bezwaarschriften waarin de werkelijke omvang van het privégebruik (impliciet) ter discussie staat, zijn gegrond verklaard. Dat geldt voor de meeste ingediende bezwaren. Het lagere werkelijk privégebruik moet echter nog wel binnen zes weken nader worden gemotiveerd. Dat hoeft niet met een kilometeradministratie, maar mag ook met andere gegevens, zoals de Hoge Raad heeft bepaald in zijn uitspraak van 21 april jl. Daarna zal de inspecteur de eventuele teruggaaf verlenen binnen zes maanden na de collectieve uitspraak.
12-06-2017


Nederland zal voorlopig nog geen gebruikmaken van de tijdelijke (tot 30 juni 2022) algehele verleggingsregeling die de Europese Commissie (EC) heeft voorgesteld. Dit antwoordt staatssecretaris Wiebes op Kamervragen hierover. Nederland voldoet mogelijk nog niet aan de voorwaarden voor toepassing van de regeling. Bovendien heeft de tijdelijke regeling grote gevolgen voor het bedrijfsleven en de Belastingdienst. Zo zullen ingrijpende wijzigingen nodig zijn in de administratie- en IT-systemen, die aan het eind van de periode weer moeten worden teruggedraaid. Ook zal invoering van de tijdelijke regeling leiden tot verzwaring van de uitvoeringslasten bij de Belastingdienst.
29-05-2017


Beperkte btw-aftrek op bouw binnenzwembad voor fysiotherapiepraktijk

Een vof laat een binnenzwembad bouwen aan het woonhuis van haar vennoten. Na realisatie stelt zij het zwembad ter beschikking aan een fysiotherapiepraktijk. De vof meent dat de btw op de bouwkosten volledig aftrekbaar is. De inspecteur meent dat sprake is van vrijgestelde verhuur van een onroerende zaak. Er is geen sprake van vrijgestelde verhuur, oordeelt Rechtbank Zeeland-West-Brabant. Maar de btw-aftrek moet wel worden gecorrigeerd voor het privégebruik. De vof maakt niet aannemelijk dat er geen privégebruik zou zijn. Op de aanvraag van de vergunning staat bijvoorbeeld dat het zwembad is bestemd voor privégebruik.
29-05-2017


Door curator vernietigde rechtshandeling leidt niet tot btw-teruggaaf

Een CV verkoopt grond aan een van haar commanditaire vennoten. De CV wordt daarna failliet verklaard en ook de commanditair vennoot ontkomt niet aan een faillissement. De curator vernietigt vervolgens de koop-verkoopovereenkomst tussen hen op grond van de faillissementspauliana (artikel 42 Faillissementswet) en claimt namens de CV teruggaaf van de btw op de levering van de grond. De vernietiging van de overeenkomst geldt alleen in de relatie tussen de CV (verkoper) en de commanditair vennoot (koper), aldus Rechtbank Zeeland-West-Brabant. De levering van de grond blijft in stand voor de btw. Btw-teruggaaf is daarom niet aan de orde.
29-05-2017


De btw-herzieningsregels gelden nu alleen voor leveringen van investeringsgoederen. Er ligt echter een voorstel om deze regels ook te laten gelden voor (kostbare) diensten. Daarom is er een internetconsultatie gestart. (Kostbare) diensten zijn diensten waarop de ondernemer voor de IB of Vpb doorgaans afschrijft, zoals verbouwingen en software. Er gaat volgens het voorstel een herzieningsperiode van tien jaar gelden voor diensten die betrekking hebben op onroerende zaken. Voor diensten die geen betrekking hebben op onroerende zaken geldt een herzieningsperiode van vijf jaar. De internetconsultatie duurt tot 15 juni 2017.
29-05-2017


Een BV verkoopt gebruikte (auto)materialen aan een Belgische BVBA. De BVBA haalt de materialen op bij de Nederlandse BV. Die brengt geen btw in rekening, omdat zij uitgaat van een intracommunautaire levering (icl), waarop het nultarief van toepassing is. De inspecteur legt een naheffingsaanslag btw op, omdat de BV dit niet aannemelijk maakt en er in zijn ogen geen sprake is van een afhaaltransactie. De naheffingsaanslag is terecht, oordeelt Hof Amsterdam. De BV maakt niet aannemelijk dat de materialen zijn vervoerd naar België en voldoet niet aan de voorwaarden voor een afhaaltransactie. De BVBA is namelijk geen vaste afnemer en een afhaalverklaring ontbreekt.
15-05-2017


Een Britse school biedt bedrijfsmatig onderwijs aan op het gebied van de horeca en de podiumkunsten. De leerlingen in de horeca kunnen praktijkervaring opdoen in een opleidingsrestaurant en de leerlingen in de podiumkunsten verzorgen concerten en voorstellingen voor publiek. Van de bezoekers wordt in beide gevallen een kleine vergoeding gevraagd. Die vergoeding is onbelast voor zover deze diensten nauw samenhangen met het onderwijs, oordeelt het EU-Hof van Justitie. Voorwaarden zijn dat de diensten onmisbaar voor de opleiding zijn en niet bedoeld zijn om de school extra inkomsten te verschaffen.
15-05-2017


Handleiding btw over verkoop apps via appstores Apple en Google

Er is een interne handleiding van de Belastingdienst vrijgegeven over de afhandeling van btw over de verkoop van applicaties (apps) via de appstores (online softwarewinkels) van Apple en Google. De handleiding is naar aanleiding van een WOB-verzoek ter beschikking gesteld. De apps zijn alleen te verkrijgen via internet en een speciale store, waardoor er geen directe relatie bestaat tussen de ontwikkelaar en de eindgebruiker. Dit zorgt voor onduidelijkheid over de btw-heffing bij verkoop van een app. De handleiding geeft hierover duidelijkheid voor betaalde apps voor de appstore van Apple en Google Play Store (Android).
15-05-2017


Een man meldt zich eind juni aan als btw-ondernemer bij de Belastingdienst en verzoekt om teruggaaf van de btw op de aanschaf van zijn zonnepanelen. Aanleiding hiervoor is het Fuchs-arrest. De Belastingdienst weigert de teruggaaf, omdat de man zich niet binnen een maand na afloop van het kwartaal waarin de factuurdatum viel, had aangemeld als ondernemer. Het Fuchs-arrest heeft geen terugwerkende kracht. De btw-teruggaaf is ten onrechte geweigerd, oordeelt Hof Den Bosch. De man kwalificeert als btw-ondernemer maar heeft niet dezelfde mogelijkheden om zijn btw-aftrekrecht te effectueren als iemand die om andere redenen btw-ondernemer is. Dit is in strijd met het Unierechtelijke doeltreffendheidsbeginsel.
15-05-2017


Een stichting spreekt met de Belastingdienst af dat de etages in een kantoorgebouw als zelfstandige onroerende zaken kwalificeren en dat het tijdstip van eerste ingebruikname voor de btw per etage wordt beoordeeld. Wanneer de stichting jaren later het kantoorgebouw via een BV overdraagt aan een Duitse BV, meent deze BV dat zij hierbij te veel OVB heeft betaald. De eerste ingebruikname van de 3de en 5de etage in het kantoorgebouw moet volgens haar per unit worden bepaald en niet per etage. Dat is onjuist, oordeelt Hof Den Bosch. Er is sprake van een overdracht van een algemeenheid van goederen. De Duitse BV treedt fiscaalrechtelijk in de plaats van de stichting en is dus gebonden aan de afspraak met de Belastingdienst.
15-05-2017


Keuze voor forfaitaire regeling: BPM behoort tot maatstaf van heffing

Een BV past de forfaitaire regeling toe van 2,7%. Zij stelt in hoger beroep dat de BPM moet worden geëlimineerd uit de catalogusprijs. De Hoge Raad acht het oordeel van het hof juist dat als de BV kiest voor de forfaitaire regeling, de BPM tot de maatstaf van heffing behoort. Het is niet van belang dat bij de vaststelling van het forfait rekening is gehouden met uitgaven die volgens de Btw-richtlijn niet in de maatstaf van heffing behoren te worden begrepen. De BV kan bezwaar maken tegen de toegepaste forfaitaire regeling als zij deze achteraf te hoog vindt. Zij moet dan het bedrag aannemelijk maken dat op grond van de Wet OB en conform de Btw-richtlijn maximaal mag worden geheven.
01-05-2017


Een werkgever stelt aan enkele werknemers bestelauto’s ter beschikking. Twee werknemers betalen een eigen bijdrage van € 100 per vier weken voor het privégebruik van de bestelauto’s. De werkgever neemt deze eigen bijdragen als basis voor de berekening van de verschuldigde btw over het privégebruik. De eigen bijdragen voor het privégebruik zijn ongebruikelijk laag en moeten daarom voor de berekening van de btw-correctie worden verhoogd naar de normale waarde voor een dergelijke terbeschikkingstelling, oordeelt de Hoge Raad. Maar er is meer aan de hand….
01-05-2017


Een CV koopt een gebruikte auto en stelt die ter beschikking aan haar beherend vennoot. Zij past over het tweede halfjaar van 2011 de forfaitaire regeling toe (2,7% van de cataloguswaarde). De CV stelt dat deze forfaitaire regeling in strijd is met de Btw-richtlijn. De Hoge Raad oordeelt dat daar geen sprake van is, mits met die regeling niet meer btw wordt geheven dan over de aan het privégebruik toe te rekenen (werkelijke) uitgaven. De CV moet gegevens overleggen om die uitgaven vast te stellen. De inspecteur mag echter de omvang van het privégebruik niet naar willekeur vaststellen, omdat die gegevens niet uit de administratie kunnen worden afgeleid.
01-05-2017


Een BV stelt in 2011 om niet een auto ter beschikking aan haar directeur. Zij corrigeert in december 2011 de btw-aftrek wegens privégebruik van de auto over het eerste halfjaar op basis van de oude forfaitaire regeling uit het Besluit van 9 februari 2009. De btw-aftrek over het tweede halfjaar corrigeert de BV met toepassing van de nieuwe forfaitaire regeling per 1 juli 2011. Vervolgens meent de BV dat zij de btw-correctie over het eerste halfjaar niet meer hoeft te betalen, omdat het Besluit per 1 juli 2011 is ingetrokken. Artikel 15, lid 1 Uitv. Besch. OB geldt dus niet meer in december 2011. Wat zegt de Hoge Raad?
01-05-2017


De Hoge Raad heeft uitspraak gedaan in de vier proefprocedures over de btw-correctie wegens het privégebruik van de auto van de zaak in 2011. In twee zaken oordeelt de Hoge Raad dat de ondernemer recht heeft op btw-teruggaaf als hij/zij door het gebruik van een forfaitaire regeling meer btw betaalt dan over de uitgaven die toe te rekenen zijn aan het privégebruik. De ondernemer moet daarvoor gegevens aanleveren over de omvang van het privégebruik. Deze zaken zijn hiervoor terugverwezen naar het hof. In de volgende vier items worden de vier proefprocedures en het oordeel van de Hoge Raad achtereenvolgens behandeld.
01-05-2017


Een BV heeft een exploitatievergunning voor speelautomaten. Zij stelt haar speelautomaten tegen vergoeding ter beschikking aan gelieerde BV’s. Die BV’s exploiteren de automaten. Tot 1 juli 2008 was de omzet belast met btw, daarna met 29% kansspelbelasting. De BV meent dat deze regimewijziging bij haar heeft geleid tot een individuele en buitensporige last. Of hiervan sprake is, kan niet alleen worden beoordeeld op grond van financiële resultaten, oordeelt de Hoge Raad. Er kan sprake zijn van een individuele en buitensporige last, als een maatregel in een individueel en concreet geval zich meer laat voelen dan in het algemeen. Hof Arnhem-Leeuwarden gaat dit uitzoeken.
14-04-2017


Geen margeregeling voor caravanverkoop

Een vof handelt in caravans. Zij koopt in 2007 en 2008 twintig caravans bij een Nederlandse ondernemer en bij enkele Duitse aanbieders en past zowel bij de inkoop als bij de verkoop de margeregeling toe. Na een boekenonderzoek wordt aan haar een btw-naheffingsaanslag opgelegd, omdat de margeregeling ten onrechte is toegepast. Terecht, oordeelt Hof Arnhem-Leeuwarden. De vof maakt onder meer niet aannemelijk dat de Nederlandse ondernemer van wie zij de caravans kocht, een handelaar in gebruikte goederen (wederverkoper) is. Ook ontbreekt bewijs dat de caravans ooit eigendom waren van particulieren. De handel betreft de aan- en verkoop van nieuwe caravans.
14-04-2017


Parkeren bij attractiepark belast met 21% btw

Een BV exploiteert een attractiepark. Bezoekers kunnen tegen vergoeding hun auto bij het park parkeren. De BV brengt hierover 21% btw in rekening. Bij nader inzien meent zij dat toch het 6%-tarief van toepassing is, omdat de parkeerdienst een bijkomende dienst is bij het verlenen van toegang tot het attractiepark. Dat is onjuist, oordeelt Rechtbank Gelderland. De parkeerdienst is een zelfstandige prestatie voor de gemiddelde consument. Parkeren is een doel op zich en geen middel om een bezoek aan het park (de hoofdprestatie) onder de best mogelijke omstandigheden te genieten. Ook is de parkeerprijs te hoog om parkeren te zien als bijkomende dienst.
14-04-2017


Een man en een vrouw zijn getrouwd op huwelijkse voorwaarden. Hij heeft een metsel- en lijmbedrijf, maar wordt begin 2009 failliet verklaard. De vrouw start in april 2009 eenzelfde bedrijf. De man verzorgt haar administratie en de btw-aangifte. Hij heeft in 2008 al een perceel grond gekocht, waarop hij een woning met kantoorruimte wil laten bouwen. Na zijn faillissement verhuurt hij de grond aan zijn vrouw, die via haar onderneming de (af)bouw van de woning laat realiseren. Zij trekt de btw op de bouwkosten af en reikt voor het realiseren van de afbouw facturen uit aan de curator. De inspecteur heft de afgetrokken btw na. Ten onrechte, oordeelt de Hoge Raad. De onzekerheid over de betaling van een in rekening gebrachte vergoeding aan een failliet staat niet in de weg aan het recht op btw-aftrek.
14-04-2017


Een zorginstelling biedt aan haar cliënten in het kader van extramurale zorg een alarmeringsdienst aan. Cliënten kunnen bij een calamiteit met ter beschikking gestelde alarmeringsapparatuur zorg inroepen via een alarmcentrale die bemand wordt door BIG-geregistreerde verpleegkundigen. Op deze dienst is de medische btw-vrijstelling van toepassing, oordeelt Hof Arnhem-Leeuwarden. De alarmeringsdienst en de eventueel verleende opvolgzorg vormen één samengestelde prestatie. Dat voor deze zorg ter plaatse een aparte vergoeding wordt berekend, maakt dit niet anders.
03-04-2017


Er is een nieuw besluit gepubliceerd waarin twee besluiten over de samenloop van overdrachtsbelasting (OVB) en btw zijn geactualiseerd en samengevoegd. Naast aanpassingen zijn enkele onderdelen nieuw. Zo worden in onderdeel 2.1.4 de gevolgen uiteengezet voor de toepassing van de samenloopvrijstelling bij koop-/aannemingsovereenkomsten. Daarbij vindt een verkrijging plaats voorafgaand aan de levering voor de btw. In onderdeel 2.2.7 komt de samenloopvrijstelling aan de orde bij verkrijging van aandelen in een onroerendezaakrechtspersoon als bedoeld in artikel 4 WBR. Onderdeel 2.2.8 betreft een nieuwe goedkeuring bij de toe- en uittreding in een samenwerkingsverband.
03-04-2017


Een BV behoort tot een fiscale eenheid voor de btw. Begin 2012 gaan drie andere BV’s van de eenheid failliet. De BV wordt aansprakelijk gesteld voor de openstaande btw-schulden van de fiscale eenheid. Dat is niet in strijd met de Btw-richtlijn, oordeelt de Hoge Raad. De aansprakelijkstelling is nodig om de belastingschulden van de fiscale eenheid te innen. De aansprakelijkstelling maakt ook geen inbreuk op de beginselen van rechtszekerheid en evenredigheid. Dat de fiscale eenheid ten tijde van de beschikking tot aansprakelijkheid niet meer (in ongewijzigde vorm) bestaat, doet daar niets aan af. Wel is van belang dat de fiscale eenheid bestaat op het tijdstip waarop de btw verschuldigd is geworden.
03-04-2017


Bezwaren btw-correctie privégebruik auto aangewezen als massaal bezwaar

De circa twee miljoen bezwaarschriften die sinds 2011 zijn ingediend tegen de btw-correctie wegens privégebruik van de auto van de zaak zijn aangewezen als massaal bezwaar. Dat maakt demissionair staatssecretaris Wiebes bekend. Er zijn momenteel vier zaken aanhangig bij de Hoge Raad, waarop binnenkort uitspraak wordt verwacht. De overige bezwaarschriften zijn aangehouden in afwachting van de uitkomst van de zaken bij de Hoge Raad. Die zaken beslaan alle aan de orde zijnde rechtsvragen. Als de uitspraken in deze zaken onherroepelijk zijn geworden, doet de inspecteur binnen zes weken een collectieve uitspraak. Deze uitspraak wordt gepubliceerd in de Staatscourant en op www.belastingdienst.nl.
03-04-2017


BUA sluit btw-aftrek uit voor tijdelijke huisvesting uitzendkrachten

Een uitzendbureau regelt voor buitenlandse uitzendkrachten gratis tijdelijke verblijfsplaatsen. De aan haar in rekening gebrachte btw trekt zij af. Het BUA is volgens het uitzendbureau namelijk niet van toepassing, omdat de huisvesting noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering. Niet de werknemers is de verbruiker van de huisvesting, maar zijzelf, meent het uitzendbureau. Rechtbank Gelderland oordeelt echter dat de aftrek ook in dat geval uitgesloten is op grond van het BUA, oordeelt Rechtbank Gelderland. De soort huisvesting of de duur ervan is evenmin van belang. Het uitzendbureau is ook niet verplicht om te zorgen voor huisvesting op grond van de wet of een cao.
20-03-2017


Hoe moet er worden omgegaan met de toepassing van de btw-vrijstelling voor niet-winstbeogende watersportorganisaties? Hierover zijn 11 vragen en antwoorden gepubliceerd. De vrijstelling kunnen zij alleen toepassen op de terbeschikkingstelling van een lig- en bergplaats als het vaartuig op basis van objectieve kenmerken geschikt en noodzakelijk is voor sportbeoefening. De vragen en antwoorden gaan onder meer in op de toepassing van de btw-vrijstelling voor de terbeschikkingstelling van bepaalde soorten boten. Daarnaast wordt ingegaan op de vraag of de vrijstelling - die geldt voor leden - ook moet worden toegepast op passanten. De toepassing van de herzieningsregeling komt eveneens aan de orde.
20-03-2017


Een suppletieaangifte moet worden ingediend, zodra duidelijk wordt dat er te weinig of te veel btw is betaald. Heeft uw cliënt te weinig btw betaald? Dan is hij belastingrente verschuldigd vanaf de eerste dag na afloop van het kalender- of boekjaar waarop die btw betrekking heeft. Dit kunt u voorkomen door de suppletieaangifte van uw cliënt in te dienen binnen drie maanden na afloop van het kalenderjaar. Er wordt dan namelijk geen belastingrente berekend, mits de suppletie een vrijwillige verbetering is. Bedragen tot € 1.000 mogen worden verrekend in de eerstvolgende btw-aangifte. Daarvoor hoeft dus geen suppletieaangifte te worden gedaan.
20-03-2017


T-shirt en drankje bij obstacle run samen niet één dienst belast tegen 6%

Een BV organiseert obstacle runs. De deelnemers krijgen bij inschrijving een T-shirt en bij de finish een drankje. De BV meent dat de prestaties samen één dienst vormen tegen het 6%-tarief van de hoofddienst; deelname aan een sportactiviteit. Dit is onjuist, oordeelt Rechtbank Gelderland. Het T-shirt en het drankje zijn niet nodig voor het organiseren van de run. De BV maakt niet aannemelijk dat het T-shirt nodig is voor de veiligheid van de deelnemers. Er is geen sprake van bijkomende prestaties. Het T-shirt en het drankje zijn belast met 21% btw. Zij zijn een doel op zich, omdat zij zelfstandig een nuttige functie hebben, los van de deelname aan de run.
20-03-2017


Beweegprogramma’s chronisch zieken in sportaccommodaties belast met 6%

Beweegprogramma’s voor chronisch zieken zijn belast met 6% btw als deze worden aangeboden in een sprotaccommodatie. Onder beweegprogramma’s worden verstaan programma’s voor mensen met bijvoorbeeld Parkinson, reuma of multiple sclerose, die op muziek hun spieren en gewrichten trainen om zo hun lichamelijke en geestelijke conditie te verbeteren. Volgens de Belastingdienst zijn deze programma’s goed te onderscheiden van normale vormen van dansen in sportscholen, hoewel de beweegprogramma’s qua activiteit, inspanning en bedoeling daar sterk op lijken.
06-03-2017


Een Nederlandse BV en een in Duitsland gevestigde BV vormen een fiscale eenheid. Beiden drijven een veehandelsbedrijf. De Nederlandse BV past de veehandelsregeling toe. De in Duitsland gevestigde BV levert vee aan de Nederlandse BV. De fiscale eenheid voldoet de btw over deze intracommunautaire verwervingen (icv). Zij maakt vervolgens bezwaar tegen de eigen btw-aangifte, omdat op de icv de btw-vrijstelling van artikel 17e Wet OB van toepassing zou zijn. Dat is onjuist, oordeelt de Hoge Raad. De met toepassing van de veehandelsregeling verrichte leveringen van vee zijn geen leveringen in de zin van artikel 17e Wet OB.
06-03-2017


Een vof verhuurt elf garageboxen aan particulieren. Zij brengt daarvoor geen btw in rekening, omdat de verhuur van onroerende zaken is vrijgesteld. Ook de uitzondering voor de verhuur van parkeerruimten is hier volgens haar niet van toepassing, omdat de garageboxen worden gebruikt als bergruimte. De boxen zijn daardoor geen parkeerruimten maar multifunctionele ruimten waarvan de verhuur vrijgesteld is van btw op grond van een besluit van de staatssecretaris. Die uitleg is onjuist, aldus de Hoge Raad. De verhuur van deze ruimten is niet vrijgesteld als de ruimten primair kunnen worden gebruikt voor het parkeren van voertuigen.
06-03-2017


Een suppletieaangifte moet worden ingediend zodra duidelijk wordt dat er te weinig of te veel btw is betaald. Heeft uw cliënt te weinig btw betaald, dan wordt hij belastingrente verschuldigd vanaf de eerste dag na afloop van het kalender- of boekjaar waarop die btw betrekking heeft. Dit kunt u voorkomen door de suppletieaangifte van uw cliënt in te dienen binnen drie maanden na afloop van het kalenderjaar. Er wordt dan namelijk geen belastingrente berekend, mits de suppletie een vrijwillige verbetering is. Bedragen tot € 1.000 mogen worden verrekend in de eerstvolgende btw-aangifte. Daarvoor hoeft dus geen suppletieaangifte te worden gedaan.
06-03-2017


Nederland voorstander EC-voorstel 6%-tarief digitale media

Het 6%-tarief gaat ook gelden voor digitale kranten en tijdschriften en voor e-boeken. Tot nu toe is hierop het 21%-tarief van toepassing. Het 6% geldt nu alleen voor de papieren media. De Europese Commissie (EC) kwam echter eind vorig jaar met een voorstel dat de lidstaten de mogelijkheid biedt om het btw-tarief voor digitale media gelijk te stellen aan dat van de papieren media. De gelijkstelling is dus niet verplicht. Nederland steunt het voorstel van de EC, maar wil nog wel meer duidelijkheid hebben over de precieze producten waarvoor de gelijkstelling geldt. Zodra de besluitvorming op Europees niveau rond is, kan Nederland de gelijkstelling invoeren.
20-02-2017


Foute tenaamstelling naheffingsaanslag niet fataal voor fiscus

Een holding-BV bezit alle aandelen van een aantal werk-BV’s. Zij dient gedurende enkele jaren nihilaangiften in. Ten onrechte, meent de fiscus. Daarom worden naheffingsaanslagen opgelegd aan een van de werk-BV’s. De holding-BV stelt dat deze aanslagen moeten worden vernietigd, omdat deze op naam van de fiscale eenheid hadden moeten staan. De onjuiste tenaamstelling leidt niet zonder meer tot vernietiging van de aanslagen, oordeelt Rechtbank Zeeland-West-Brabant. De aanslagen blijven in stand, voor zover er in het tijdvak waarop de naheffingsaanslagen betrekking hebben, geen zekerheid bestond over het bestaan van de fiscale eenheid.
20-02-2017


Diensten dirigent aan aspirantkoorleden belast met 21% btw

Niet alle diensten van een dirigent zijn belast tegen het verlaagd tarief van 6%. Bestaat de dienst uit het selecteren en toelaten van zangers en zangeressen tot een koor dat door de dirigent wordt samengesteld en waarmee hij optreedt? In dat geval is daarop het 21%-tarief van toepassing. De reden voor dit afwijkende tarief is dat deze dienst geen werkzaamheden betreft voor het optreden met een koor of het leiden van repetities. Daarop is en blijft het 6%-tarief van toepassing. Dit bericht de Belastingdienst.
20-02-2017


Een holding-BV verschaft middelen aan vier stichtingen en zij verzorgt hun financiële coördinatie. De holding-BV berekent kosten door aan de stichtingen zonder daarbij btw in rekening te brengen. Volgens de holding-BV is het niet nodig om btw in rekening te brengen, omdat er sprake is van een fiscale eenheid tussen haar en de stichtingen. Dat is onjuist, oordeelt Rechtbank Gelderland. De holding-BV heeft één bestuurder. De stichtingen worden bestuurd door de bestuurder en twee andere bestuurders, waarbij geen sprake is van ondergeschiktheid aan de bestuurder van de holding-BV. Er wordt daardoor niet voldaan aan het vereiste van organisatorische verwevenheid.
20-02-2017


De bestaande verleggingsregeling in bepaalde fraudegevoelige sectoren wordt tijdelijk (tot 30 juni 2022) uitgebreid naar alle binnenlandse leveringen en diensten met een factuurbedrag boven € 10.000. Dit voorstel van de Europese Commissie (EC) om de Btw-richtlijn aan te passen, is naar de Tweede Kamer gestuurd. Door de verlegging vinden de btw-afdracht en -inning in hun geheel plaats bij de leverancier of dienstverlener in de laatste schakel van de keten, die levert aan de (particuliere) eindconsument. Zo wordt btw-carrouselfraude in de tussenliggende schakels voorkomen.
06-02-2017


Een BV heeft tussen 2010 en 2014 alle btw op advies- en advocaatkosten in aftrek gebracht, zo blijkt bij een controle van de Belastingdienst. De inspecteur weigert daarvan 30%. Die btw heeft volgens hem naar schatting betrekking op de IB-procedures voor de DGA van de BV. De andere btw ziet op Vpb- en btw-procedures van de BV. De btw op de kosten voor de IB-procedures van de DGA zijn terecht geweigerd, beslist Rechtbank Zeeland-West-Brabant. Er is geen verband met belaste prestaties of de onderneming van de BV. Ook de schatting van 30% is reëel. De BV maakt niet aannemelijk dat het percentage lager moet zijn.
06-02-2017


Tafelloeplampen en -systemen belast met 6% btw

Tafelloeplampen en tafelloepsystemen die tot twee keer vergroten, vallen onder het 6%-tarief. Dit heeft de Belastingdienst recent bekendgemaakt. Deze artikelen zijn namelijk speciaal ontworpen of bedoeld voor het exclusieve en persoonlijke gebruik door slechtzienden. Bovendien voldoen de tafelloeplampen en -systemen aan de voorwaarde dat deze normaal gesproken worden aangemeten door artsen. De ondernemer hoeft deze hulpmiddelen niet eerst afzonderlijk te toetsen aan de voorwaarden die gelden voor toepassing van het 6%-tarief.
06-02-2017


Herziening btw-aftrek in één keer door vervallen integratieheffing toegestaan

Een stichting laat in 2013 een appartementencomplex bouwen bestemd voor verhuur. Zij brengt dat jaar de btw op de bouwkosten in aftrek, omdat zij verwacht bij oplevering de integratieheffing verschuldigd te zijn vanwege vrijgestelde verhuur. Per 1 januari 2014 vervalt echter de integratieheffing. In juli 2014 wordt het complex opgeleverd. Vier appartementen worden vanaf 1 augustus vrijgesteld verhuurd en drie staan er nog leeg. Vanwege de eerste ingebruikname op 1 augustus 2014 herziet de inspecteur in één keer de in aftrek gebrachte btw op grond van artikel 15, lid 4 Wet OB. Dat mag, oordeelt Hof Amsterdam. Dit is niet in strijd met de Btw-richtlijn, omdat die kent daarvoor geen bepalingen kent.
06-02-2017


Een bakker koopt en verkoopt in 2007 en 2008 enkele motorboten. De inspecteur merkt hem daarvoor als btw-ondernemer aan. De bakker stelt dat hij de boten slechts uit liefhebberij heeft gekocht in de Verenigde Staten. Als hij een andere boot wil, verkoopt hij de vorige. De verkopen vormen een economische activiteit, aldus Rechtbank Gelderland. De bakker heeft actief stappen ondernomen om de boten te verkopen. Zo maakte hij digitaal reclame voor de boten. Ook het aantal aan- en verkopen binnen een kort tijdsbestek maken het niet aannemelijk dat dit louter in de privésfeer heeft plaatsgevonden. Bovendien is met de verkoop van drie boten in 2008 ook sprake van voldoende duurzaamheid.
23-01-2017


Bezwaar tegen afwijzing uitbreiding fiscale eenheid niet mogelijk

Een BV behoort tot een fiscale eenheid. Zij verzoekt de inspecteur om uitbreiding van de fiscale eenheid met een stichting. De inspecteur wijst het verzoek af, omdat niet aan de verwevenheidseis is voldaan. De BV maakt bezwaar tegen deze afwijzing. De inspecteur verklaart het bezwaar ongegrond. Rechtbank Den Haag oordeelt echter dat de inspecteur het bezwaar niet-ontvankelijk had moeten verklaren. Er kan op grond van artikel 7, lid 4 Wet OB uitsluitend bezwaar worden gemaakt tegen een beschikking, waarbij twee of meer ondernemers worden aangemerkt als één ondernemer. De afwijzing is dus geen voor bezwaar vatbare beschikking waartegen bezwaar mogelijk is.
23-01-2017


Een stichting exploiteert een park met activiteiten in de kunst, cultuur en natuur al dan niet tegen vergoeding. Zij krijgt naheffingsaanslagen opgelegd omdat een deel van de activiteiten niet-economische activiteiten zouden zijn. Hierdoor is een deel van de voorbelasting ten onrechte in aftrek gebracht. Volgens Rechtbank Zeeland-West-Brabant verricht de stichting een totaalpakket aan activiteiten, die erop zijn gericht om zoveel mogelijk bezoekers te trekken. Daarmee moeten voldoende inkomsten worden gegenereerd voor het herstel, onderhoud en de instandhouding van het park. Gezien dit commerciële karakter is er uitsluitend sprake van economische activiteiten.
23-01-2017


Een vof drijft een optiekwinkel Zij verkoopt brillen en contactlenzen en er worden oogmetingen verricht. Voor deze diensten berekent zij één vergoeding. De vof verzoekt om teruggaaf van een deel van de afgedragen btw, namelijk voor zover die betrekking heeft op de btw-vrijgestelde oogmetingen. Ten onrechte, oordeelt Rechtbank Zeeland-West-Brabant. De hoofdprestatie is de levering van brillen en/of contactlenzen. De oogmetingen zijn bijkomstige prestaties die opgaan in de levering van brillen en contactlenzen. De oogmeting is voor de klanten geen zelfstandig doel, maar gekoppeld aan de koop van de bril en/of contactlenzen.
23-01-2017


Uw cliënt kan maandelijks of per kwartaal btw-aangifte doen en zelfs een jaaraangifte is onder voorwaarden mogelijk. Soms is het voordelig om tijdelijk te kiezen voor een ander aangiftetijdvak. Het doen van een kwartaalaangifte is aan te raden als er btw moet worden betaald. Maar bij een structurele btw-teruggaaf kan uw cliënt beter maandaangifte doen. Doet uw cliënt bijvoorbeeld grote investeringen waarbij btw in rekening wordt gebracht? In dat geval kan het voor hem voordelig zijn om tijdelijk maandaangifte te doen in plaats van kwartaalaangifte. Onder voorwaarden kan uw cliënt de Belastingdienst ook schriftelijk verzoeken om jaaraangifte te mogen doen.
09-01-2017


Een DGA is in 2007 met zijn BV aangemerkt als een fiscale eenheid (FE). Hij werkt in dienstbetrekking bij zijn BV. De DGA laat in 2007 een pand bouwen en gebruikt daarvan een werkruimte voor zijn arbeid voor de BV. De FE trekt de voorbelasting op de bouwkosten af. De inspecteur meent dat de DGA geen btw-ondernemer meer kan zijn sinds het Van der Steen-arrest van 18 oktober 2007 en heft de afgetrokken btw daarom na. Ten onrechte, oordeelt de Hoge Raad. De inspecteur heeft niet aannemelijk gemaakt dat de DGA buiten de vervulling van zijn dienstbetrekking - en dus als zelfstandige – tegen vergoeding een werkruimte in het pand ter beschikking heeft gesteld of dat van plan was.
09-01-2017


Bezwaarprocedure btw-correctie privégebruik auto 2012 tot en met 2016

Heeft u voor uw cliënten over 2011, 2012, 2013, 2014 en/of 2015 bezwaar gemaakt tegen de aangegeven btw-correctie wegens het privégebruik van de auto van de zaak? Dan hoeft u dat voor deze cliënten voor het jaar 2016 niet weer te doen. Dit maakt de Belastingdienst bekend. Deze werkwijze is tot stand gekomen in samenspraak met de beroepsorganisaties. Voor nieuwe cliënten moet u wel bezwaar maken. Wij raden u echter aan om ook expliciet een bezwaar in te dienen voor uw bestaande cliënten. Op die manier weet u zeker dat er bezwaar is gemaakt.
09-01-2017


De goedkeuring voor de factoor om onder voorwaarden namens de crediteur te verzoeken om btw-teruggaaf op grond artikel 29, lid 1 Wet OB, heeft zijn belang verloren voor vorderingen na 31 december 2016. Voor deze vorderingen geldt immers sinds 1 januari 2017 de indeplaatsstelling. Op het tijdstip van de overdracht treedt de overnemende ondernemer in de plaats van de overdragende ondernemer voor de btw-teruggaaf van oninbare vorderingen. Het besluit waarin de goedkeuring is verleend, is aangepast en geldt alleen nog voor de vorderingen van vóór 1 januari 2017 die de factoor heeft overgenomen.
09-01-2017


Denk aan de btw-deadlines bij onroerende zaken

Heeft uw cliënt bij de koop of verkoop van een onroerende zaak gebruik gemaakt van de optie belaste levering? In dat geval moet de koper binnen vier weken na afloop van het boekjaar dat volgt op het boekjaar waarin het pand aan hem/haar is geleverd, een verklaring verstrekken aan de verkoper en de Belastingdienst. Daaruit moet blijken dat de koper het pand in beide jaren ook feitelijk voor 90% (soms 70%) of meer voor belaste prestaties gebruikte. Bij een belaste levering in 2015 moet dat dus uiterlijk gebeuren vóór 28 januari 2017. Bij belaste verhuur van een onroerende zaak moet de huurder die niet meer aan het 90%- (70%-) criterium voldoet, dit melden bij de verhuurder en bij de Belastingdienst binnen vier weken na afloop van het jaar.
09-01-2017